Vermeend ziet weldra nieuwe basis pensioen

ROTTERDAM, 29 OKT. Uiterlijk volgende maand moet duidelijk zijn of Nederland een pensioenstelstel krijgt op basis van het laatstverdiende loon of op basis van het gemiddeld verdiende salaris. Dat blijkt uit antwoorden van staatssecretaris Vermeend (Financiën) gisteren op mondelinge vragen in de Tweede Kamer.

De pensioenvoorstellen van Vermeend moeten een einde maken aan de steeds grotere onzekerheid in de pensioenwereld over de fiscale behandeling van premies voor het aanvullend pensioen. Een advies van een club ambtenaren (onder leiding van directeur-generaal Witteveen van het ministerie van Financiën) van twee jaar geleden, waarin werd gepleit voor verruiming van de mogelijkheden om betaalde premies voor de belasting af te trekken, werd een jaar later gevolgd door een voorstel van staatssecretaris De Grave (sociale zaken) om de aftrek van pensioenpremies juist te beperken.

Op dit moment heeft het merendeel van de werknemers in Nederland een aanvullend pensioen dat is gebaseerd op het laatstverdiende salaris (eindloon). In de vorig jaar verschenen nota 'Werken aan Zekerheid' pleit De Grave er voor om het aanvullend pensioen te gaan baseren op het gemiddeld tijdens de loopbaan verdiende salaris (middelloon). Om die overstap te stimuleren, stelde De Grave voor om de aftrek van pensioenpremies te beperken tot het percentage dat nodig is voor de opbouw van een middelloonpensioen.

Hoewel de voorstellen van De Grave zowel in de pensioenwereld als bij de sociale partners tot veel kritiek leidden, zijn veel bedrijven door de discussie wel op het idee gekomen om hun pensioenstelsel aan te passen. Uit recente beloningsenquêtes van onder andere adviesbureau Berenschot blijkt dat de helft van de ondervraagde ondernemingen binnen vijf jaar naar een flexibeler pensioensysteem wil. Veel bedrijven zijn al bezig met het omzetten van hun VUT-regelingen naar een stelsel van pré-pensioen, waarbij werknemers zelf sparen voor de mogelijkheid om eerder op te houden. Omdat grote groepen werknemers door die overgang naar pré-pensioen met een lagere uitkering te maken krijgen, willen veel werkgevers de mogelijkheid bieden om extra bij te sparen. Onder de huidige wetgeving zijn de fiscale aftrekmogelijkheden echter aan een maximumpercentage per jaar gebonden. Een bedrijf als Unilever, dat twee jaar geleden een volledig nieuwe pensioenregeling ontwikkelde, heeft door de vertraging in wetgeving vooralsnog moeten afzien van invoering van het flexibel pensioen.