Prestigeverlies zou industrie ernstig kunnen schaden; Kans op ramp met Europese raket klein

Vorige jaar ontplofte een nieuw type Ariane-draagraket kort na de start. Morgenochtend vertrekt een tweede exemplaar. Na het debacle vorig jaar kan de Europese ruimtevaartindustrie zich niet een tweede ramp permitteren.

ROTTERDAM, 29 OKT. Op de lanceerbasis in Kourou (Frans-Guyana) zijn de voorbereidingen voor de lancering van de Ariane-5, Europa's nieuwste draagraket, in volle gang. Vandaag is het vijftig meter hoge gevaarte, dat inclusief mobiel platform 1.700 ton zwaar is, per dubbelspoor vanuit de assemblagehal naar de lanceerplaats gereden, een tochtje van een uur. Vannacht om half drie begint het aftellen. Wanneer het vullen van de brandstoftanks met vloeibare waterstof en zuurstof achter de rug is en de raket de laatste checks heeft doorstaan, breekt morgenochtend tien uur (Nederlandse tijd: 14.00 uur) het moment van de waarheid aan: de start van vlucht 502.

Op weg naar lift off staan bij de Europese ruimtevaartorganisatie ESA de gezichten gespannen. Daar is alle reden toe. Vorig jaar 4 juni was het met vlucht 501 snel bekeken. De eerste test van de Ariane 5 eindigde na 39 seconden in een spetterend vuurwerk en een regen van gloeiend metaal. Wat de feestelijke start van een nieuw tijdperk in de Europese ruimtevaartindustrie had moeten markeren, liep uit op een debacle.

De oorzaak was een softwareblunder. Twee seconden voordat het nieuwe trekpaard van de Europese ruimtevaartindustrie zichzelf opblies, had hij op bevel van de boordcomputer een bruuske koerswijziging ingezet. Een onderzoekscommissie rapporteerde zeven weken na de ramp op het ESA-hoofdkantoor in Parijs dat programmatuur van de Ariane 4 klakkeloos was overgeheveld naar de Ariane 5, onder het motto: afblijven, het werkt. Over het hoofd gezien was dat de Ariane 5 eerder afbuigt. De boordcomputer had voor de horizontale vluchtsnelheid opeens onvoldoende bits beschikbaar. Er volgde een koerscorrectie op basis van een gemutileerd getal, de raket brak en het automatische destructiesysteem deed de rest.

Dat zal niet weer gebeuren. Wat niet betekent dat morgenochtend succes is gegarandeerd. Er staat veel op het spel. Niet alleen zou weer een catastrofe de ESA enorm prestigeverlies opleveren, ook staan met de Ariane 5 grote commerciële belangen op het spel. Arianespace, het Europese consortium dat de lanceringen uitvent, heeft door de successen met de Ariane 4 inmiddels de helft van de lucratieve groeimarkt aan communicatiesatellieten in handen. De Ariane 5 is speciaal ontwikkeld om zwaardere exemplaren tot 6800 kilo in de ruimte te brengen. Faalt de nieuwe draagraket, dan betekent dat een opsteker voor de concurrentie.

Statistisch gesproken zou de kans op een ramp bijzonder klein moeten zijn. Toen de Ariane 5 op de tekentafel stond droomde de ESA nog van bemande ruimtevaart en dat leidde tot een betrouwbaarheidseis van 98,5 procent. In vergelijking met de Ariane 4 is het ontwerp radicaal gewijzigd: niet langer een drietrapsraket met gestapelde risico's maar één grote hoofdmotor die wordt bijgestaan door twee opduwraketten. Deze werken op vaste brandstof, worden twee minuten na de start afgeworpen en nadat ze per parachute in de oceaan zijn geplonsd voor inspectie geborgen. Tien minuten na de start wordt de hoofdraket afgeworpen en koerst het bovenste deel van de Ariane 5 op eigen kracht verder. Na een half uur eindigt de missie met het uitzetten van de satellieten.

Vlucht 502 heeft een heel wat bescheidener lading aan boord dan zijn voorganger. Die nam vier dure satellieten mee om de zonnewind te bestuderen, een belangrijke peiler onder het wetenschappelijke programma van de ESA. Inmiddels is besloten dit Cluster-project in 2000 een herkansing te geven - met goedkope Russische Sojoez-raketten. De ramp met vlucht 501 nog vers in het geheugen, krijgt de Ariane morgen voorzichtigheidshalve twee containers met instrumenten mee, Maqsat B en Maqsat H (van het Franse 'bas' en 'haut'). Ze moeten echte satellieten imiteren en zullen tijdens de lancering gegevens verzamelen over bijvoorbeeld de versnellingen en trillingen waaraan ze bloot staan.

Als extraatje is onderaan Maqsat H de 350 kilo zware Teamsat-lading bevestigd. Het is een project van een groep jonge ingenieurs onder supervisie van het ruimtevaartlaboratorium Estec in Noordwijk. Ze hadden niet langer dan zeven maanden de tijd en het moest op een koopje: nog geen twee miljoen gulden. Teamsat bestaat uit een achthoekige aluminium trommel waarin vijf experimenten zijn ondergebracht die de strenge ESA-selectie al waren gepasseerd en zo goed als vluchtklaar waren. Voor de energievoorziening, dataverwerking en de communicatie met grondstations is gebruikt gemaakt van reserveonderdelen van vorige missies. Net als de vier Cluster-satellieten vorig jaar mag Teamsat gratis mee.

Een van de vijf experimenten is YES, de Young Engineers' Satellite. Deze 'subsatelliet' zal vanuit Teamsat worden weggeschoten en een eigen baan om de aarde beschrijven. Aan boord bevindt zich een GPS-ontvanger die moet nagaan of navigeren boven de reguliere vloot aan GPS-satellieten naar behoren werkt. YES, een project van de TU Delft, had oorspronkelijk via een 35 kilometer lange tuidraad aan Teamsat verbonden zullen blijven, maar de ESA achtte het risico op een botsing met een andere satelliet te groot. Het laatste waar men daar in deze spannende dagen aan wil denken, is een scenario met neerstortend ruimteschroot.