ICC-voorzitter Maucher zoekt dialoog met buitenwereld; 'Multinationals nu opener'

Volgens Nestlé-topman Helmut Maucher, voorzitter van de belangrijkste belangenvereniging voor het internationale bedrijfsleven, moeten de multinationals hun stem luider laten klinken. Zeker nu maatschappelijke organisaties als Greenpeace steeds meer invloed hebben.

DEN HAAG, 30 OKT. Toen Nestlé in 1980 werd aangevallen wegens de verkoop van melkpoeder voor baby's in ontwikkelingslanden, schrok het bedrijf. 'Hoe kan dat nou? We doen niets fout. Laten we een proces aanspannen', was de eerste reactie.

“Het dreigde een juridisch gevecht te worden”, zegt Helmut Maucher, bestuursvoorzitter van Nestlé, het grootste voedingsmiddelenconcern ter wereld. “Daarom heb ik ingegrepen. In een discussie over voedsel, moeders en baby's mag je je als bedrijf niet gesloten opstellen. Dan moet je een dialoog voeren. Daarom hebben we met de wereldgezondheidsorganisatie een gedragscode opgesteld waar we ons aan houden. Ook al was de aanval niet gericht op ons product, maar op het verschijnsel 'multinational'.”

Maucher was gisteren in Nederland als voorzitter van de Internationale kamer van Koophandel (ICC), de belangrijkste particuliere belangenvereniging van het mondiale bedrijfsleven en een machtige lobby-groep bij intergouvernementele organisaties als de Verenigde Naties, de Wereldhandelsorganisatie en de Europese Unie. Hij sprak met de bestuurders van Nederlandse leden van de ICC, zoals Ahold, Akzo Nobel, Shell, Unilever en Vendex.

De 69-jarige Maucher doet zijn verhaal na zijn ontbijt in een ruime suite van het Haagse hotel Des Indes. “Iemand heeft de Imperial Suite voor me geboekt”, zegt hij verontschuldigend met een armzwaai naar het uitzicht dat tot de duinen reikt. Hij was zestien jaar topman van Nestlé, maar heeft dit jaar een opvolger benoemd en daardoor de helft van zijn tijd vrijgemaakt om het bedrijfsleven als geheel van dienst te zijn.

Maucher geeft het voorbeeld over babyvoeding als illustratie van de veranderde rol van het bedrijfsleven in de jaren negentig. “Business is steeds meer het belangrijkste onderdeel van ieders dagelijks leven geworden. Het bedrijfsleven zorgt voor welvaart, werkgelegenheid en de producten die iedereen dagelijks koopt.”

De grote multinationals werden rond 1980 in de publieke opinie (en in de communistische landen) nog afgeschilderd als de duivel: machtig, ondoorzichtig en bezig met een verborgen agenda. Dat imago is inmiddels belangrijk verbeterd. Enerzijds omdat het politieke debat de zegeningen van liberalisering, globalisering en vrijhandel heeft omarmd. Anderzijds omdat de multinationals zelf zijn veranderd.

“We hadden een Wagenburg-mentaliteit”, zegt Maucher. “Zoals de oude Germaanse stammen verscholen we ons in een kring van karren als we door een andere stam werden aangevallen. Maar multinationals hebben in de laatste jaren meer verantwoordelijkheidsgevoel gekregen. Als we fouten maken, geven we dat toe en zoeken we naar oplossingen. Bedrijven zijn opener, transparanter en gevoeliger geworden voor de belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen. Daarom kunnen we nu ook een normale gesprekspartner zijn voor de overheden en andere partijen.”

Bij het verwoorden van de standpunten van het bedrijfsleven over maatschappelijke onderwerpen als milieuwetgeving, bescherming van investeringen, of bestrijding van omkoping en afpersing is een belangrijke rol weggelegd voor het ICC, zegt Maucher. Het ICC (met duizenden leden in 130 landen) was een wat ingeslapen organisatie, maar opereert sinds de komst van de Nestlé-topman een stuk effectiever.

Dat was ook nodig, zegt Maucher, als reactie op de groeiende invloed van vijfhonderd verschillende maatschappelijke organisaties (NGO's) zoals Greenpeace of Amnesty International. “Als je zwijgt terwijl de rest schreeuwt, luistert er niemand. En in een democratie is het belangrijk dat alle partijen hun stem verheffen om in een discussie de juiste afweging te kunnen maken.” Tot nu toe was de stem van de NGO's luider dan die van het bedrijfsleven. “Zij hebben veel meer tijd dan wij. Ze zijn militanter, want ze zijn fanatiek. Wij zijn bourgeois.”

Ook met de Verenigde Naties of de Wereldhandelsorganisatie voert de ICC nu een constructieve dialoog. “Wij hebben geen politieke macht. Daar streven we ook niet naar”, zegt Maucher. “Wij streven naar een zo goed mogelijk juridisch en politiek raamwerk waar het bedrijfsleven mee kan werken. Bijvoorbeeld over bescherming van investeringen, over concurrentie, over elektronische handel. Dergelijke regels zijn nodig, anders ontaardt vrijhandel in anarchie. Daarom praten we met de WTO. Dat zijn vertegenwoordigers van overheden, diplomaten. Goede, slimme mensen, maar ze hebben nog nooit een bedrijf geleid.”

Een van de onderwerpen waarmee Maucher zich bijvoorbeeld namens de ICC bezighoudt is de Banentop van de Europese Ministerraad, volgende maand in Luxemburg. Toen Nederland nog voorzitter was, heeft Maucher twee keer met Kok gepraat. Dit keer is hij, tevens in zijn functie van voorzitter van de Ronde Tafel van Europese Industriëlen, op bezoek geweest bij de Luxemburger Santer, voorzitter van de Commissie.

Een van de doelen van de ICC is verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt. Maar gezien de discussie over een verplichte 35-urige werkweek in Frankrijk en Italië vreest Maucher dat in Luxemburg te veel onderwerpen van wat hij noemt de 'oude agenda' ter tafel komen. “Ik was diep onder de indruk van Kok. We weten wat zijn achtergrond is, maar hij heeft beter begrepen waar het om draait in een markteconomie dan veel liberale of conservatieve partijen in Europa. Korte-termijnoplossingen werken meestal niet. We moeten zorgen voor een structurele oplossing. Daarbij gaat het om flexibiliteit en concurrentiepositie.”