Uitbannen kinderwerk vergt meer dan boycot

Kinderarbeid is met een verbod of boycot moeilijk te bestrijden. Op een conferentie in Oslo wordt geconcludeerd: “Je moet een alternatief kunnen bieden.”

OSLO, 29 OKT. Kinderarbeid is niet los te zien van sociale, economische en maatschappelijke problemen in een land. Na de eerste dagen van de internationale conferentie over kinderarbeid in Oslo overheerst onder de deelnemers de mening dat een nieuwe, 'holistische' benadering vereist is om het probleem echt te kunnen uitbannen.

“De uitbuiting van kinderen door arbeid is een groeiend probleem, maar gelukkig neemt ook de bezorgdheid hierover toe.” Met deze woorden opende Hilde Frafjord Johnson, de Noorse minister van Ontwikkelingszaken en Mensenrechten, maandagochtend de conferentie in Oslo. Ze gaf in haar toespraak de aanzet voor de nieuwe benadering. “Bestrijding van kinderarbeid is niet alleen een zaak van politieke beslissingen en goede wetgeving, maar gaat vooral om armoedebestrijding en een positieve sociale verandering”, benadrukte ze.

De conferentie, waar regeringsvertegenwoordigers uit veertig landen, maar ook vakbonden, belangengroepen en mensenrechtenorganisaties aanwezig zijn, borduurt voor een deel voort op een conferentie in Amsterdam, eerder dit jaar. Daar werd vooral gesproken over de meest kwalijke vormen van kinderarbeid, zoals kinderslavernij en -prostitutie. De International Labour Office (ILO), samen met Unicef organisator van de conferentie, bereidt een conventie voor die de meest erge vormen van kinderarbeid verbiedt. De bedoeling is dat de nieuwe ILO-conventie in 1999 door zoveel mogelijk (ontwikkelings)landen wordt aangenomen.

Wereldwijd werkt ruim een kwart miljard kinderen. Dat meldt de International Labour Office. De helft van de kinderen werkt full-time, en eenderde valt onder meest kwalijke vormen van kinderarbeid die de ILO wil gaan verbieden.

Toch bestaan er al internationale verdragen die kinderarbeid verbieden. Zo is er een ILO-conventie uit 1973 die tot doel heeft alle kinderarbeid uit te bannen. Slechts 52 landen hebben deze conventie echter geratificeerd. De VN-conventie over de rechten van het kind kent een groter draagvlak. Tot nu toe hebben alleen de Verenigde Staten en Somalië het verdrag niet aangenomen, alle andere 191 landen wel.

Bovendien is goedkeuring van een verdrag niet voldoende. In Oslo is deze week duidelijk geworden dat er behoefte bestaat aan een sanctiesysteem, zodat naleving van verdragen effectiever afgedwongen kan worden.

Wetgeving is belangrijk als basis voor onderhandeling, meent Martha Santos Pais, hoofd van de afdeling Evaluatie, Beleid en Planning van Unicef. Maar het moet volgens Pais niet meer dan een raamwerk zijn waarbinnen echte vooruitgang kan worden geboekt. “Kinderen alleen uit arbeid bevrijden, heeft geen zin. Vaak komen ze dan juist in nog slechter werk terecht. Je moet ze een alternatief kunnen bieden,” aldus Pais. Alternatieven, zoals het bieden van onderwijs, hebben volgens Pais alleen zin wanneer de maatschappij ook verandert. “Kinderarmoede is een sociaal probleem”, zegt Pais. Ze hoopt dat de conferentie een grotere bewustwording teweeg zal brengen, zodat kinderarbied niet alleen een zaak is van kinderen. Ook in het concept-actieprogramma, dat morgen door regeringsvertegenwoordigers aangenomen zal worden, is veel ruimte voor een brede aanpak. Zo moet armoede tegelijk met kinderarbeid bestreden worden, maar moet ook de sociale bewustwording toenemen. “Bedrijven moeten inzien, net als regeringen, dat investeren in kinderen geen verspilling van tijd en geld is, maar een investering in de toekomst”, zegt Pais daarover. ADe rol van de maatschappij, de sociale mobilistatie, bepaalde gisteren de debatten. Ashraf Tabani, van de Pakistaanse werkgeversorganisaties, noemde het “een fundament voor een succesvolle aanpak van kinderarbeid”. Glenda Simms, directeur van het vrouwenbureau in Jamaica pleitte in een vurig betoog voor een groter verantwoordelijkheidsgevoel, wereldwijd.

De plannen in het actieprogramma zijn niet bedoeld als een blauwdruk voor alle landen met kinderarbeidproblemen, maar dienen als een concept dat per land ingevuld kan worden. Tekenend voor de mentaliteitsverandering die gaande is, is volgens Martha Pais dat boycotten niet meer aan de orde is. Pais: “Deze conferentie gaat over positieve maatregelen, niet over negatieve. Bovendien is de internationale gemeenschap er nu wel achter dat maar een klein deel van de kinderen aan exportgerichte arbeid deelneemt.”