Een handzaam gebrek aan visie

Op 29 oktober 1996, op de dag af een jaar geleden, verwierp de Tweede Kamer een motie van het CDA om de vermogensbelasting op 1 januari 2000 af te schaffen. Voor de andere grote partijen waren de christen-democraten veel te concreet. In één jaar tijds is de concreetheid van het CDA echter helemaal verdwenen.

Vorige week kon CDA woordvoerder Henk de Haan op een fiscaal seminar zelfs niet bij benadering aangeven wat er in de visie van zijn partij moet gebeuren met de vermogensbelasting, laat staan wanneer. Sterker nog, het op dit punt vage verkiezingsprogramma geeft hier en daar de indruk dat de belasting moet blijven, zij het met een faciliteit voor huiseigenaren. Het CDA is in de knoop geraakt met zijn eigen motie en dat is opmerkelijk voor een oppositiepartij. Overigens heeft het CDA deze hele kabinetsperiode zijn draai al niet kunnen vinden met de fiscaliteit. Maar er is veel meer aan de hand. Op verscheidene plaatsen in politiek Den Haag worstelt men met de vermogensbelasting; een heffing die volgend jaar 1,35 miljard gulden moet opbrengen.

Een probleem met de heffing is dat niemand overtuigend kan aantonen dat ze rechtvaardig is. Mensen die al een of andere belasting hebben betaald om hun vermogen te verwerven, moeten nogmaals betalen voor het bezit ervan. Daar staat tegenover dat vermogen vaak nieuw vermogen kweekt zonder dat er belastingheffing aan te pas komt. Dat kan bijvoorbeeld door koersstijgingen. In dat geval zorgt de vermogensbelasting tenminste nog voor enige belastingopbrengst. Die laatste opvatting bepaalt het denken bij de PvdA. Velen in die partij zouden het liefst zien dat er snel een belasting komt over de nu nog onbelaste vermogenswinsten. Omdat de sociaal-democraten bang zijn dat creatieve belastingadviseurs meteen ontsnappingsroutes bedenken, wil de PvdA voorlopig de vermogensbelasting als fiscaal vangnet handhaven. Liever dubbelop dan te weinig. Een opvatting waar men aan de andere kant van het politieke spectrum van gruwt. Zo pest je de vermogenden het land uit, aldus de VVD. Die vindt de vermogensbelasting èn een vermogenswinstbelasting ondingen; onrechtvaardig en economisch contra-productief. Tussen deze opvattingen in zitten VVD-minister Gerrit Zalm met zijn PvdA-staatssecretaris Willem Vermeend. Die hebben beloofd met een verkenning voor een nieuw belastingstelsel te komen en moeten kleur bekennen.

Hun oplossing bestaat uit een forfaitaire vermogensrendementsheffing; een idee dat vrijdag uitvoerig in de ministerraad wordt besproken. Op een creatieve wijze combineren de bewindslieden de politieke uitersten. Een nieuwe heffing rekent in één keer af met alles wat met het bezit en het verwerven van vermogen te maken heeft. De vermogensbelasting kan dus verdwijnen. Toch drukt de voorgestelde belasting (de vermogensrendementsheffing) nauwelijks zwaarder dan de ten dode opgeschreven vermogensbelasting. Dat heeft veel weg van hogere politiek, zeker als we bedenken dat is becijferd dat per saldo nog meer belasting zal binnenkomen dan nu. Samen met enkele kleine aanpassingen in dezelfde sfeer gaat het om maar liefst anderhalf miljard gulden aan extra belasting die de vermogenden zullen opbrengen.

Uitgangspunt van de nieuwe heffing wordt, net als bij de vermogensbelasting, het tamelijk gemakkelijk te traceren bezit van vermogen. Dat kan uiteenlopen van een tweede huis tot effecten en goud. Het fiscaal inkomen daaruit wordt ongeacht het werkelijk rendement, gefixeerd op vier procent van de waarde van het vermogen. Het zo berekende inkomen wordt tegen 25 procent belast. Zodoende is de totale belastingheffing jaarlijks één procent van het vermogen, zonder verdere heffingen op bijvoorbeeld rente, dividend en vermogenswinst. Maar de zaak staat of valt uitvoeringstechnisch met het accepteren van die vaste heffing van één procent, onafhankelijk van het werkelijke behaalde inkomen, zelfs als dat negatief is.

Overigens aanvaardt men op dit moment morrend de 0,8 procentsheffing van de vermogensbelasting (voor 1998 0,7 procent) die ook in verliessituaties moet worden opgebracht. De PvdA stelt zich gereserveerd op wegens de liberale keuze die haar staatssecretaris maakt, terwijl de liberale minister Zalm het moeilijk heeft met zijn partij, die niets opheeft met vermogenswinstbelasting, in welke vorm dan ook. Dan ziet de VVD nog liever dat de vermaledijde vermogensbelasting gehandhaafd blijft, liefst tegen een lager tarief. Bij die heffing weet je tenminste waar je aan toe bent en de meeste knelpunten zijn er langzamerhand uitgehaald. Bij een nieuwe heffing begint alle ellende van voren af aan. In elk geval zou het bij zo'n experiment in de visie van de VVD mogelijk moeten zijn in bijvoorbeeld verliessituaties onder het gefixeerde rendement van vier procent uit te komen. Maar Zalm/Vermeend bezweren in het kabinet dat zo'n tegenbewijsregeling de hele zaak onuitvoerbaar zal maken.

En hoe reageert het CDA? Die partij telt aanhangers van beide kampen. Dat heeft een patstelling tot gevolg die er toe leidt dat het CDA-verkiezingsprogramma op dit punt geen visie uitstraalt. Bovendien ziet men bij het CDA met genoegen hoe de VVD zich (ook) op dit punt isoleert van haar huidige coalitiepartners en zelfs van haar eigen minister. Zelf houdt het CDA de handen vrij om tijdens de formatiebesprekingen, als de knopen worden doorgehakt, met de meest gunstige wind mee te kunnen waaien. Tegen die tijd wordt de motie van vorig jaar triomfantelijk uit de kast gehaald of duikt ze voor eeuwig onder in de vergetelheid.