'Iers presidentschap is verspilling talent'

Ierse presidenten waren in het verleden “onbekwaam of hulpbehoevend en soms beide”. Dat veranderde in 1990 met de komst van Mary Robinson. Zij was zo succesvol, dat alle grote partijen bij de verkiezingen van vandaag klonen van haar naar voren schoven.

LONDEN, 30 OKT. In de zeven jaar dat Mary Robinson president was van Ierland brandde er altijd een lichtje in Aras an Uachtaráin, haar residentie in het hoofdstedelijke Phoenix Park. Dat was een symbool voor de Ierse diaspora. Een baken voor de Ierse immigranten waar ook ter wereld. Om ze te laten weten dat ze thuis altijd welkom zijn.

Toen ze het licht ontstak in 1990 kon ze niet vermoeden dat de historische uittocht van Ieren naar welvarender streken tijdens haar presidentschap nog eens zou omslaan in een intocht. Aangetrokken door de economische renaissance en een bouwexplosie in Dublin maken Ierse bouwvakkers in Groot-Brittannië massaal de oversteek naar het groene eiland. En zij zijn niet de enige landverlaters die in de republiek hun toekomst zoeken.

Twee van de vijf kandidaten voor de opvolging van Robinson, leven buiten Ierland. De grote favoriete Mary McAleese, die hoogleraar rechten is in het Noord-Ierse Belfast. En outsider Rosemary Scallon, beter bekend als Dana, die 27 jaar geleden Julio Iglesias op het Eurovisie songfestival versloeg en tegenwoordige uitsluitend gospels zingt voor een christelijk radiostation in het Amerikaanse Alabama. Bij de presidentsverkiezingen van vandaag kunnen ze niet eens een stem uitbrengen op zichzelf omdat ze in de republiek geen domicilie hebben. Intussen heeft Mary Robinson zich gevoegd bij het leger van Ierse emigranten. Ze is benoemd tot Hoge Commissaris voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties, dat zetelt in New York.

Een 'Noord-Ierse' en een 'Amerikaanse' die dingen naar het Ierse presidentschap. Maar één man onder de kandidaten. Maar één politicus die zich in de strijd heeft geworpen. Voor de 2,7 miljoen kiezers, die vandaag hun stem kunnen uitbrengen, is het alsof ze in science fiction zijn beland. Dit zijn presidentsverkiezingen zoals ze die nooit hebben gekend.

Meer dan een halve eeuw lang waren presidentsverkiezingen overbodig. De functie ging toch naar de kandidaat die door Fianna Fail naar voren werd geschoven. Fianna Fail maakte de dienst uit in Ierland. Fianna Fail was de natuurlijke regeringspartij.

Volgens Brendan O'Leary, hoogleraar politieke wetenschappen aan de London School of Economics, waren presidenten ook altijd “onbekwaam of hulpbehoevend en soms beide”. Dat gaf niks want het Ierse presidentschap was toch maar een louter ceremoniële functie. “Zonde van mensen met talent om daar hun goeie tijd aan te vergooien”, vindt O'Leary. Jarenlang heeft het presidentiële paleis als laatste rustplaats voor bejaarde staatslieden gefungeerd.

Die status quo is pas doorbroken met de verkiezing van Robinson, de eerste vrouwelijke president van Ierland. In het kader van haar vertrek is er de afgelopen maanden op grote schaal aan geschiedvervalsing gedaan door die historische overwinning af te schilderen als een sociaal-culturele doorbraak. Volgens die mythe markeerde haar verkiezing het einde van het benepen, paternalistische, naar binnen gerichte, streng katholieke Ierland.

De werkelijkheid was meer complex en prozaïsch. Fianna Fail had in de jaren tachtig zijn absolute controle over de Ierse politiek verloren en moest de macht soms delen. Maar ook zeven jaar geleden zou de kandidaat van Fianna Fail, Brian Lenihan, nog op zijn sloffen hebben gewonnen, als hij tijdens de verkiezingscampagne niet op grove leugens was betrapt en minder blunders begaan had. Desondanks kreeg hij bij de verkiezingen veruit de meeste voorkeursstemmen: 44 procent, tegen Robinson 32 procent en Austin Currie 24 procent. Alleen door het grillige Ierse kiessysteem kon Labour-kandidaat Robinson toch nog met de winst gaan strijken. Ierse kiezers worden verondersteld de kandidaten in rangorde van voorkeur te groeperen. De stemmen van Currie gingen naar de kandidaat die was aangekruist als tweede keuze. In veruit de meeste gevallen bleek dat Robinson te zijn.

Robinson heeft het gezicht van het Ierse presidentschap voorgoed veranderd. De functie heeft nog steeds weinig inhoud en de president moet politieke opmerkingen nog steeds zorgvuldig mijden. Maar Robinson heeft zich als symbool van nationale eenheid opgeworpen door zich onvermoeibaar tot alle uithoeken van de Ierse samenleving te richten. Ook heeft ze met veel succes als internationaal ambassadeur gefungeerd.

Zo succesvol was Robinson, dat de grootste Ierse partijen bij deze verkiezingen alleen maar klonen van Robinson naar voren durfden schuiven. Geen bejaarde mannen meer in grijze pakken. Mary McAleese, de kandidaat van Fianna Fail, kreeg het vriendelijke advies haar haarband en bril in de prullenbak te gooien. Als de incarnatie van Robinson, met paarlenketting en zorgvuldige gecoiffeerde haardos, kijkt ze de kiezers op posters van Dundalk tot Dublin met een brede glimlach aan. Een moeder des vaderlands. In de eerste weken van de campagne probeerden de kandidaten elkaar te overtreffen met pleidooien voor “zorgen en delen”, “aanraken en voelen”. Om kiezers van haar oneindige warmte te overtuigen omarmde de kandidaat van Labour, Adi Roche, in het openbaar een eik en een koe.

Volgens politicoloog O'Leary reageerden vooral Ierse vrouwen geschokt op de stereotype vrouwelijke rol waarin de kandidaten werden gedrukt. Plaatsvervangend schaamden ze zich voor Mary McAleese die het steeds maar had over “bruggen bouwen”. “De enige vreemdeling in Ierland is de vriend die je nog niet ontmoet hebt”, was haar andere lijfspreuk. Alsof ze moest verbergen dat ze een hoogst intelligente, zeer geslaagde academicus is.

De afgelopen weken is de verkiezingscampagne veel venijniger geworden nadat geheime documenten van het ministerie van Buitenlandse Zaken werden geopenbaard, die suggereerden dat de Noord-Ierse McAleese sympatiseerde met Sinn Fein, de politieke vleugel van het verboden Ierse Republikeinse Leger. Dat was kort nadat Mary Banotti, kandidaat van Fine Gael en grootste rivaal van McAleese, verklaarde dat Fianna Fail van armoe haar toevlucht bij een kandidaat uit Noord-Ierland had gezocht. Met die steek onder de gordel speelde Banotti in op de vrees voor Noord-Ierse nationalisten die in delen van de republiek nog altijd bestaat.

Die agressieve tactiek lijkt averechts te werken. Deze week werd bekend dat de uitgelekte documenten door een voormalige medewerker van Fine Gael gestolen zijn. Opiniepeilingen voorspellen een overtuigende zege voor McAleese.