De pensioenvermogens zijn niet van de gepensioneerden

De Nederlandse pensioenfondsen kunnen zich in een ogenschijnlijke weelde baden. Een belegd vermogen van 700 miljard gulden! Daar valt dus wat te halen denken velen en ook de gepensioneerden lobbyen om dit 'stille goud' (NRC Handelsblad 22 oktober) in hun bezit te krijgen. Maar er is een probleem: het geld is niet van de gepensioneerden.

Het was een tiental jaren geleden vooral FNV-voorman Herman Bode die de werknemers warm heeft gemaakt voor een andere opvatting. Het zijn de centen van de gepensioneerden, was zijn slogan. Misschien had Bode destijds al meer bereikt indien hij niet over centen, maar over miljarden had gesproken. Een feit is dat pas de laatste jaren de druk van gepensioneerden voor directe medezeggenschap in de besturen van pensioenfondsen echt zwaar wordt.

Daarbij hebben de gepensioneerden natuurlijk ook het politieke tij mee, want sinds het echec van het CDA bij de Kamerverkiezingen in 1994 (gevolg van het feit dat het CDA de AOW ter discussie wilde stellen) durft geen enkele politieke partij nog stelling te nemen tegen de opvattingen die gepensioneerden innemen. De principiële vraag of het wenselijk of nodig is gepensioneerden tot de pensioenfondsbesturen toe te laten kan dan al bijna niet meer worden gesteld.

Toch is daar alle reden voor. Het is nog maar kort geleden, in 1989-90, dat een principiële discussie over die vraag is gevoerd. De aanleiding was het door D66 bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel dat tot doel had gepensioneerden het recht op een zetel in de pensioenfondsbesturen te geven. Dat voorstel is toen echter ingetrokken, nadat zowel de SER, als de Stichting van de Arbeid, als de toenmalige staatssecretaris van Sociale Zaken (De Graaf) scherpe kritiek op deze toelating van gepensioneerden in het pensioenfondsbestuur had geleverd. Het fundamentele bezwaar was dat pensioenfondsen een sociaal samenwerkingsverband vestigen tussen werkgevers en werknemers ter uitvoering van de arbeidsvoorwaarde pensioen.

De afspraken omtrent het pensioen komen tot stand in het arbeidsvoorwaardenoverleg en daarom zou de samenstelling van de besturen van pensioenfondsen daarvan een afspiegeling moeten zijn. Zo is het thans ook geregeld: de pensioenfondsbesturen bestaan voor de helft uit werkgeversvertegenwoordigers en voor de helft uit werknemersvertegenwoordigers. Het recht op een bestuurszetel speciaal voor gepensioneerden was destijds niet haalbaar. In plaats van directe vertegenwoordiging in de besturen, is in 1990 voor gepensioneerden wel een zwakkere vorm van betrokkenheid bij het pensioenfonds vastgelegd. Gepensioneerden kregen het recht via deelnemersraden advies uit te brengen aan de besturen van de pensioenfondsen.

Daarnaast werd in de wetgeving ook vastgelegd dat de besturen van pensioenfondsen bij hun besluiten op evenwichtige wijze met alle belanghebbenden rekening dienen te houden, zulks teneinde te voorkomen dat besluiten eenzijdig ten nadele van een bepaalde groep (bijvoorbeeld de gepensioneerden) zouden uitpakken.

In een op 16 oktober gesloten convenant tussen de Stichting van de Arbeid en ouderenorganisaties is met name ruimte geschapen voor een volwassener positie van deelnemersraden en dat is een goede zaak. Wegens het ontbreken van financiële middelen en scholingsfaciliteiten voor de deelnemersraad, het ontbreken van beroepsmogelijkheden bij de rechter tegen besluiten van het pensioenfondsbestuur en zelfs het ontbreken van het recht voor gepensioneerden hun eigen vertegenwoordigers in de deelnemersraad te benoemen (het is toegestaan het benoemingsrecht van gepensioneerden te geven aan de werknemersorganisaties), was de deelnemersraad toch vooral een papieren tijger. Het convenant wil op deze punten een verbetering bewerkstelligen.

Het is de vraag of gepensioneerden veel meer moeten willen afdwingen. Natuurlijk, pensioenfondsen hebben veel geld. Maar in beginsel heeft niemand, niet de werkgevers, niet de actieve werknemers en niet de gepensioneerden recht op dat geld als zodanig. Gepensioneerden hebben een recht op pensioen volgens de pensioenreglementen van de pensioenfondsen, maar zij hebben niet daarnaast nog een aanspraak op het pensioenvermogen als zodanig. Ook wanneer de pensioenrechten bij een verzekeringsmaatschappij zijn ondergebracht, gaan de gepensioneerden toch niet een deel van de winst van de verzekeraar claimen? De verdere wijze van financiering van het pensioen en de premie die daarvoor wordt betaald - of eventueel niet wordt betaald bij een zogenaamde premie-holiday - is dan een kwestie die in het arbeidsvoorwaardenoverleg bepaald wordt en ook daar alleen thuishoort. Dat zou niet verstoord behoren te worden door zeggenschap van gepensioneerden. Bovendien: als men gepensioneerden tot de besturen toelaat, wat doet men dan met andere belanghebbenden, zoals de ex-deelnemers met een premievrij uitgesteld recht op pensioen?

Dat is ook nog eens een in aantal veel grotere groep dan de gepensioneerden. Er zijn nog wel meer groepen met een specifiek eigen belang te onderkennen, zoals vrouwen, arbeidsongeschikten, flex-werkers of alleenstaanden. Uit een oogpunt van gelijke behandeling kan men toch moeilijk alleen maar rechten aan gepensioneerden geven.

Op zich kan het pensioenfondsbestuur een zekere beleidsvrijheid hebben bij de besteding van overreserves in het pensioenfonds. Bij de invulling van die beleidsvrijheid waarborgt de norm dat op evenwichtige wijze met alle belanghebbenden rekening moet worden gehouden, dat gepensioneerden niet onredelijk worden gedupeerd, hoewel het ontbreken van een beroepsmogelijkheid bij de rechter voor deelnemersraden geen effectieve rechtsbescherming biedt indien toch (vermeende) onredelijke besluiten worden genomen. Bij de besteding van overreserves lijkt mij er veel voor te zeggen dat allereerst de ingegane pensioenen worden geïndexeerd. Er moet dan rekening mee worden gehouden dat ook de ex-deelnemers met een premievrij recht eveneens een indexering krijgen op basis van gelijke behandelingsvoorschriften in de pensioenwetgeving. Zo'n primaat voor indexering zou ook in de wet kunnen worden vastgelegd om elke discussie hierover uit te sluiten. Dan krijgen gepensioneerden waar zij recht op hebben: een geïndexeerd pensioen. Indien er vervolgens ook nog gelden terugvloeien naar de werkgever lijkt dat niet zo bezwaarlijk, zeker niet indien de werkgever daartegenover garant staat voor eventuele ontstane tekorten. Want het lijken nu allemaal wel gouden bergen. Als het straks tegenzit door de vergrijzing en door eventueel mindere beleggingsopbrengsten, kunnen er ook diepe dalen komen.