Beursfraude maakt grote beleggers puriteinser

In het onderzoek naar fraude bij commissionair Leemhuis & Van Loon onderzoekt justitie ook of steekpenningen zijn betaald. De affaire kan gevolgen hebben voor de interne controle bij grote klanten als pensioenfondsen, zo luidt de verwachting in financiële kringen.

AMSTERDAM, 30 OKT. Nog maar net in het vak begonnen, kreeg de beheerder van vele miljarden guldens vermogen een effectenhandelaar aan de lijn. ,Ik heb voor je ingeschreven op nieuwe obligaties, en die gisteren weer verkocht. De winst van vierhonderd gulden is voor jou.” Leuk, dacht de geldbeheerder, die het ook zijn baas vertelde. “Volgende keer moet je vooraf vierhonderd gulden vragen”, zei zijn baas “en dan sta je direct op straat”.

Dat was medio jaren tachtig. De verdenkingen van justitie tegen het effectenkantoor Leemhuis & Van Loon, dat van beursfraude en witwaspraktijken wordt verdacht, leggen de vinger op de relatie tussen effectenkantoren en hun grote klanten: de professionele beleggers, zoals pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen.

Deze miljardenbeleggers zorgen voor de grote effectenorders en de provisies die daarmee zijn gemoeid. “Zij bepalen of de baas van een effectenkantoor in een Jaguar rijdt of niet”, zegt een bankdirecteur. Dinertjes en douceurtjes openen deuren. “Zeker in de jaren tachtig zaten vermogensbeheerders bij pensioenfondsen nog op tuttensalarissen”, zegt een effectenhandelaar. “Hun beursorders waren goed voor miljoenen guldens provisie van effectenkantoren, terwijl zij zelf op een salaris van 60.000 gulden zaten.”

Uit het feit dat justitie tegen Leemhuis & Van Loon ook de verdenking van steekpenningen koestert leiden financiële experts af dat geld werd betaald aan klanten om met het kantoor zaken te doen. In de jaren negentig heeft de Amsterdamse effectenbeurs verschillende van deze affaires meegemaakt. Een schandaal in 1991 rondom drie effectenkantoren die betrokken waren bij fraude bij het pensioenfonds van de Gasunie was het grootste.

De beheerder van dat pensioenfonds deed zaken met een handelaar die winstgevende transacties aan het eind van de dag op de privé-rekening van de beheerder boekte, terwijl verlieslatende transacties bij het pensioenfonds terechtkwamen. Deze handelaar werd gesnapt, moest vertrekken, maar kon vervolgens gemakkelijk bij een ander effectenkantoor aan de slag komen, waar het financiële bedrog nog een tijdje ongehinderd kon doorgaan.

De Gasunie-affaire zorgde voor een verscherping van de voorschriften op de beurs. Een effectenkantoor is sinds 1993 verplicht bij het vertrek van een medewerker diens nieuwe werkgever op de effectenbeurs te informeren over eventuele bezwarende informatie.

De Gasunie-affaire kostte twee van de drie effectenkantoren het zelfstandig voortbestaan. Zij waren te veel in opspraak geraakt om het vertrouwen van professionele klanten te houden.

In financiële kringen wordt verwacht dat de nieuwste affaire gevolgen zal hebben voor de interne controle bij grote klanten, zoals pensioenfondsen. Eerdere beursschandalen hebben hier en daar al tot formele regels geleid, bijvoorbeeld voor het aannemen van cadeautjes.

Affaires als deze leiden automatisch tot vragen in de besturen van de miljardenbeleggers. Waarom doen wij eigenlijk zaken met beursbedrijf X? Is het zo goed, of kennen wij de betrokken handelaar gewoon al vijftien jaar?

Met name kleinere effectenkantoren kunnen daar last van krijgen, zo is bij sommigen de verwachting, doordat zij vaker in zulke affaires figureren.

Het pensioenfonds van Shell liet deze week al weten de relatie met Leemhuis & Van Loon te bevriezen. Andere grote klanten laten zich in vergelijkbare bewoordingen uit. Steun zolang er niets bewezen is, maar op dit moment even geen grote zaken doen.

“In Amerika geven grote pensioenfondsen een effectenkantoor een rapportcijfer”, weet een handelaar. “Voor alle aspecten krijg je punten: kwaliteit van beleggingsresearch, de uitvoering van orders, het niveau van de service. Objectieve criteria maken het transparanter. Hoe meer punten, hoe hoger een effectenkantoor in de rangorde voor beursorders.”

Een grote belegger, die naar eigen zeggen formele voorschriften hanteert en in de branche “puriteinser regels” verwacht, plaatst tevens een kanttekening. “Het gaat om de geest van de regels, niet om de letter. Amerika is vergeven van regels en advocaten, maar daar lukt het ook niet om dit te voorkomen.”