Indiase symboliek in een westers tempo

Fire. Regie: Deepa Mehta. Met: Shabana Azmi, Nandita Das, Kulbushan Kharbanda, Jaaved Jaaferi, Ranjit Chowdhry. In: Haags Filmhuis.

Dat de Indiase regisseuse Deepa Mehta in Canada woont en werkt is goed te merken aan haar derde lange speelfilm Fire, de eerste die in Nederland uitgebracht wordt. De in New Delhi met Indiase acteurs in het Engels opgenomen Canadese productie heeft in tegenstelling tot de meeste onafhankelijke Indiase films een westers tempo, ritme en helderheid, hoewel het verhaal zich toch vooral op een Indiaas publiek lijkt te richten.

Het eerste deel van een naar de elementen vuur, aarde en water vernoemd drieluik behandelt extensief, soms te nadrukkelijk, de problemen die het verschuiven van de traditionele familierelaties met zich mee kan brengen. Het gearrangeerde huwelijk tussen Sita en Jatin loopt al in de wittebroodsweken, tegen de achtergrond van de Taj Mahal, zichtbaar spaak. Niet alleen kent het jonge paar elkaar nauwelijks, Jatin doet weinig moeite zijn relatie tot een mondaine Chinese te verbergen. Het Verre Oosten levert voor ambitieuze jonge Indiërs eerder een rolmodel dan het Westen, zo blijkt uit hun gesprekken.

Samen met haar schoonzuster Radha (de populaire Indiase actrice Shabana Azmi) moet Sita de tyrannieke oude moeder van hun echtgenoten verzorgen. Wanneer de vriendschap tussen beide vrouwen een lichamelijke en seksuele vorm begint aan te nemen, desintegreert de traditionele grootfamilie totaal. De film kan niet anders eindigen dan in melodramatische vlammen.

Het probleem van Fire is dat de film weliswaar toegankelijker voor een internationaal publiek is dan menige zich moeizaam voortslepende Indiase film, maar juist dat gebrek aan mysterie en mystiek maakt dat de opgelegde symboliek en de er bij het publiek in gehamerde onheilsboodschap wel erg rauw op de maag komen te liggen. Je zou de film ook kunnen opvatten als een gearrangeerd huwelijk tussen westerse en Indiase cinema, een moeilijk verdedigbare combinatie.