Computer op jacht naar huursubsidie-klanten

De Sociale Dienst in Groningen wil actief huurders benaderen die geen huursubsidie krijgen. Dat kan met een computer.

GRONINGEN, 29 OKT. Alle 168.428 Groningers schieten over het computerscherm van onderzoeker J. Everhardus. Ruim vierhonderd eigenschappen zijn van de Groningers bekend: of ze in een huurflat wonen, welke uitkering ze ontvangen, hoe het huishouden is samengesteld. Nummer 42.467, een bijstandsmoeder uit de Groningse wijk de Korreweg, blijkt geen huursubsidie te ontvangen. Maar gezien haar huur en haar inkomen heeft ze daar wel recht op. “Dit systeem maakt elke voorlichting over huursubsidie, bijzondere bijstand en kwijtschelding van lokale lasten overbodig.” Die stelling durft onderzoeksleider H. Piepers van de Sociale Dienst in Groningen wel aan. Immers, Groningers met een gering inkomen die recht hebben op deze voorzieningen kunnen persoonlijk via de Sociale Dienst te horen krijgen welk bedrag ze laten liggen. Het zogenoemde niet-gebruik van met name de huursubsidie behoort dan tot het verleden.

Eenderde van de Nederlanders die recht hebben op de subsidie maakt daar geen gebruik van, zo blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Geschat wordt dat de overheid daarmee twee miljard gulden uitspaart. De woningcorporaties zijn overigens van mening dat het niet-gebruik fors lager ligt dan uit de SCP-cijfers blijkt.

Volgens het SCP is vooral onder mensen met een laag inkomen het niet-gebruik groot: bijna de helft van de minima loopt gemiddeld 2.400 gulden huursubsidie mis door het niet-gebruik. Wegens de grote bedragen die er per huishouden mee gemoeid zijn wordt de huursubsidie gezien als een van de belangrijkste middelen ter bestrijding van de armoede. Dat geldt temeer omdat minima regelmatig via de huursubsidie eenmalige extraatjes krijgen, waarmee hun koopkracht op peil wordt gehouden. Daarom onderzoekt de Tweede Kamer het niet-gebruik en zal het morgen in Ede een van de belangrijkste gespreksonderwerpen zijn op de tweede Sociale Conferentie over het armoedevraagstuk.

In Groningen heeft H. Piepers van de Sociale Dienst zijn 'cliëntvolgsysteem' gebouwd door alle beschikbare computerbestanden in de gemeente op één moment met elkaar te vergelijken. Het gaat daarbij om alle adressen, gegevens van woningcorporaties, het bestand van het arbeidsbureau en het eigen bestand van de Sociale Dienst. De Groningse motivatie is simpel: als we fraude kunnen opsporen door gemeentelijke bestanden aan elkaar te koppelen, dan kunnen we op dezelfde manier het niet-gebruik van zaken als huursubsidie traceren.

Uit andere gemeenten blijkt veel belangstelling voor de Groningse aanpak. Piepers krijgt uit tal van gemeenten de vraag of hij ook eens hun bestanden aan elkaar wil knopen, en hij overweegt nu zijn onderzoeksafdeling te privatiseren.

Het lijkt zo voor de hand te liggen, maar Groningen is volgens Piepers de enige gemeente die bestanden met elkaar vergelijkt. “Gemeenten gebruiken hun bestanden alleen voor de administratie, terwijl ze bij uitstek geschikt zijn voor informatie.”

De bijstandsmoeder uit de Korreweg die uit Piepers' systeem rolde blijkt te kampen met een laag inkomen, omdat ze onder meer 4.000 gulden aan gokschulden moet aflossen die haar ex-man heeft gemaakt.

Pagina 3: Huurders krijgen een uitnodiging

Tot voor kort moest ze het redden met een bijstandsuitkering van zo'n 1.700 gulden. Hoewel ze wist dat ze recht had op huursubsidie en kwijtschelding van gemeentelijke lasten, kon ze zich er - hoogzwanger en net gescheiden - niet toe zetten een aanvraag in te dienen.

Met 34.000 inwoners die van een minimuminkomen moeten rondkomen, is Groningen een van de armste steden van Nederland.

Het systeem van Piepers heeft uitgewezen dat het nietgebruik van huursubsidie aanzienlijk lager is dan wat landelijk onderzoek aangeeft. Bijna 13 procent van de rechthebbenden laat de subsidie schieten. Het gaat daarbij om 2.400 huurders die in totaal 4,5 miljoen gulden laten liggen. Van 1.273 huurders weet Piepers precies waar ze wonen en op hoeveel huursubsidie ze recht hebben. Van de overige adressen bestaat een sterk vermoeden dat de bewoners de huursubsidie mislopen.

De eerste groep is zo nauwkeurig omschreven, omdat zij een woning huren bij een Groningse woningcorporatie. Wat wethouder K. Swaak (PvdA, Sociale Zaken) betreft, moeten de corporaties al hun 1.273 cliënten een brief sturen waarin staat dat ze mogelijk recht hebben op huursubsidie. Een formulier met persoonsgegevens en een retour-enveloppe moet de drempel om subsidie aan te vragen tot het minimum beperken.

Wethouder Swaak: “Ik vind dat we verder in de grenzen van de privacy moeten treden. Die mensen hebben per slot recht op dat geld.”

Swaak ziet het benaderen van de niet-gebruikers als een eerste stap. Er zijn immers ook nog 1.100 huishoudens met een laag inkomen die niet vragen om kwijtschelding van lokale lasten zoals de onroerende-zaakbelasting en de verontreinigingsheffing. En 460 huishoudens weten de weg naar de bijzondere bijstand niet te vinden. Het gaat bij hen om eenmalige inkomenssteun om schulden te saneren of een kapotte wasmachine te vervangen. In totaal laten de 1.560 huishoudens één miljoen gulden liggen.

Directeur P. Hillenga van De Huismeesters, de woningbouwvereniging met de meeste minima onder de huurders, gelooft niet in de individuele benadering van Swaak. De huurders zouden het betuttelend kunnen vinden als de woningcorporatie of de Sociale Dienst hun wijst op hun rechten en het daaraan verbonden bedrag. Een brief waarin staat dat de huurder gezien het inkomen en de betaalde huur recht heeft op subsidie is, volgens Hillenga al gauw een inbreuk op de privacy. “Bewoners zijn zelfstandige mensen die hun eigen verantwoordelijkheid nemen.” Hij wijst op het huursubsidiebureau van de corporaties dat al ruim vijftien jaar bestaat en dat elke Groninger weet te vinden als het om een subsidieaanvraag gaat. “Vandaar dat ons percentage niet-gebruik ook onder het landelijke percentage ligt”, meent Hillenga.