Ray Clarke terug op Nederlandse velden

Oud-Ajacied Ray Clarke is terug in Nederland. Voor Coventry City zoekt de Engelsman naar voetbaltalent. De Nederlandse jeugdopleiding ligt volgens Clarke ver voor op die in Engeland.

ROTTERDAM, 29 OKT. Elke dag op de tribune bij een voetbalwedstrijd. Voor de meeste fans zou dat te veel van het goede zijn. Niet voor Ray Clarke. De 43-jarige Engelsman, die eind jaren zeventig voetbalde bij Sparta en Ajax, is sinds twee maanden actief als fulltime scout op het Europese vasteland. Voor zijn club Coventry City stroopt Clarke de velden af op zoek naar talent.

Voor Clarke ziet het programma in het betaalde voetbal er ideaal uit. Bijna elke dag staat er alleen al in Nederland een wedstrijd op de kalender. Daarnaast genieten ook de competities van Frankrijk, Zwitserland, Noorwegen en zelfs Finland zijn belangstelling. “Ik ben bezig om een computerbestand te maken. Daar moeten zoveel mogelijk spelersprofielen in. Als ze me dan vragen om een middenvelder voor de club te zoeken, dan hoef ik niet nog eens alle velden af. Even intikken en dan rolt er als het goed is een lijst met spelers uit.”

Clarke was in de jaren zeventig een van de weinige Britten die de overstap maakten naar de Nederlandse competitie. Op 23-jarige leeftijd verruilde hij het nietige Mansfield Town voor Sparta. Daar speelde de spits twee jaar mee in de subtop van Nederland, alvorens hij in 1978 koos voor Ajax. Met spelers als Frank Arnesen, Ruud Krol en Tscheu-la Ling behaalde hij de landstitel en de beker.

Clarke liet zijn eerste en enige jaar Ajax niet onopgemerkt voorbijgaan. Hij scoorde 38 keer, maar toch was er het seizoen daarop geen plaats meer voor de grillige Engelsman. “Met pijn in mijn hart verliet ik Amsterdam”, vertelt Clarke, die niet graag over het verleden praat. “Ik ben weggewerkt door voorzitter Harmsen. Het contract was rond, maar na het seizoen zei het Ajax-bestuur dat ik maar terug moest gaan naar Engeland. Het zou voor mij te vermoeiend zijn bij Ajax.”

De Engelse spits vertrok noodgedwongen uit Amsterdam om in België zijn loopbaan voort te zetten bij Club Brugge. Via Brighton kwam hij terecht bij Newcastle United, waar hij zijn loopbaan moest beëindigen, omdat hij een kunstheup kreeg aangemeten.

Nu is Clarke als scout van Coventry City terug in het land waar hij als voetballer zijn hoogtijdagen vierde. “Een prachtige baan”, vertelt Clarke, die nog 'an bietje' Nederlands spreekt, maar zich liever in het Engels uitdrukt. “Ik ben gek van voetbal. Ik heb er nooit afscheid van kunnen nemen. Nu zit ik bijna dagelijks rond de velden, heerlijk. Het is geen saaie baan. Elke wedstrijd is verschillend, geen enkel duel is verspilde tijd. Je ziet altijd wel een speler die de aandacht trekt.” Afgelopen zomer kreeg hij de functie van scout aangeboden van Coventry-manager Gordon Strachan, die het scoutingssysteem van de club reorganiseerde. De eerste weken reisde Clarke heen en weer, maar ruim een maand geleden betrok hij een woning in Abcoude. “Het reizen werd me te veel, want ik zit bijna dagelijks bij wedstrijden. Ook de maandag is een dag waar ik nuttige informatie vergaar over de spelers. Dan zit ik bij de reserve-elftallen op de tribune. Daar zitten de spelers van de toekomst.”

De functie als scout betekent voor Clarke niet een terugkeer in de voetbalsport. Hij is nooit weggeweest. Na zijn loopbaan als speler ging de oud-Ajacied parttime aan de slag bij onder meer Glasgow Rangers en Southampton, als assistent-trainer van zijn jeugdvriend Graeme Souness. Met Souness doorliep hij de jeugdopleiding van Tottenham Hotspur.

Op de jeugdopleiding in Engeland heeft hij nogal wat kritiek. “Schoenen poetsen van de spelers van het eerste elftal en het schrobben van de kleedkamervloer past niet meer in het moderne voetbal. Jonge spelers moeten op het trainingsveld staan. Daar ontwikkelen ze zich, niet in de kleedkamer. In Engeland lopen jeugdspelers nog met de pleeborstel rond.”

Wat dat betreft kijkt Clarke graag naar Nederland. Hier krijgen jeugdspelers nog volop de gelegenheid om zich te ontwikkelen. “Ik ben ook niet van plan om spelers van zestien jaar naar Engeland te lokken. Laten ze zich hier maar ontwikkelen. In de Nederlandse jeugdopleidingen leren ze meer dan in Engeland.” Ook de wijze waarop in Engeland met trainers wordt omgegaan, deugt volgens de Engelsman niet. “Als een manager wordt ontslagen, gaat de hele staf met hem mee de laan uit. Een nieuwe trainer moet alles binnen de club opnieuw vormgeven en heeft dus een half jaar nodig om de club te leren kennen. Ze zouden beter de assistent kunnen doorschuiven. Die kent de club.”

Clarke beschouwt de Nederlandse competitie als een bron van talent. Bij de wedstrijd Heerenveen-Sparta van anderhalve week geleden zat hij gericht te kijken. “Naar wie? Dat zeg ik natuurlijk niet.” De toestroom van buitenlanders in de Nederlandse eredivisie is volgens de Engelsman geen bedreiging voor de jeugdspelers. “Het is simpel, de beste spelers staan in het veld. Als je genoeg talent hebt, schop je het wel tot het eerste. De buitenlanders worden gehaald omdat ze iets toevoegen, niet omdat ze goedkoop zijn.”