Turks leger houdt ook trainers in de gaten

ANKARA, 29 OKT. Het leger in Turkije staat boven en onder de wet. Veel Turken kampen als gevolg daarvan met een dubbele loyaliteit: ze zien het leger als een belangrijk obstakel voor verdere democratisering, maar ze zijn er op grond van de prominente positie van de militairen op gebrand goede relaties met hen te onderhouden.

Hoe moeilijk het is om de balans in evenwicht te houden, ondervond deze week de Britse trainer van de eredivisieclub Besiktas, John Toshack. Een van zijn topspelers, Oktay Derelioglu, raakte tijdens een militaire oefening gewond, waarna Toshack liet weten “dat er 30 jaar geleden in de Sovjet-Unie beter op topsporters werd gepast dan nu in Turkije”.

Turkse columnisten schreven dat de buitenlandse trainer zich simpelweg had uitsproken over een incident, maar de Turkse legerstaf dacht er anders over. De voorzitter van de voetbalclub werd door de op een na hoogste militair, generaal Çevik Bir, persoonlijk gebeld met het bevel om de trainer ertoe te bewegen zich publiekelijk voor zijn woorden te verontschuldigen. Anders zou de club hem moeten ontstaan. Generaal Bir verklaarde gisteren wel te hebben gebeld, maar niet het bevel te hebben gegeven om Toshack te ontslaan. Toch kwam het bestuur van Besiktas gisteren mede namens de trainer met een verklaring “om de misverstanden op te helderen”. In Turkije wordt het incident wel gezien als typisch voorbeeld van de machtspositie van het Turkse leger en de gebrekkige staat van de Turkse democratie. “We zijn democratisch zolang het ons eigen belang dient”, aldus Yalçin Dogan in de liberale krant Milliyet.