Lokale partijen winnen in Drenthe

EMMEN, 30 OKT. Lokale partijen hebben gisteren bij tussentijdse verkiezingen voor elf gemeenteraden in Drenthe beter gepresteerd dan verwacht. D66 is als grote verliezer uit de bus gekomen. De verkiezingen, waarvoor de opkomst relatief laag was (56 procent tegen 69 procent bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1994), waren nodig in verband met gemeentelijke herindelingen.

In tegenstelling tot de prognoses wonnen bij de verkiezingen de lokale partijen stemmen; gezamenlijk gingen ze van 16,8 naar 18,7 procent. D66 haalde 6,1 procent van de stemmen, tegen 9 procent in 1994. De PvdA en de VVD boekten een kleine winst. De PvdA, die 26 procent van de stemmen haalde (was in 1994 25,5 procent), blijft de grootste partij. De VVD haalde 16,5 procent, 0,2 procent meer dan bij de vorige raadsverkiezingen. Het CDA verloor licht. De christen-democraten kwamen uit op een percentage van 20, een licht verlies van 0,7 procent.

D66-voorzitter Kok proefde in de resultaten een duidelijke waarschuwing voor zijn partij, en kondigde aan dat “D66 met alle kracht en inzet zal terugvechten”. Niet ontevreden betoonden zich PvdA-voorzitter Adelmund en CDA-leider De Hoop Scheffer. Beiden wezen op de voor hun partijen nadelige invloed van lokale partijen. De CDA-leider achtte de Drentse scores in overeenstemming met de cijfers in de huidige peilingen voor de Kamerverkiezingen, die overigens een wat zwaarder verlies aangeven. Adelmund noemde de stabilisatie en hier en daar lichte winst van haar partij “knap”.

Volgens burgemeester P. van der Velden van Emmen is het een veeg teken dat de kiezer zich blijkbaar steeds minder interesseert voor de lokale politiek. In Emmen kwam slechts 50,8 procent van de kiesgerechtigden naar de stembureaus. Van der Velden: “Dit moet ons tot nadenken stemmen.” Waarnemend burgemeester L. Lyklama van Ruinerwold (dat met Ruinen, Zuidwolde en De Wijk de nieuwe gemeente De Wolden vormt) vindt de lage opkomst “zorgelijk”.

Pagina 3: 'Lage opkomst volgt uit grootschaligheid'

Waarnemend burgemeester Lyklama wijt de geringe betrokkenheid van de burger aan de grootschaligheid. “Door de herindeling hebben we gigantische gemeenten gekregen waardoor mensen afhaken.”

Volgens burgemeester S. Faber van Hoogeveen (opkomst 52 procent) is de lage opkomst een gevolg van het feit dat de raadsverkiezingen niet gevolgd worden door Tweede-Kamerverkiezingen. “In andere jaren was dat wel zo en waren de verkiezingen voor de raad een voorportaal en testcase voor die van de Kamer. Raadsverkiezingen zijn al langer tussen aanhalingstekens genationaliseerd.” In Hoogeveen, vanouds een CDA-bolwerk, wonnen de christen-democraten een zetel (van tien naar elf) en bleven er de grootste partij. Ook de PvdA won er een zetel (van zeven naar acht). De kleine winst van de lokale partijen is volgens Faber te verklaren uit een toenemende verbondenheid van mensen met de regio. “Aan de ene kant worden mensen wereldburgers, aan de andere kant voelt men een lokale identiteit.”

In Meppel is de lokale partij Stadswacht de grote winnaar geworden. De partij, die al de grootste was, won twee zetels en heeft er nu acht. D66 verloor in Meppel zijn ene zetel. De PvdA en de VVD bleven op respectievelijk vijf en drie zetels staan. In de elf nieuwe gemeenten lopen de uitslagen soms ver uiteen. De gemeente Borger-Odoorn (25.700 inwoners) is de komende vier jaar een 'rooie' PvdA-gemeente. De socialisten haalden ruim 36 procent (acht zetels). Het CDA verloor er juist fors en raakte een deel van zijn aanhang kwijt aan het GPV. In de nieuwe, 'rijke' gemeente Zuidlaren (Zuidlaren, Eelde en Vries) werd de VVD de grootste. De liberalen haalden 27 procent.