D66'er Thom de Graaf komt met initiatief-wetsvoorstel: Zware straffen voor rassendiscriminatie

Racisme moet zwaarder worden gestraft, onder meer met het tijdelijk ontnemen van het kiesrecht, vindt D66. Kamerlid Thom de Graaf verwacht hiervan een preventieve werking

DEN HAAG, 30 OKT. Het Tweede-Kamerlid De Graaf (D66) wil de rechter “de mogelijkheid geven om mensen die zich schuldig maken aan stelselmatige rassendiscriminatie het actief en passief kiesrecht tijdelijk te ontnemen”. Dat betekent dat ze in een bepaalde periode niet mogen stemmen of zich mogen laten kiezen in een gemeenteraad, Provinciale Staten, of de Tweede Kamer. Ook zou de straf voor dit vergrijp moeten worden verhoogd van één naar twee jaar aan gevangenisstraf.

De Graaf heeft hiertoe een initiatief-wetsvoorstel gemaakt dat hij over enige tijd bij de Tweede Kamer zal indienen. Eerst wil hij er diverse minderhedenorganisaties commentaar op laten leveren.

Uitsluiting van het kiesrecht is volgens de grondwet nu alleen mogelijk als sanctie op ondemocratisch en staatsvijandig gedrag. Volgens De Graaf vallen “aanhoudende discriminatie en aanzet tot rassenhaat” hieronder. Voor incidentele uitingen van rassenhaat, zoals discriminerende uitingen op straat, wil de D66'er de bestaande straf, maximaal één jaar cel, niet veranderen, omdat hij die “hoog genoeg” vindt.

In een toelichting op zijn voorstel zegt De Graaf van zijn voorstel een preventieve werking te verwachten. Ook ziet hij het als bijdrage aan de bestrijding van angst voor discriminatie onder minderheden, “die volgens onderzoekers een rem vormt op integratie”.

Zijn voorstel volgt op een eerder pleidooi om volksvertegenwoordigers die zich schuldig maken aan rassendiscriminatie, de parlementaire onschendbaarheid te ontnemen. Die discussie liep nergens op uit, aldus De Graaf. Maar minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) liet zich volgens het Kamerlid toen ontvallen wel iets te voelen voor het schrappen van het kiesrecht voor mensen die zich aan rassendiscriminatie schuldig maken. Omdat Dijkstal vervolgens niet zelf met zo'n wetsvoorstel kwam, volgt nu het initiatief van De Graaf.

Veel van degenen tegen wie uw voorstel gericht is, stemmen niet eens. Hoe kunt u dan verwachten dat er een preventieve werking van uit gaat?

“Het gaat mij vooral om het passieve kiesrecht, maar dat valt grondwettelijk nu eenmaal niet los te koppelen van het actieve kiesrecht. Door mijn voorstel worden mensen getroffen die, zo is uit onderzoek van (de Leidse onderzoeker, red.) Van Donselaar gebleken, door hun extreme opvattingen niet of nauwelijks aan een maatschappelijke carrière toekomen, maar wel een politieke carrière volgen door in een gemeenteraad te gaan zitten. Dat zijn de partijpolitieke agitatoren die zich schuldig maken aan structureel racistisch geweld. Voor die groep kan zo'n strafmogelijkheid wel degelijk preventief werken.”

U zegt niet organisaties te willen aanpakken, maar individuen. Maar pakt u via een omweg toch niet de organisaties aan, die door uw voorstel mogelijkerwijs hun volksvertegenwoordiger kwijt raken?

“Nee, want daarmee hoeft de organisatie nog niet te worden opgeheven. Ik zie grote bezwaren tegen het aanpakken van hele organisaties in de vorm van een verbod, omdat dan het gevaar dreigt dat ze ondergronds gaan. Overigens ben ik wel voor een verbod van CP'86, die door de rechter is veroordeeld als criminele organisatie.”

Bestaat niet het gevaar dat de rechter steeds meer gevallen als uiting van rassendiscriminatie gaat zien, en daarmee de vrijheid van meningsuiting wel erg in het gedrang brengt?

“Nee, want mijn voorstel gaat over structurele rassendiscriminatie, het herhaaldelijk en opzettelijk plegen van het delict. Nu is het nog zo dat de anti-discriminatieartikelen in het wetboek van strafrecht vrij algemeen zijn omschreven. Ze zijn zo algemeen gesteld dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen het incident en het stelselmatig misbruiken van de vrijheid van vereniging en van meningsuiting voor bijvoorbeeld politieke agitatie tegen minderheidsgroepen. Vandaar mijn omschrijving dat het om personen moet gaat die van de rassendiscriminatie 'een beroep of gewoonte maken' of het delict 'in vereniging met meerdere personen' begaan.”