Op weg naar het grote geluk

De Volkskrant riep vanmorgen in een advertentie mensen op die zich gelukkig voelen. Ze kunnen zich voor een speciaal kleurenmagazine van de krant laten fotograferen in het Groninger Museum.

“Iedereen kan op de foto”, schrijft de Volkskrant, “eventueel met een voorwerp dat hem of haar gelukkig maakt. Alleen draagbare voorwerpen passen in beeld, bijvoorbeeld een boek, een poedel, een taart, blokfluit of kozakkenmuts.”

Je zou bijna denken dat het een tekstje van Remco Campert was, maar nee, er stond wel degelijk 'advertentie' boven plus de vraag Hoe oogt geluk?

Dit plaatst mij voor een lastig probleem.

Moet ik binnenkort de trein naar Groningen nemen met mijn televisietoestel onder mijn arm geklemd? Het lijkt me een heel gesjouw, maar als tv-criticus kan ik toch moeilijk de Friese staartklok van mijn grootmoeder meenemen? Om nog maar te zwijgen van mijn kozakkenmuts, waarmee ik overigens zeer gelukkige dagen heb gekend toen ik nog over de Siberische toendra's zwierf.

Trouwens, bén ik überhaupt wel gelukkig genoeg met mijn televisietoestel? Het wisselt per dag, dat is het vervelende.

Neem de dag van gisteren - wat moet ik daar nou van denken?

Het wemelde op het scherm opeens van de hoeren, pooiers en porno-acteurs. Violet Falkenburg had er in Rondom Tien een hele studio mee volgeladen. Het ging over de opheffing van het bordeelverbod per 1 januari. Wenselijk of niet?

Voor Cor de Geus, bordeelhouder annex nachtclubeigenaar, bleek het een hele uitkomst. “Ik worstel al 25 jaar met de vraag: ben ik bordeelhouder of nachtclubeigenaar”, vertelde hij ons. De gewetensnood was hem niet helemaal aan te zien, maar misschien is De Geus meer iemand die zijn problemen, psychotherapeutisch gesproken, internaliseert.

Vanaf 1 januari mag De Geus zich bordeelhouder én nachtclubeigenaar noemen, wat een hele vooruitgang schijnt te zijn. “Het is business”, beklemtoonde hij, “leuke business, maar niet altijd. De meisjes hebben probleempjes, je moet wel eens een traan opvangen.”

Hoe 'leuk' is deze business precies? Vangt De Geus één traan per dag, of moeten we toch meer in emmers denken? De aanwezige prostituees uitten zich positief. “Het is een fascinerend vak”, zei een van hen, “ik geef een stukje dienstverlening. Zwaar? Ach, als stratenmaker krijg je ook een versleten rug.”

Over de opheffing van het bordeelverbod waren deze ervaringsdeskundigen zeer te spreken. “Goed voor het imago”, sprak een bordeelhoudster.

Uit enquêtes van de NCRV bleek dat het publiek de prostitutie inmiddels een aanvaardbare bedrijfstak vindt. Eigenlijk valt er dus niets meer te klagen? Een woordvoerster van de Rode Draad, belangengroep van prostituees, gooide plotseling roet in onze illusies. Het was wel degelijk een zwaar bestaan, zei ze, “omdat je je in de prostitutie altijd moet verantwoorden. Wat we hebben bereikt is dat het publiek tegenwoordig in enquêtes sociaal wenselijke antwoorden geeft.”

Dat was héél andere koek. Daarmee rees de vraag of ook pooiers en hoeren in dit soort uitzendingen niet nogal sociaal wenselijk praten over hun 'fascinerende vak'.

Tezelfdertijd bezocht de Belg Paul Jambers op RTL 4 porno-acteurs. Sex sells. Deze Jambers is met een ongelofelijke voorsprong de vieste man van de internationale omroepwereld. Een bunzing in mensenkleren met een bijzondere neus voor Sperma & Stront.

Hij ging met zijn cameraploeg naast een parend pornopaartje staan en vuurde likkebaardend zijn vragen af op de wanhopig zwetende acteur: “Zou je ook seks met haar willen hebben in de privé-sfeer?” Die arme jongen had het niet meer. Klaarkomen met Jambers aan je zij - dat vereist wel een heel zeldzame vorm van perversie.

Rest nog één vraag: welk voorwerp(je) zouden al deze beoefenaren van seksuele beroepen - mits ze gelukkig zijn en willen blijven - het best kunnen meenemen naar die fotosessie van de Volkskrant?