Nederland draagt verdachte coup over

DEN HAAG/PARAMARIBO, 29 OKT. De Nederlandse en Amerikaanse ambassades hebben twee lagere militairen overgedragen aan de Surinaamse autoriteiten. De twee erkenden betrokken te zijn geweest bij de poging tot staatsgreep van afgelopen weekeind.

Minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) heeft de Tweede Kamer daarvan gisteren op de hoogte gesteld. In Suriname werd gisteren bekend dat met de aanhouding van nog twee lagere militairen het aantal verdachten nu op zeventien is gekomen. President Wijdenbosch wilde gisteren in het parlement niet “speculeren” over de toedracht van de couppoging; hij zei wel dat één verdachte nog voortvluchtig is. Voormalig legerleider Bouterse bleek daarentegen in een televisie-vraaggesprek wel genegen details te verstrekken.

Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken meldt dat twee vermeende coupplegers maandagochtend tijdelijk hun toevlucht hebben gezocht in de Nederlandse en Amerikaanse ambassades. Bij de Nederlandse ambassade meldde zich 's ochtends vroeg korporaal Steven Loyd Hoepel. De man zei zaterdagavond te zijn gevlucht uit een uitdeuk- en spuitinrichting toen de politie en militairen daar een inval deden. In deze garage in Paramaribo zouden de samenzweerders die avond zijn samengekomen met het doel wapens te bemachtigen, de Memre Boekoe-kazerne te bezetten en politici van hun bed te lichten.

Hoepel zei te vrezen voor zijn leven en vroeg de ambassade om hulp. Hij verscheen volgens medewerkers van Van Mierlo in onderbroek en had zijn militaire uniform weggegooid. De man is in opdracht van Van Mierlo tweemaal “geïnterviewd”. Vervolgens bleek via de Nederlandse ambassadeur in Washington dat ook bij de ambassade van de VS in Paramaribo zich een Surinamer had gemeld, Loyd Iwan Bahareea, met een vergelijkbaar verzoek om hulp.

Van Mierlo en de regering van de VS vroegen daarna samen om garanties voor een eerlijke rechtsgang. Die werden verkregen van minister van Justitie Sjak Sie, secretaris-generaal Iwan Graanoogst van het kabinet van president Wijdenbosch en procureur-generaal mevrouw Rozenblad.

Pagina 13: Bouterse: ik stond op de dodenlijst

Procureur-generaal Rozenblad zegde toe dat de vervolging van alle verdachten - ook de militairen - bij haar zou berusten. Ook verzekerde zij dat de doodstraf niet zou worden geëist. In Suriname is de doodstraf al heel lang niet toegepast.

Toen de beide militairen maandagavond over deze garanties waren geïnformeerd en bovendien de verzekering hadden gekregen dat Nederland en de VS de rechtsgang nauwlettend zullen volgen, stemden zij ermee in “zich uit eigen beweging te melden” bij de Surinaamse justitie, aldus Van Mierlo's brief. In zijn toelichting van zijn brief in de Kamer stelde de minister gisteren dat een factor voor hem was geweest dat het nu eenmaal “niet geoorloofd is een samenzwering tegen een wettig gekozen regering te beramen”. De fracties van de VVD en de CDA in de Kamer betwijfelden gisteren of Van Mierlo er goed aan had gedaan de man uit te leveren.

Voormalig legerleider en tegenwoordig adviseur van staat Desi Bouterse liet zich gisteravond in het programma 'Na het Nieuws' van de Surinaamse staatstelevisie een half uur lang interviewen over de staatsgreep. Bouterse wilde, ondanks herhaaldelijk doorvragen, geen direct verband leggen met het justitieel onderzoek dat in Nederland tegen hem loopt, maar dat ook niet uitsluiten. “Ik moet geen onverantwoordelijke dingen zeggen.” Wel stelde hij dat de regering van president Wijdenbosch vanuit het buitenland continu “gedestabiliseerd” en “gebombeld” wordt en zodoende geen ruimte krijgt om haar werk te doen.

Bouterse zei dat hijzelf en Melvin Linscheer, een oude strijdmakker uit de jaren tachtig en nu het hoofd van de inlichtingendienst van president Wijdenbosch, op de dodenlijst van de samenzweerders stonden. Dat zou zijn gebleken uit aantekeningen van een verdachte. De samenzwering zou Bouterse al maanden bekend zijn geweest. “Wij speelden het spel mee.” Zo zouden de samenzweerders zijn bespied terwijl ze bijeenkwamen op vliegveld Zorg en Hoop. Onderdeel van dit 'spel' was ook dat Bouterse en Linscheer zaterdag naar het binnenland vertrokken, zogenaamd om zich bezig te houden met problemen rond de goudexploitatie. Linscheer zou echter in het geheim zijn teruggekeerd naar Paramaribo om het oprollen van de samenzwering te leiden.

Volgens Bouterse zag het plan van de samenzweerders “er goed uit” en had het “zeker honderd procent kans van slagen”. Zaterdagavond hadden de samenzweerders nog geen zware wapens, maar wachtcommandant Kleef, een van de samenzweerders, beschikte over de sleutel van de wapenkamer van de marinebasis. Als medeverdachten noemde Bouterse de namen Juriaans, Hoepel, Behareea, Linger, Breinburg, Jubitana, Swedo en Wiebers. Wat betreft de gebroeders Bosnie, eigenaars van de garage waarin de coupplegers zich zaterdagavond verzamelden, zei Bouterse dat zij vroeger de “geestesvaderen” waren van de Mandela-guerrillagroep. Dat was een van de vele minilegertjes van malcontenten die eind jaren tachtig en begin jaren negentig de oerwouden van Oost-Suriname onveilig maakten.

Een vergelijking met de vermeende couppoging tegen zijn regime in december 1982, die resulteerde in de executie van vijftien vermeende samenzweerders, wees Bouterse van de hand. De decembermoorden waren volgens Bouterse gevolg van jeugdige onbezonnenheid, overlevingsdrang en gebrek aan ervaring. Staatsgrepen tegen zijn partij de NPD sloot hij ook in de toekomst niet uit. “Ze mogen het weer proberen. Ik pak ze weer. No problem.” Hij pleitte verder voor zo groot mogelijke openheid. “Er moet meer informatie gegeven worden. Justitie moet straks de gelegenheid krijgen met de verdachten op de televisie te komen, dan zullen de mensen die zeggen dat wij zoeken naar een binnenlandse vijand als afleidingsmanoeuvre de waarheid horen.”

President Wijdenbosch kwam zijn adviseur van staat op dat punt gisteren niet tegemoet. In de Assemblee, het Surinaamse parlement, zei hij dat speculaties op dit moment het onderzoek naar de zaak slechts zouden compliceren. Alle partijen veroordeelden gisteren de couppoging. Otmar Rogers, leider van de grootste oppositiefractie Nieuw Front drong er op aan de verdachten menselijk te behandelen. Bij een van hen zou medische bijstand zijn geweigerd, aldus Rogers.