VS zien nadelen Chinese groei

President Clinton ontmoet de Chinese leider Jiang Zemin. Problemen, met name in de economische relaties, komen aan de orde.

PEKING, 29 OKT. “Welke Amerikaanse arbeider is bereid onder deze omstandigheden te werken?” De manager van de tasjesfabriek wacht het antwoord niet af. Het moge duidelijk zijn: niemand, behalve werkloze boerenmeisjes uit China. Een tiental van hen knipt fototasjes van zwart leer voor een Japans-Amerikaans bedrijf. Sommigen zitten al zo lang voor de ingang van de werkplaats, een schuur zonder ramen in een vervuilde buitenwijk van de havenstad Tianjin, dat hun enkels verdwijnen in het zwarte restmateriaal.

Twintig anderen plakken en naaien de tasjes in elkaar. Een secuur klusje dat met snelheid dient te gebeuren, want over een week staat de Chinese 'tussen'-baas weer voor de deur om een bestelling van vijftienduizend stuks af te halen. Alleen de naaimachines, de knippende scharen en een klagende baas zijn hoorbaar.

Het Amerikaanse bedrijfsleven kiest voor dergelijke goedkope Chinese arbeid. Dat is noch een verdienste van China noch de schuld van China, maar een kwestie van een simpele keuze in een wereld waar vraag en aanbod de economische gang van zaken bepalen.

Het is één van de argumenten van de Chinese regering tegen de Amerikaanse onvrede die bestaat over het enorme handelstekort dat het land met China heeft. Het is een dikwijls uitgesproken boodschap, waar de Verenigde Staten weinig gevoelig voor lijken. En het is ook zeer de vraag of president Jiang Zemin tijdens het bezoek dat hij momenteel aan de VS brengt, het Amerikaanse publiek, voorzover het er een mening over heeft, op andere gedachten kan brengen.

Dat publiek immers, denkt uitsluitend nadelen te ondervinden van de groeiende Chinese markt. De eerste zeven maanden van dit jaar is de export van Chinese goederen naar de VS gestegen met 26 procent, tot 27 miljard dollar, terwijl de export van Amerikaanse goederen naar China over dezelfde periode met slechts 0,3 procent is toegenomen, tot 5,8 miljard dollar. Volgens Amerikaanse prognoses zal die discrepantie aan het einde van dit jaar resulteren in een handelstekort van bijna vijftig miljard dollar in het nadeel van de VS.

Chinese economen zijn het met die berekeningen niet eens. Zij hanteren een bedrag van om en nabij tien miljard dollar omdat de export vanuit Hongkong huns inziens niet mag worden meegerekend (de VS doen dat wel).

Pagina 19: 'VS schuld aan tekort met China'

Volgens de toonaangevende Chinese econoom Yang Fan leidt de discussie over methoden van berekening van de Amerikaans-Chinese handel de aandacht af van wat volgens hem het belangrijkste is: de aard van de veranderingen van het Amerikaanse economisch bestel.

“De Amerikaanse economie ondergaat een proces van transitie, van het industriële tijdperk naar dat van de informatie technologie. Vrijwel alle arbeidsintensieve bedrijven in Amerika hebben zich verplaatst naar de lage-lonenlanden, waaronder China”, aldus Yang in het Engelstalige dagblad China Daily. “Dat is vooral in het voordeel van de Amerikaanse consumenten, die minder hoeven te betalen voor hun producten. Dat door dit proces het aantal werklozen in de VS is toegenomen is vanzelfsprekend. Maar dat komt niet door de export van Chinese producten naar de VS. Het is het simpele gevolg van de keuzes die de 'captains of industry' in de VS gemaakt hebben. Geef China daar niet de schuld van.”

China neemt het de VS kwalijk dat het de levering van hoogwaardige Amerikaanse technologie aan China tegenwerkt. Volgens veel Chinese economen is ook dat een belangrijke reden voor het hoogte van het handelstekort. Als Washington het Amerikaanse bedrijfsleven zou toestaan hoogwaardige technologie aan China te verkopen, zou de groeiende handelskloof tussen beide landen snel kunnen worden gedicht, zo luidt de redenering.

Volgens de Chinese minister van Buitenlandse Handel, Wu Yi, ligt daar ook de kracht van beide landen. “We vullen elkaar aan.” Want de arbeidsintensieve producten die China naar de VS exporteert, zoals kleding, speelgoed en huishoudelijke apparaten, zouden geen bedreiging zijn voor de communicatiesystemen, vliegtuigen en supercomputers uit de Verenigde Staten.

De VS evenwel twijfelen. Ondanks het ongeduld onder de Amerikaanse bedrijven, met name zij die kunnen verdienen aan de bouw van kerncentrales in China, weerhouden geruchten over de levering van Chinese nucleaire wapentechnologie aan landen zoals Iran en Pakistan - wat China ontkent - en het gebruik van Amerikaanse supercomputers voor militaire doeleinden, Washington ervan het verbod tegen de levering van dergelijke technologie aan China op te heffen.

China heeft daar geen begrip voor. Veel krantenpagina's van China's gecontroleerde pers worden gevuld met artikelen die Amerikaanse verdenkingen ten aanzien van China moeten weerleggen. “China wacht af tot het wordt ontdekt door de VS”, luidt de kop boven een artikel van de hand van de woordvoerder van Buitenlandse Zaken, Cui Tiankai.

Hij is geïrriteerd over de inhoud en toon van de Amerikaanse media wanneer het over China gaat. Die is volgens Cui ongepast en gebaseerd op onkunde. Bovendien vormt China voor niemand een bedreiging, noch op economisch noch op militair gebied. Dat kan het land zich volgens de Chinese econoom en politicoloog Du Fangli niet permitteren. “China is een ontwikkelingsland dat al zijn energie nodig heeft voor de ontwikkeling van een gespreide stabiele economie.” Een land waar nog altijd zestig miljoen mensen onder de armoedegrens leven en waar 1,2 miljard mensen tien keer minder produceren dan 230 miljoen Amerikanen, dat kan toch geen bedreiging vormen voor de wereldeconomie?

Het is een argument dat ook regelmatig te beluisteren valt als het gaat om de toelating van China tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO), een wens die China al ruim tien jaar koestert. De VS zijn daar tegen zolang China zijn markten niet verder opent voor Amerikaanse producten. Maar volgens China is het daartoe niet in staat.

Vice-premier Zhu Rongji, de hoofdverantwoordelijke voor het Chinees economisch beleid, noemde het vorige maand tijdens de jaarvergadering van IMF en Wereldbank in Hongkong zelfs “onredelijk” van China te verwachten, nota bene een ontwikkelingsland, bepaalde protectionistische maatregelen op te heffen, zolang het nog druk doende is zijn economie te hervormen. “We hebben tijd nodig voor de herstructurering van het verlieslijdende staatsaandeel van de economie”, aldus Zhu. Bovendien vreest China de concurrentie van buitenlandse bedrijven binnen, wat het noemt, de strategische sectoren van de economie, zoals het bankwezen en de telecommunicatie.

Het conflict over de verschillende rechten en plichten die bestaan tussen rijke en arme landen, wordt ook gevoed door het diepgewortelde idee in China dat de kapitalistische wereld, met name de VS, bij de Derde Wereld in het krijt staat. Een voorbeeld daarvan staat in een artikel in de Beijing Review, waarin Europa wordt verweten “China nooit betaald te hebben voor de [Chinese] uitvindingen van het buskruit, het kompas en het papier.”

“Wees China behulpzaam en geef het de tijd zich te ontwikkelen in het tempo dat het zelf goed acht. Daar zal de hele wereld van mee kunnen profiteren”, zegt Du Fangli.