Grote schoonmaak van Beiroet

Voor de kust van Beiroet heeft zich tijdens de burgeroorlog een gigantische afvalberg opgehoopt. Met Nederlandse technologie wordt het vuil opgeruimd.

BEIROET, 30 OKT. Libanon krijgt Nederlandse technologie voor het opruimen van een enorme afvalberg die tijdens de burgeroorlog van 1975 tot 1990 voor de kust van de hoofdstad Beiroet is gevormd. Huisvuil, kapotte wapens, munitie, puin, ziekenhuisafval, honderden kadavers en mogelijk ook stoffelijke resten van slachtoffers werden in zee gedumpt omdat de stadsreiniging niet kon functioneren.

Duos Engineering BV in Beverwijk, een bedrijf dat zich gespecialiseerd heeft in mechanische scheiding en hergebruik van afvalstoffen, krijgt de opdracht ter waarde van 13 miljoen gulden voor levering van een grote machine die het vuil verwerkt. De Nederlandse regering draagt daaraan 7 miljoen bij, uit de ontwikkelingshulp. Afgelopen dinsdag werd in de Libanese hoofdstad het contract tussen Duos en Solidere, de onderneming die het zwaarbeschadigde stadshart van Beiroet reconstrueert, getekend. Naar verwachting zal minister Pronk de overeenkomst volgende week zijn fiat geven.

Duos zorgt ook voor de opleiding van Libanees personeel dat de opruimklus moet uitvoeren.

De Nederlandse ambassadeur in Libanon, mr. R. Mollinger, heeft een jaar lang bij de Libanese en Nederlandse overheden en Solidere voor Duos gepleit om het contract rond te krijgen. Volgens Mollinger wordt de Nederlandse hulp aan Solidere verstrekt omdat dit bedrijf streeft naar “de meest doelmatige en effectieve oplossing voor deze milieu-bedreiging”. Door de verwerkingsmethode hoeft het afval namelijk niet naar een andere stortplaats gebracht te worden. Dat zou jarenlang grote overlast in de stad veroorzaken: stank, lawaai en extra verkeersdrukte van een eindeloze rij vrachtauto's.

Gedurende de burgeroorlog hadden de moslims, christenen en andere strijdende partijen de stad in twee stukken verdeeld waardoor het afval niet kon worden. Ratten kregen vrij spel. Tussen de vijandelijkheden door werd het afval via de kortste weg vlak voor de kust in zee gedumpt. Na de oorlog kwam daar een grote hoeveelheid puin van ingestorte woningen bij. De afvalberg groeide aan tot 4 miljoen kubieke meter, beslaat duizenden vierkante meters en is 40 meter hoog waarvan 17 meter onder het wateroppervlak.

Het apparaat van Duos scheidt het afval en maakt het grootste deel geschikt voor hergebruik als landaanwinning ter plaatse en compost, met een capaciteit van 150 ton per uur. Plastic en dergelijk niet-organisch materiaal wordt in pakjes geperst. Alleen wapentuig, munitie en kadavers worden opzij gelegd. Mochten er stoffelijke resten van oorlogsslachtoffers worden gevonden, dan wordt het proces onmiddellijk stilgelegd, zegt directeur Cees Duijn van Duos Engineering. Hij schat dat het opruimwerk met een 2-ploegendienst en constant zes werknemers die de apparatuur bedienen en onderhouden, vijf jaar gaat duren.

Duijn benadrukt dat zijn verwerkingssysteem geheel voldoet aan de Nederlandse eisen voor de bescherming van werknemers en het milieu: veiligheid en overlast door stank en stof. Een zware staalconstructie wordt aangebracht voor bescherming in het geval van een eventuele ontploffing van granaten of munitie.

“De markt voor recycling van afvalstoffen groeit sterk”, zegt Duijn. “Door het verwerkingsproces krijgt bijvoorbeeld bouwafval waaruit alle stof en houtresten worden verwijderd, een hogere waarde. Het is in allerlei toepassingen weer te gebruiken. In Nederland hebben de regels van het Bouwstoffenbesluit ervoor gezorgd dat de vraag naar deze producten steeds groter wordt.”

Opruiming van de afvalberg is het grootste milieuproject in Libanon. Door de burgeroorlog heeft het land op dit gebied een enorme achterstand. Volgens Fouad Hamdan, de directeur van Greenpeace, is de Middellandse Zee voor vrijwel de gehele 220 kilometer tellende kust ernstig vervuild omdat Libanon nog geen systemen heeft voor het schoonmaken van afvalwater. Al het rioolwater en de vervuiling van industrieën loopt rechtstreeks de zee in. De minister van Milieubescherming, S. Akram Chehayeb, heeft net de laatste, zeer vervuilende afval-verbrandingsoven gesloten en zoekt nu zijn heil in het tijdelijk storten van huisafval.

Met steun van de Wereldbank en de Europese Unie probeert Libanon projecten voor afvalwaterzuivering op te zetten. De overheid geeft prioriteit aan de wederopbouw van Beiroet en omgeving en besteedt daar grote bedragen aan. Minister Chehayeb werkt intussen wel aan wetgeving die de industrie moet verplichten tot schonere productiemethoden. Fouad Hamdan van Greenpeace: “Libanon wil een toeristensector opbouwen. Wij hebben de overheid ervan weten te overtuigen dat men eerst het milieu moet schoonmaken, anders komen de toeristen niet. We hebben mooie stranden, maar zwemmen in de Middellandse Zee is onverantwoord.”