Instant geluk

Toen ik in de krant las dat bisschop Simonis het toenemende straatgeweld weet aan de losse normen op het gebied van abortus en euthanasie, dacht ik, net als zowat iedereen: wat een idiote uitspraak. Die twee fenomenen, straatgeweld en vrijheid van abortus, c.q. in zekere mate van euthanasie, hebben niets met elkaar te maken, dus hoe kan het ene het andere veroorzaken?

Maar een dag later, terwijl ik de aardappels aan het schillen was en met een half oor naar de radio luisterde, werd daar ineens Simonis geïnterviewd die zei (ik parafraseer): “de vrijheid om abortus of euthanasie te plegen en het geweld op straat zijn allebei consequenties van de nadruk op onmiddellijke behoeftebevrediging die onze maatschappij kenmerkt.” Terwijl ik nog dacht: hé, interessant idee, ging het radiogesprek door over de doctrinaire eerbied van de kerk voor al het leven, het absolute taboe op het doden van een ander, en zo verder. Daarna schreef Simonis een halve pagina met theologische overwegingen in de Volkskrant en ontspon zich een nogal saaie discussie over de opvattingen van de bisschop en of hij die wel mocht ventileren in het kader van de scheiding tussen kerk en staat (bij bisschop Muskens hoorde je niemand zeuren over de scheiding tussen kerk en staat).

Merkwaardig was dat die onmiddellijke behoeftebevrediging nergens meer in de discussie opdook. Simonis zelf kwam er niet op terug in zijn Volkskrantstuk, het kwam niet aan de orde in het gesprek met minister Borst, in geen enkel commentaar werd eraan gerefereerd. Ik begon zelfs even aan mezelf te twijfelen: had ik het wel goed gehoord in dat radio-interview? Maar natuurlijk is dat het geval, anders zou ik niet zo getroffen zijn geweest door dit juweeltje van een inzicht, achteloos gedeponeerd temidden van het theologisch kreupelhout.

Want in sociologische zin heeft Simonis gelijk. Wie ongewenst zwanger is en tot een abortus besluit, heeft twee belangen tegen elkaar afgewogen: die van zichzelf en die van de ongeborene. Er kunnen duizend redenen bestaan waarom deze afzonderlijke belangen niet parallel lopen. De ene reden (uitzicht op een totaal gehandicapt leven) is wat meer salonfähig dan de ander (zwangerschap komt slecht uit in verband met een geplande wereldreis), maar altijd laat de vrouw die abortus pleegt haar eigen belangen prevaleren boven die van de ongeborene. Zij heeft geen behoefte aan een kind op een verkeerd moment of geen behoefte aan een gehandicapt kind - hoe dan ook, ze laat het er niet bij zitten, ze bevrijdt zich. In de abortuswetgeving sanctioneert de maatschappij de geneigdheid om allereerst de eigen hedonistische behoeften te bevredigen. Voor de goede orde: ik ben in het geheel niet anti-abortus; het is vaak heel verstandig om dreigende ellende in de kiem te smoren, maar het is ook ontegenzeggelijk egoïstisch.

Hetzelfde geldt voor euthanasie. De drempels om het levenseinde hier en daar wat te bespoedigen worden lager, omdat niemand de zin van langer lijden inziet. De mensen worden al ouder dan ooit. In theorie kunnen de sterfbedden eindeloos uitgerekt worden, maar de stervenden zelf hebben er geen zin meer in, hun familie na verloop van tijd ook niet meer en de artsen evenmin. Zelfs bisschop Simonis veroordeelt niet de praktijk van het morfine toedienen aan terminale patiënten bij wijze van pijnbestrijding maar wel met de dood als gevolg. Met euthanasie wordt het lijden ontvlucht en het is dus een vorm van hedonisme.

De overeenkomst tussen abortus, euthanasie en aan de andere kant straatgeweld ligt in het onmiddellijk actie ondernemen om de behoeften van dat moment te bevredigen. Als je op straat boos wordt op iemand, zou je je kunnen verbijten en weglopen. Maar de woede zet je aan die ander volledig in elkaar te slaan. Wie het lijden beschouwt als iets wat gedragen moet worden, waar je op de een of andere manier het beste van moet zien te maken, die pleegt geen abortus (ook niet na verkrachting) en geen euthanasie. Maar zo zit onze cultuur niet in elkaar. Wij zijn gespitst op en hebben vaak de legale mogelijkheden tot instant behoeftebevrediging. Dat heeft Simonis goed gezien.