France Telecom trekt de wijde wereld in

PARIJS, 30 OKT. Het aandeel France Telecom heeft de beurszwiep van deze week goed doorstaan. De echte test wordt de volledige concurrentie op de eigen markt per 1 januari. Die dwingt het vierde telefoonbedrijf in de wereld de wijde wereld in te trekken. Bijvoorbeeld naar Nederland.

De vier miljoen aandeelhouders sinds de 20 procentsprivatisering eerder deze maand zijn niet in paniek gevlucht. Het merendeel heeft er kennelijk vertrouwen in dat de Franse nationale telefoondienst het ook als semi-private ondernemer op de vrije markt goed zal doen. Op grond van het verleden van deze technologisch goed ontwikkelde monopolist is dat een redelijk vermoeden. Het enige probleem is dat het verleden op het gebied van telefonie wordt afgeschaft.

Het heeft de nodige moeite gekost France Telecom voor te bereiden op het wegvallen van de laatste beschermingsbarrières, nu over twee maanden. Premier Alain Juppé moest vorig jaar nog de regeringskwestie stellen om de omzetting van het staatsbedrijf der telefonie in een naamloze vennootschap door het parlement te slepen. De zwaarste dobber voor de directie van het bedrijf waren de werknemers, die zich via hun militante vakbonden fel verzetten tegen ieder begin van privatisering.

Nu de eerste 'opening van het kapitaal' (zoals de inmiddels aangetreden linkse regering gedeeltelijke privatisering preuts betitelt) een feit is, blijkt dat een nog aanzienlijker deel van het personeel aandelen heeft gekocht.

De gunstige personeels-voorwaarden hebben hun effect niet gemist. Idealen over de 'typisch Franse openbare dienst' zijn mooi, maar een paar aandelen met een goede toekomst bleken aantrekkelijker.

De omslag van een technologisch-ambtelijk georiënteerd openbaar nutsbedrijf naar een slagvaardig commerciële dienstverlener op een open markt heeft tienduizenden werknemers op een andere stoel of met vervroegd pensioen gebracht. De tarieven zijn scherp naar beneden gecorrigeerd. En het publiek is bestookt met publiciteit: 'de verplichtingen die wij op ons nemen', uitnodigingen om de kinderen uit te rusten met piepers in olijke kleuren, en een toenemend agressief geprijsd assortiment draagbare telefoon-varianten.

Op die laatste markt kent Frankrijk al concurrentie. France Telecom heeft ongeveer 57 procent van de draagbare telefoonmarkt, maar er is reële concurrentie met twee andere aanbieders: Bouygues en SFR. De eerste is een van 's werelds grootste aannemers die het Franse eerste televisienet TF1 kocht van de staat en nu ook in telefonie groot wil worden. SFR is een dochter van Cegetel, de toekomstige concurrent van France Telecom voor de vaste lijntelefonie, en een samenwerkingsverband tussen de Générale des Eaux (CGE) en British Telecom (BT).

Cegetel stelt zich ten doel om in 2003 in ieder geval 20 procent van de vaste telefoonmarkt te hebben veroverd, aanzienlijk meer dan British Telecom in eigen land tien jaar na de privatisering heeft moeten afstaan. CGE en BT hebben vorig jaar een sleutelakkoord gesloten met de Franse spoorwegen SNCF. Daardoor hebben zij toegang tot 7.000 kilometer glasvezel-lijnen die de SNCF langs de hoofdassen van het Franse spoorwegnet hebben liggen.

De deal levert de SNCF geld op om nieuwe treinen en uniformen van te kopen. Cegetel heeft volgend jaar in één klap een enorm eind infrastructuur tussen en tot in alle grote Franse steden in handen. Daar moet zij nog wel 3.000 à 4.000 kilometer bij leggen, maar dat net belooft een vliegende start en concurrentie, ook op het gebied van de gewone telefoon voor gewone mensen.

Door nu al de tarieven zo scherp te stellen dat Cegetel, en wie weet welke andere aanbieders het lastig krijgen zich een plaats te verwerven, heeft France Telecom gegokt op groei van haar omzet. Die behoort nu met ruim 50 miljard gulden in '96 bij de top vier in de wereld (achter de Japanse NTT, AT&T uit de VS en Deutsche Telekom, maar voor BT). Fransen hebben de gewoonte relatief weinig met elkaar te bellen. Nu zij dat ook voor minder geld kunnen doen is France Telecom genoodzaakt in toenemende mate groei in het buitenland te zoeken.

Dat gebeurt voor de internationale zakelijke markt vooral via de alliantie met Deutsche Telekom en de Amerikaanse operator Sprint. Onder de naam Global One zit deze alliantie in 65 landen. Onder eigen of andere naam koopt FT zich op groeimarkten in, van België en Denemarken mobiel (Mobistar en Mobilix), Moldavië mobiel (Start) tot vaste telefonie in Senegal (CI-Telcom). Daarnaast wil FT proberen in zo veel mogelijke Europese landen actief te worden, zowel op de zakelijke als op de particuliere markt. Dat verklaart de belangstelling die Global One heeft om op de bedrijvenmarkt een concurrent te worden van PTT Telecom.

In die strategie past ook het bod dat FT zegt al in augustus te hebben uitgebracht op KNP kabeldochter Casema. Met 1 miljoen aansluitingen is dat een relatief grote vis voor FT: in heel Frankrijk zijn maar 2 miljoen kabelaansluitingen, waarvan FT er 440.000 op zijn naam heeft staan. Lyonaise des Eaux en CGE zijn op dit gebied groter maar France Telecom noemt zich de 'leader en France' met betaaltelevisie, misschien omdat het bedrijf ook infrastructuur aan de andere operateurs levert en medeoprichter is van TPS (een pay-per-view-boeket tv-netten per satelliet).

Zolang de onderhandelingen met KPN en Rabobank niet zijn afgerond wil France Telecom niets zeggen over zijn bedoelingen met Casema.

Deutsche Telekom en Sprint doen aan dit bod niet mee, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat de grootste telefoon-ondernemer van Europa straks alleen maar televisiebeeldjes door de gemoderniseerde kabels van Casema gaat verkopen.

Of de klanten van Casema blij moeten zijn met deze nieuwe eigenaar wordt afwachten. Het aandeel France Telecom is met veel glamour aan de kleine man gebracht, maar het begrip service blijft voor veel FT-werknemers een mystiek fenomeen. Zoals een medewerker me vorige week in een spiksplinternieuwe telefoonwinkel zei: “Service? Dat kan niet meer. We zijn nu privaat.”