Portret van Marlene Dumas

Miss Interpreted (Marlene Dumas). Regie: Rudolf Evenhuis, Joost Verhey Eugene van den Bosch. In: Rialto, Amsterdam. Daarna tournee langs zes filmhuizen.

Als je de schilderijen en tekeningen van Marlene Dumas (Kaapstad, 1953) ziet, is het alsof je tegelijkertijd in een wachtkamer zit en in de spiegel kijkt: gezichten van vreemden zijn het die je ziet, waarin je nu eens een kin opvalt en dan weer een wal onder een oog en plots schrik je van de gedachte dat anderen ook jouw gezicht zo lezen en aan een gekleurde huid of een hoge schouder gemoedstoestanden en eigenschappen verbinden.

Miss Interpreted heet de film die Rudolf Evenhuis, Joost Verhey en Eugene van den Bosch nu over Dumas hebben gemaakt, en deze woordspeling laat het mooie, enge en onvermijdelijke van dit kijken zien. Dumas gaf deze titel, die dus niet slaat op verkeerde interpretaties van haar werk, al eens aan een tentoonstelling.

Dumas werkt altijd naar foto's, naar afbeeldingen die ze in tijdschriften tegenkomt of naar door haar zelf genomen polaroids. In de documentaire zegt ze: “Ik handel in tweedehands beelden en eerstehands ervaringen.” Soms zien haar mensen eruit zoals ze nog nooit gezien zijn, ook niet door zichzelf; vaker wordt de wrede blik van de camera verzacht door verf en compositie.

In de documentaire blijft de magie van haar schilderen behouden. Dumas zit op de grond in haar atelier en ze laat de zwarte verf over een blad druipen en dan is er opeens zomaar een tekening. Het is wel jammer dat we de foto's die ze gebruikt nooit te zien krijgen in combinatie met de daarbij horende tekening. Het is alsof de makers hebben gevreesd dat dat aan het raadsel te veel afbreuk zou doen.

Op meer momenten lijkt het alsof de regisseurs, van wie er een al eerder een film over Dumas maakte, voor uitleg zijn teruggeschrokken. Ze zijn naar Venetië gereisd, naar Zuid-Afrika, naar Japan, ze spraken met vrienden, collega's, familie en galeriehouders maar veel zeggen die plekken en gesprekken niet.

Misschien hebben de regisseurs geprobeerd de werkwijze van Dumas na te volgen, en net als zij getracht tegelijkertijd te onthullen en te verbergen. Maar deze verdubbeling maakt dit portret vaag en vol gemeenplaatsen.

Wie Dumas' werk niet kent, krijgt ook te weinig informatie om wat hij wel te zien krijgt te laten aarden. Waarom wordt er bijvoorbeeld niet even verteld dat Dumas in 1996 Nederland vertegenwoordigde op de Biennale van Venetië, of dat die gekke gezichten horen bij psychiatrische patiënten? Waarom staat alleen in het persbericht dat Dumas nu een van de dertig bekendste hedendaagse kunstenaars ter wereld is? Het uitstapje naar Zuid-Afrika, dat de kunstenares in 1976 verruilde voor Nederland, dreigt de inhoud van Dumas' werk ook nog eens te reduceren tot een Benetton-reclame van gezellige gezichten zoals je die wel op de tram ziet. Dumas laat ons juist ín die tram zitten.