Twijfel over akkoord Indonesië met IMF groeit

Indonesië is een van de Zuidoost-Aziatische landen waar economische hervormingen nodig zijn om na de regionale crisis het vertrouwen van investeerders te herwinnen. Onderhandelingen met het IMF verlopen echter moeizaam.

JAKARTA, 29 OKT. Nationale trots en streven naar politiek zelfbehoud strijden om voorrang bij de manier waarop de Indonesische president Soeharto de economische crisis in zijn land toegemoet treedt. Dat verklaart het moeizame verloop van de onderhandelingen van de Indonesische autoriteiten met het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Het is volgens veel waarnemers in Jakarta nog altijd de vraag of een akkoord kan worden bereikt over de noodzakelijke ingrijpende hervormingen, ofschoon bij het IMF in Washington gisteren nog geruststellende woorden werden gesproken.

De Indonesische regering riep drie weken geleden de hulp van het IMF in, nadat de roepia in een paar maanden tijd een derde van zijn waarde had verloren en de aandelenbeurs van Jakarta een no-go-area was geworden voor buitenlandse investeerders. Deze stap leidde in Jakarta tot opschudding onder politici en bureaucraten, omdat zij vreesden dat het land onder curatele zou komen van deze internationale financiële instelling.

President Soeharto zei gisteren dat Indonesië het IMF slechts om vrijblijvend advies gevraagd heeft, en niet om financiële hulp. Soeharto: “Geen misverstand, we vragen het IMF niet om geld. We hebben onze eigen hervormingsprogramma's al opgesteld en we hebben het IMF gevraagd daarnaar te kijken vanwege hun ervaring.”

Bovendien bleek dat Indonesië geld kan lenen bij de buurlanden Maleisië (1 miljard dollar), en Singapore (10 miljard US dollar) en ook bij Japan en Australië. Soeharto denkt mogelijk dat Indonesië op deze manier borgtocht krijgt om zich los te kopen uit de huidige knellende omstandigheden, zonder de lastige pottenkijkers van het IMF in huis te halen. De genoemde landen hebben echter aangegeven dat hun hulp alleen in IMF-kader kan worden verstrekt.

Het IMF-team, dat al bijna drie weken bivakkeert in het Hyatt-hotel in het zakencentrum van Jakarta, vergadert nog immer achter gesloten deuren met vertegenwoordigers van de Indonesische regering.

De uitspraken van Soeharto zijn misschien minder verbazingwekkend dan zij op het eerste gezicht lijken. De president zal, zoals hij zegt, zeker maatregelen hebben voorbereid op een aantal terreinen. Maar volgens economisch analisten lijkt het erop dat Soeharto niet van plan is het gehele IMF-medicijn te slikken.

Zo zou een eind moeten komen aan de bevoorrechting van het 'Nationale Auto-project' van Soeharto's zoon Hutomo (Tommy) Mandala Putra en de met overheidsgeld gefinancierde vliegtuigfabriek van technologie-minister Jusuf Habibie.

Ook in de banksector worden liquidaties en fusies verwacht, terwijl verder aan het staatsmonopolie op rijst en andere eerste levensbehoeften een eind zou moeten worden gemaakt. Ten slotte zou bovendien de bevoorrechte positie van de grote zakenconglomeraten, die nauw aan het machtscentrum zijn gelieerd, een eind worden gemaakt. Waarnemers gaan er nu van uit dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat Jakarta al deze maatregelen zal nemen.

Hoe het pakket van maatregelen van de Indonesische regering er straks uitziet, is van groot belang voor de heropleving van de economie. Het inroepen van de hulp van het IMF, zo werd algemeen aangenomen, had vooral tot doel het geschokte vertrouwen van buitenlandse investeerders in de Indonesische economie te herstellen. En dat vertrouwen zou voornamelijk terugkeren door de te verwachten saneringsmaatregelen die de Indonesische regering zal doorvoeren.

De kans dat het toch nog tot een symbolisch akkoord komt met het IMF, maar dan over een kleiner bedrag waaraan minder zware voorwaarden kunnen worden gekoppeld, is niet helemaal uitgesloten. Jakarta is er op uit met zo min mogelijk gezichtsverlies zoveel mogelijk vertrouwen te herwinnen.

Of dat laatste mogelijk is, blijft de vraag. Het gaat op dit moment niet alleen om psychologie en emoties bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de Indonesische economie, maar toch ook om erg veel geld. Indonesië moet naar schatting 10 tot 15 miljard dollar aan aflossingen voor het eind van het jaar betalen. Met de bijstand van buurlanden - ook van de grootste schuldeiser Japan wordt hulp verwacht - kan de Indonesische regering dat probleem waarschijnlijk het hoofd bieden.

Maar vertrouwen in de economie heeft vooral te maken met de inschatting die buitenlandse investeerders van het politieke klimaat in Indonesië maken. En op dat vlak is de stormbal gehesen. Sinds de rellen in juli vorig jaar, de grootste in twee decennia in Jakarta, is het aantal ongeregeldheden en werkstakingen in Indonesië sterk toegenomen. De president zelf, en andere vertegenwoordigers van de macht, waarschuwen met de regelmaat van de klok voor politieke onlusten rond de presidentsverkiezingen in maart volgend jaar. Velen verwachten verdere onrust ten gevolge van de economische crisis waardoor het aantal werklozen verder zal toenemen, terwijl de prijzen van eerste levensbenodigdheden als rijst, bakolie en benzine omhoog zullen gaan.

Een economisch analist zegt: “Dat is het risico van het berijden van een tijger. Zolang je zit, gaat alles goed, maar als je wilt afstappen is de kans groot dat je wordt gebeten.”