Verboden toegang

In Moskou verscheen bij uitgeverij Delo het eerste Russische leerboek econometrie. Het boek is van Nederlandse origine; Jan Magnus, hoogleraar econometrie aan de Katholieke Universiteit Brabant, exporteerde zijn vak naar Moskou en schreef het boek samen met twee Russische assistenten.

Econometrie is er zo nieuw dat docenten uit heel Rusland een en ander nader kregen uitgelegd tijdens een internationale workshop in Sotsji aan de Zwarte Zee. De badplaats waar de communistische partij en de vakbonden hun loyaalste leden op vakanties trakteerden opdat men daarna weer fit was voor de strijd. De 'First Sochi Workshop in Econometrics' vindt onderdak in Sanatorium Pravda, een neoclassicistisch gebouw dat aan de Rivièra niet zou misstaan. Op het eerste gezicht lijkt het een door de revolutie op een Russische prins veroverd paleisje dat betere tijden heeft gekend. In werkelijkheid is de 'buitenplaats' gebouwd in de jaren dertig toen Stalins dictatuur hoogtij vierde. De palmen en cypressen er omheen en een feestelijk klaterende fontein zorgen, ondanks het verval, nog steeds voor allure van verrassend 'burgerlijke' snit. Een ideale plek om collega's te ontmoeten en meer te horen over de achtergronden van elkaars werk. Maar het westerse enthousiasme over de fraaie locatie wordt snel getemperd als blijkt dat alleen de Russen in Pravda welkom zijn en alles buiten het conferentiezaaltje voor ons buitenlanders verboden gebied is. Slechts per auto kunnen wij de wachtpost passeren om afgeleverd en opgehaald te worden aan de achterkant van het hoofdgebouw, waar een zaal gereserveerd is voor de workshop, met inbegrip van de welkomstborrel en het slotdiner. We mogen niet met de Russische deelnemers in het sanatorium eten, laat staan een partijtje tennissen op het 20 hectare grote terrein of zwemmen bij het privé-strand.

Voor het zware traliehek dat de entree vormt heeft hierover een stevige woordenwisseling plaats met Valéri Makarov, lid van de Russische Academie van Wetenschappen. Magnus vraagt zich hardop af of de bevoegde Europese instanties in de toekomst dit soort projecten nog zullen meefinancieren als het internationale karakter zo gekortwiekt wordt. Makarov reageert furieus: “Dan niet, Rusland is een groot land”.

De hoop op meer contact met collega's uit verschillende windstreken van dat enorme land dat al zo lang geïsoleerd was vervliegt in rap tempo; het programma laat nauwelijks ruimte voor een serieus gesprek. Langzaam wordt het 'waarom' van dit alles duidelijk: Pravda is niet meer het sanatorium van de gelijknamige partijkrant. Sinds een paar jaar is het van de FSB, de federale dienst voor staatsveiligheid, de opvolger van de KGB. Russische spionnen die in het buitenland werken mogen in deze beschermde omgeving op verhaal komen. De workshop is er alleen maar georganiseerd omdat het er goedkoop is, verzekeren de organisatoren ons.

De stemming onder de Russische deelnemers is uitstekend. Zij genieten merkbaar van de stimulerende ambiance waarin ze elkaar ontmoeten. “Is het hotel niet goed?” vragen ze ons, of: “Is het eten niet goed?” en halen na de verzekering dat het daaraan niet schort, hun schouders op. Ze beseffen niet dat een workshop meer dient te zijn dan een verzameling lezingen. Intussen behandelen de lokale organisatoren de buitenlandse gasten als onmondige kinderen en laten, net als in de Sovjet-tijd, naar believen regeltjes op hen los.

Maar wie negen dagen vastzit in Sotsji waar niets te beleven is, wordt inventief en de mogelijkheid om op het privé-strand spionnen te ontmoeten à la George Blake, de grote Sovjet-spion van Nederlandse afkomst, lokt. We vonden, het leek veelbelovend, een in paarsrood gestoffeerde bar, opgesierd met yin-yang tekens; fraai decor voor een ontmoeting met een charmante schurk m/v. Maar zij waren zwemmen. Sommigen, in tanga, doen ons vermoeden dat ze operationeel zijn in de landen rond de Middellandse Zee.

Onze subversieve speurtocht kwam ons op huisarrest te staan: voor straf een dag niet naar de workshop.