Gaten dichten

DE AMSTERDAMSE Effectenbeurs is de onschuld voorbij. De turbulentie op de beurs was de afgelopen dagen niet alleen van financiële aard. Beurs en fraude worden in één adem genoemd. Effectenhandel met voorkennis is een plaag. Het verschijnsel ondermijnt de gang van zaken op de geliberaliseerde financiële markten en kan de kapitaalverschaffers van economische groei afschrikken.

De globalisering hindert tegelijkertijd snelle opsporing: geld en effecten kunnen razendsnel van het ene naar het andere land worden doorgeschoven. Opsporing en veroordeling zijn, door de ketens van gebruikte vennootschappen en het bankgeheim in verschillende landen, een taaie zaak.

De tactiek van de justitie om witte-boordencriminaliteit niet met witte handschoenen aan te pakken, baart in de financiële wereld nog steeds opzien. Ook de perceptie van de buitenwereld dat de mensen die dagelijks met zoveel miljarden guldens omgaan stuk voor stuk en altijd brandschoon zijn, blijkt hardnekkig. Het is eerder verbazingwekkend dat er zo weinig van deze affaires naar buiten komen en worden berecht.

Ligt dat aan de beslotenheid van de beurswereld, waar een ons-kent-ons-cultuur heerst, of aan de gebrekkige opsporingsactiviteiten van justitie? De traditionele verenigingsstructuur van de beurs waarin de leden onder elkaar ook hun tuchtrecht toepasten, is eind vorig jaar verdwenen. Deze zelfregulering heeft de effectenmarkt te lang afgeschermd van onafhankelijk, deskundig toezicht. In Amsterdam (en Den Haag) bleven velen bij voorbaat in de onschuld geloven. Toen eind jaren tachtig wel de eerste stap naar onafhankelijke controle werd gezet, gebeurde dat niet daadkrachtig. De snelheid waarmee minister Zalm (Financiën) afgelopen week de zaak naar zich toetrok was verrassend. Dit onderzoek is ontketend door de FIOD, niet door een beurstoezichthouder.

DE ROEP OM meer toezicht op de beurs, zoals gisteren in de Tweede Kamer is een voor de hand liggende reactie, maar is niet de oplossing. Tien jaar geleden was er buiten de beursvereniging geen toezicht. Nu is er een onafhankelijke toezichthouder, die nog wacht op wetgeving voor een effectiever instrumentarium, zoals het heffen van boetes voor lichtere vergrijpen. Ervaring opdoen met de huidige, nog maar net ingevoerde controle verdient de voorkeur boven weer nieuwe uitbreiding. In de praktijk blijken nog gaten in het toezicht dat de verschillende controleurs in de financiële sector houden op directeuren bij beursbedrijven, banken en verzekeraars. De hoofdverdachte in deze beursfraudezaak werd ontslagen bij een effectenbank, die onder toezicht stond van De Nederlandsche Bank, maar hij kon weer aan de slag bij een effectenkantoor, dat in dit opzicht door de beursvereniging werd gecontroleerd.

Gaten in de controle op de topmanagers doen zich in de financiële sector op nog veel grotere schaal voor. Financiële conglomeraten van banken, verzekeraars, vermogensbeheerders, zorgverzekeraars en uitvoerders van sociale wetgeving worden nu gevormd, zoals de alliantie van ING met het Sociaal Fonds Bouwnijverheid en die van Achmea met GAK. Uniformiteit in de normen waaraan de bestuurders van deze financiële octopussen worden getoetst ontbreekt, terwijl de vraag welke toezichthouder hiervoor verantwoordelijk is, nog op antwoord wacht.