D66 wil uitzetting Iraniërs opschorten

DEN HAAG, 29 OKT. D66 wil de uitzetting van afgewezen asielzoekers naar Iran opschorten. De fractie is “onthutst” over het feit dat de afgewezen asielzoekers niet langer worden gevolgd in Iran. Uit een gisteren aan de Kamer verstuurde brief, blijkt dat het kabinet niet van plan is de zogenoemde 'monitoring' te hervatten. Volgens Kamerlid Dittrich (D66) is de Kamer “verkeerd ingelicht.”

De PvdA wil de uitzetting van asielzoekers nog niet opschorten. “Wel moeten we nog zorgvuldiger de aanvraag van de Iraniërs toetsen”, aldus het Tweede-Kamerlid Van Oven. Hij wilde vanochtend niet onderschrijven dat de Kamer verkeerd is ingelicht. “Ik vind dat een zwaar oordeel”, aldus Van Oven. De fractie van de VVD was vanochtend niet bereikbaar voor commentaar.

Morgenochtend overlegt de Tweede Kamer met staatssecretaris Schmitz (Justitie, PvdA) en Patijn (Buitenlandse Zaken, VVD) over de kwestie. In een gisteren verzonden brief aan de Tweede Kamer schrijven de beide staatssecretarissen dat uitgezette Iraanse asielzoekers sinds enige maanden niet meer worden gevolgd door leden van de Nederlandse ambassade in Teheran. Deze 'monitoring' was echter een voorwaarde voor een meerderheid in de Tweede Kamer om Iraanse asielzoekers terug te sturen naar het land van herkomst. Afgelopen juni dienden de regeringsfracties nog een motie in, waarin om uitbreiding van de monitoring werd gevraagd. Dittrich: “De Kamer is onjuist voorgelicht. Ik neem deze zaak heel hoog op.”

In de brief schrijft Patijn dat de Nederlandse ambassadeur in Teheran op 11 december vorig jaar werd ontboden op het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Iran accepteert niet langer de activiteiten van de ambassade bij het volgen van terugkerende asielzoekers, kreeg de ambassadeur te horen. Die activiteiten bestonden eruit dat een medewerker van de ambassade de asielzoekers op het vliegveld van Teheran opwachtte en in sommige gevallen na drie dagen een huisbezoek bracht.

De afgelopen maanden zijn zestien Iraanse asielzoekers uitgezet, schrijven de staatssecretarissen. Dit geringe aantal is “toe te schrijven aan een afnemende bereidheid van de Iraanse autoriteiten medewerking te verlenen aan de verstrekking van reisdocumenten”.

Ook schrijven beide bewindslieden “dat uitbreiding van het monitoringssysteem niet noodzakelijk is, omdat dit geen nieuwe inzichten oplevert voor de beleidsvorming.” Eerder had staatssecretaris Schmitz laten weten belang te hechten aan monitoring.