Prohef wordt wel vergeleken met Prozac-pil

Niet het aantal arbeidsplaatsen, maar de toegevoegde waarde moet de maatstaf worden voor de premieafdracht voor werkgevers, stelt hoogleraar P. van Elswijk. Vandaag werd zijn plan besproken.

DEN HAAG, 29 OKT. Directeur W. Warnar van uitgeverij Phoenix & Den Oudsten in Rotterdam is niet te stuiten. Het experiment Prohef is als het pepmiddel Prozac, zo lijkt het wel. Sinds januari 1996 heeft hij dankzij Prohef drie werknemers kunnen behouden die anders op straat hadden gestaan, heeft hij een personeelsgroei van 15 procent bereikt en is zijn bedrijf meer winst gaan maken. “Prohef is administratief eenvoudig, organisatorisch erg simpel, ik zie als ondernemer alleen maar voordelen”, aldus een enthousiaste Warnar.

Prohef is een experiment van de gemeente Rotterdam waaraan acht ondernemers meedoen. Op basis van vrijwilligheid hebben zij hun premieheffingensysteem per werknemer overboord gezet en betalen ze nu een heffing over de toegevoegde waarde, het verschil tussen de opbrengst en de kosten van een bedrijf. Geen WW-premies meer, geen werkgeverslasten per arbeidsplaats meer. Een verademing, aldus Warnar. “Werkgelegenheidsgroei wordt nu beloond in plaats van afgestraft, zodat het aantrekkelijk wordt mensen aan te nemen”.

Kern van het Plan Van Elswijk, zoals Prohef in politiek Den Haag heet, is een grondige herziening van het premiestelsel. De Amsterdamse hoogleraar P. van Elswijk presenteerde het begin jaren tachtig en sindsdien is het stof tot discussie. Van Elswijk stelt dat de hele maatschappij verantwoordelijk is voor de uitkeringen van de werklozen, en niet alleen de werkenden. Aangezien de welvaart van de maatschappij zijn economische equivalent vindt in de toegevoegde waarde, stelt Van Elswijk voor die als maatstaf te nemen voor de premieafdracht in plaats van het aantal werknemers, zoals nu gebeurt. Werkgevers krijgen daarbij een eenmalige bonus van 22.800 gulden per werknemer, zodat de personeelskosten vaak met 50 procent afnemen. Volgens de Amsterdamse hoogleraar moet deze bonus betaald worden uit het uitkeringenpotje van de overheid en verdient die zichzelf terug omdat het aantal uitkeringsgerechtigden drastisch afneemt.

Uit berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat Prohef binnen enkele jaren minstens een kwart miljoen extra banen kan creëren. Daarnaast komt er meer financiële ruimte voor zaken met een lage of een ontbrekende toegevoegde waarde zoals Research & Development of serviceverbetering.

Van Elswijk staat voorwaar niet alleen in zijn enthousiasme over Prohef. Wetenschappelijke zwaargewichten als R. Lubbers, J. Weitenberg, W. Albeda, en G. Wagner staan aan zijn zijde en pleiten voor meer experimenten met Prohef. Maar ook de tegenstanders van het Plan Van Elswijk weten zich in goed gezelschap. Hoogleraren als F.den Butter en A. Bovenberg bekritiseren het plan en stellen dat het een remmende werking heeft op zowel investeringen in kapitaal als op de internationale concurrentiepositie van Nederland.

Ook politiek gezien is het Plan Van Elswijk al jarenlang een heet hangijzer. Er zijn gelovigen en ongelovigen, schetste een Kamerlid de verschillende houdingen ten opzichte van Van Elswijk. Je bent mordicus voor of tegen, een tussenweg is er niet. Bij PvdA, GroenLinks en D66 heerst optimisme over de plannen.

Het praktijkexperiment in Rotterdam is een succes, zo blijkt uit de tussentijdse evaluatie die in april uitkwam. Een werkgelegenheidsgroei van 16 procent is een van de meest tastbare resultaten van de tests. Directeur Warnar van Phoenix & den Oudsten noemt verder als voordelen de extra stimulans die ondernemers krijgen door de overheidssteun en het sociale gezicht van het plan. “Als ondernemer ben je sneller geneigd iemand in dienst te houden omdat dat minder kost dan vóór Prohef.”

PvdA-parlementariër J. van Zijl is initiatiefnemer van de vandaag te houden hoorzitting over het plan. “De welles-nietes-discussie over Van Elswijk is al vanaf het begin van de jaren tachtig gaande. De motie die mijn collega Kalsbeek vorig jaar indiende kreeg brede steun in de Kamer, maar werd mijns inziens met een iets te makkelijk gebaar door Melkert terzijde geschoven. Onterecht, denk ik”, stelt Van Zijl.

Minister Melkert (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) is, integenstelling tot zijn collega van Economische Zaken Wijers, terughoudend over de plannen van Van Elswijk. In een brief aan de Tweede Kamer liet hij in juli weten “omvattende blauwdrukken als het plan van Van Elswijk” liever niet toe te passen zolang het huidige systeem ook een werkgelegenheidsgroei geeft. Daarnaast sluit Melkert zich aan bij de kritieken van de door hem geconsulteerde wetenschappers Den Butter en Bovenberg. Melkert stelt in zijn brief dat het plan “teveel steunt op onzekere inverdieneffecten”, daarmee doelend op het vermeende financiële voordeel dat Van Elswijk zegt te behalen bij invoering van zijn plannen.

Volgens Van Zijl is het nadrukkelijk niet de bedoeling onbezonnen het hele premieheffingensysteem op de helling te zetten. “In de motie van vorig jaar pleitten wij alleen voor meer experimenten. Met de hoorzitting van vandaag willen we wederom de aandacht vestigen op het plan. Ik deel de terughoudendheid van Melkert over een snelle invoering van het plan, maar ik vind zijn opstelling over de experimenten onbegrijpelijk.”

Doel van de hoorzitting, waaraan experts als Den Butter, Bovenberg, Weitenberg en Van Elswijk deelnemen, is de wetenschappelijke voors en tegens van het plan helder te krijgen en wellicht meer experimenten te doen. Tot nu toe hebben zeven bedrijven in Rotterdam een jaar met het systeem gewerkt, maar Van Zijl c.s. willen meer. “Wij pleiten voor drie verschillende niveaus van experimenten. Een wetenschappelijk experiment dat de voor- en nadelen correct in kaart moet brengen, want daar ontbreekt het nog aan. En een regionaal en sectoraal praktijkexperiment, om de praktische kant beter te testen.”