The New Age

The New Age (Michael Tolkin, 1994, VS). BRTN2, 20.30-22.19u.

In het Chinees, houdt de Belgische goeroe Jean zijn volgelingen in Hollywood voor, betekent het woord crisis hetzelfde als een nieuwe kans. Twee van hen, het echtpaar Peter (Peter Weller) en Katherine (Judy Davis) vallen in Michael Tolkins tragikomedie The New Age (1994) hoog van de maatschappelijke ladder. De woorden van de leermeester indachtig proberen ze op hun weg naar beneden iedere kans te grijpen die ze tegenkomen. Beiden verliezen hun baan, maar die schok doet hen juist de leegte in hun bestaan beseffen. Min of meer bewust, want Tolkin heeft het zichzelf moeilijk gemaakt door twee mensen neer te zetten die nauwelijks tot zelfinzicht in staat zijn; traag dringt het tot hen door dat de veilige witte villamuren van hun bestaan hun de geborgenheid van een isoleercel biedt.

Hun pogingen om uit te breken zijn tot mislukken gedoemd; eerst proberen ze de zin in hun leven te herontdekken door een chique kledingwinkel te openen, maar voor ze het weten, staan ze aan de rand van de financiële afgrond. Ook lichaam en geest bieden geen vluchtroute. Peter holt zijn libido achterna, tot hij op een SM-party van de wurgende wezenloosheid van zijn driften doordrongen raakt, Katherine verruilt haar dwangneurotisch winkelen heel even voor een spirituele heksenclub. In plaats van verlossing is er steeds weer vernedering, en wanneer het echtpaar gedwongen lijkt hun inmiddels leeggehaalde villa te verkopen, openbaart zich een laatste strohalm van zingeving: de zelfmoord.

Tolkin schreef eerder het scenario van Robert Altmans The Player naar een eigen roman en de meesterlijke roman Among the Dead. In The New Age laat hij zich opnieuw zien als een binnenstebuiten gekeerde moralist: Peter en Katherine zijn zich geen moment van de serieuze bedoelingen van hun maker bewust. Ze lopen doelloos rondjes in een wereld waarin geen enkele transcendentie meer mogelijk lijkt, niet door middel van liefde, seks, zelfs niet, zo blijkt, door middel van een mooie, zelfgekozen liefdesdood. Het enige dat iets van houvast geeft, stelt Tolkin met dodelijke ironie vast aan het einde van zijn mooi onderkoelde satire, is het materialisme waaraan het echtpaar nu juist probeerde te ontkomen. Er is geen uitweg. Of zoals goeroe Jean in de laatste shot orakelt: 'Live with the question.'