Justitie schort uitzettingen asielzoekers naar Iran op

DEN HAAG, 30 OKT. Justitie zet voorlopig geen uitgeprocedeerde asielzoekers meer uit naar Iran. Staatssecretaris Schmitz (Justitie) kondigde vanmorgen aan dat er een missie naar Iran gaat, die de situatie in het land opnieuw zal beoordelen.

Zij bood tevens de Tweede Kamer haar excuses aan voor de onjuiste voorlichting over het volgen door Nederland van uitgewezen asielzoekers in Iran. Eerder had Schmitz gezegd dat uitgezette asielzoekers in Iran wel in de gaten worden gehouden. Dat blijkt niet zo te zijn.

De Kamer heeft verdeeld gereageerd. D66 blijft op het standpunt staan dat de Kamer onjuist is geïnformeerd. De oppositiepartijen CDA en GroenLinks noemden de onjuiste voorlichting “onacceptabel”, de kleine christelijke fracties vonden het “niet kunnen”. De PvdA, waarvan de staatssecretaris onder vuur lag, hield zich op de vlakte. De VVD zei geschokt te zijn door de mededeling dat het volgen van asielzoekers in Iran sinds lange tijd is gestaakt.

De schuldbekentenis van Schmitz volgt op felle kritiek van de Tweede Kamer. Eergisteren schreven de staatssecretarissen Schmitz en Patijn (Buitenlandse Zaken) in een brief dat het volgen van asielzoekers, de zogenoemde monitoring, onder druk van de Iraanse autoriteiten is gestaakt. Die monitoring gebeurt door leden van de ambassade, onder verantwoordelijkheid van Buitenlandse Zaken. Ook schrijven beide bewindslieden de monitoring voorlopig niet te willen hervatten.

De Kamer nam in juni nog Kamerbreed een motie aan waarin juist om uitbreiding van monitoring werd gevraagd. Staatssecretaris Schmitz nam de motie over. Toen tijdens een hoorzitting over de situatie in Iran op 20 oktober bekend werd dat Buitenlandse Zaken de monitoring had gestopt, reageerde Schmitz verbaasd.

In een overleg met de Kamer erkende Schmitz vanochtend “nadrukkelijk verantwoordelijk te zijn voor de “communicicatiestoornis” binnen haar departement. Het Tweede-Kamerlid Verhagen (CDA) noemde “het woord misverstand het understatement van de eeuw”. Staatssecretaris Patijn onthield zich van commentaar.

Rond het middaguur moesten beide staatssecretarissen nog antwoord geven.