Film en expositie over Phantom of the Opera; Melodrama zonder geluid

The Phantom of the Opera, met film en orkest: 31 okt t/m 2 nov Theater aan de Parade Den Bosch; 4 nov Muziekcentrum Vredenburg Utrecht;

5 nov Dr Anton Philipszaal Den Haag; 7 nov Oosterpoort Groningen; 9 nov Muziekcentrum Frits Philips Eindhoven; 10 nov Carré Amsterdam. Inl 020-4206276.

Tentoonstelling: 1 nov t/m 4 jan in het Noordbrabants Museum, Verwersstraat 41, Den Bosch. Toegang ƒ 10.

Inl. 073-6877800.

Zelden begon een schrijver zijn boek met zo'n sterke openingszin: “Het spook van de Opéra heeft werkelijk bestaan.” Gaston Leroux, de auteur van Le Fantôme de l'Opéra, kon immers als geen ander weten dat het spook zijn eigen verzinsel was. Terwijl hij er zijn lezers aan herinnerde dat de Parijse burgerij rond de laatste eeuwwisseling maandenlang in de ban was geweest van de speculaties over een weerzinwekkend creatuur in de spelonken van de nieuwe Opéra, wist hij dat niets minder waar was. Leroux, de vroegere onderzoeksjournalist die zich had geworpen op de productie van populaire romans, was een geniaal fabulant. Met één boek slaagde hij erin een legende te creëren.

En toch was zijn Spook van de Opera misschien allang weer in de vergetelheid weggezakt als de Amerikaanse filmproducent Carl Laemmle niet in 1924 in Parijs op zoek was geweest naar nieuwe inspiratie voor zijn in griezelfiguren gespecialiseerde ster-acteur Lon Chaney. De als een onderzoeksverslag geschreven roman Le Fantôme de l'Opéra, verschenen in 1911, was in Frankrijk behoorlijk verkocht, maar geen blijvende bestseller geworden. Pas toen Laemmle er een film in zag, en die film een sensationeel kassucces werd, groeide het huivering- en tegelijk zo deerniswekkende monster uit tot een wereldberoemd wezen.

Chaney wist overigens precies hoe dat moest. Contractueel had hij laten vastleggen dat er geen publiciteitsfoto's in omloop zouden komen van zijn uitdossing. De schok, als de lieflijke zangeres Christine hem zijn mombakkes afneemt, moest hard aankomen. En dat gebeurde, want in het flakkerende licht van de kaarsen keek zij - en de toeschouwer - in een mismaakt gelaat: haarslierten langs een torenhoog voorhoofd, brandende ogen boven een half verteerd wipneusje, brokkelige tanden in een mond als een druipsteengrot en vreemde vlekken op de perkamenten wangen. In de Amerikaanse bioscopen was volgens afspraak vlugzout aanwezig om de in zwijm vallende damesbezoekers weer op de been te brengen.

The Phantom of the Opera was, met zijn onheilspellend belichte massascènes en indringende close-ups, een melodramatisch meesterwerk zonder geluid. Terwijl het nu juist gaat over muziek - over het door zijn uiterlijk gekwelde spook, dat wanhopig tracht een nieuw, jong sopraantje tot het zijne te maken door in zijn halfduistere kelder een opera voor haar te componeren. Des te meer indruk moet het noodlottige verhaal maken als het Noord-Nederlands Orkest er tijdens de komende projectie-tournee meeslepend bij musiceert. De dirigent is de in zulke filmvoorstellingen met levende muziek zeer bedreven Carl Davis; hij verwerkte in zijn partituur passages uit de Faust van Gounod, waarvan in de film scènes te zien zijn, en andere opera's die geliefd waren in het laat-negentiende-eeuwse Parijs.

Daarbij heeft het Noordbrabants Museum in Den Bosch een tentoonstelling ingericht met intrigerende parafernalia, zoals de heuse cape die Lon Chaney droeg in de film, en de exuberante kostuums uit de musical-productie die Joop van den Ende drie jaar lang een volle zaal bezorgden in het Circustheater in Scheveningen. Die musical, van Andrew Lloyd Webber, heeft het drama aan het eind van de twintigste eeuw wederom nieuw leven ingeblazen - met als curieus gevolg dat niemand het nu in Nederland meer over het vroeger zo vermaarde Spook van de Opera heeft. Ook hier heeft, tot in de titel van de tentoonstelling, de Engelstalige benaming het gewonnen.