Boonstra blikt vanuit Amsterdam naar buiten

Philips maakte gisteren de verhuizing van zijn hoofdkantoor naar Amsterdam officieel bekend. Eindhoven treurt, maar burgemeester Welschen vertrouwt op de industriële spankracht van de regio.

EINDHOVEN, 29 OKT. 'Verraad'. Dat was in Eindhoven en omgeving de afgelopen tijd een veelgehoorde kwalificatie van het plan van Philips het hoofdkantoor naar Amsterdam te verplaatsen. Philips-president Cor Boonstra heeft geen last van dat soort emoties. Hij praat slechts over zakelijke afwegingen, een noodzakelijke breuk met het verleden en “een nieuwe start”. Over een besluit dat vooral nodig is om de marketing te versterken op het gebied van consumentenproducten, die in Boonstra's visie nu niet goed presteert.

Het hoofdkantoor van Philips verhuist van de Eindhovense Boschdijk naar Amsterdam. Op korte termijn betrekt de top van het elektronicaconcern een deel van de Rembrandt Tower bij het Amstel-station, later verhuist de concerntop naar een nieuw te bouwen kantoor in Amsterdam-Zuid. Met de verhuizing van het hoofdkantoor en de mondiale en Europese activiteiten op het gebied van consumenten-marketing zijn 300 tot 400 arbeidsplaatsen gemoeid. Ter compensatie zet Philips in Eindhoven een prestigieus technologiecentrum op naast het Natuurkundig Laboratorium. Daarheen verhuizen zowel de divisies Componenten en Halfgeleiders als de kantoren van Philips Nederland.

Het nu bevestigde besluit van de Philipstop is de afgelopen weken fel bekritiseerd. Vertrek van het hoofdkantoor naar Amsterdam zou slecht zijn voor de regio Eindhoven en voor de samenhang tussen de Philips-onderdelen.

Ouderwets, niet meer passend in deze tijd van globalisering, zo pareerde Boonstra gisteren alle pleidooien voor het gezellig bij elkaar houden van Philips-activiteiten. “We moeten niet langer naar binnen kijken, maar de blik naar buiten richten.”

Boonstra is niet tevreden over de prestaties die in Eindhoven zijn bereikt op het gebied van wereldwijde marketing van consumentenproducten. De Philips-topman wil het merk Philips op alle continenten net zo sterk maken als bijvoorbeeld Sony of Coca-Cola. “De marketing moet weg onder de vleugels van de technologie”, lichtte hij toe. De grootste productdivisie, Sound & Vision, ondervindt volgens hem grote hinder van de huidige situatie. Philips hoopt in Amsterdam, waar veel reclamebureaus zijn gevestigd, een klimaat te treffen waarin de marketing beter gedijt.

Het voornemen van Philips' raad van bestuur onder leiding van Cor Boonstra om, na 106 jaar, Philips' concernhoofdkwartier uit Eindhoven weg te halen is door vakbondsbestuurders, regionale politici, Kamerleden, ex-ministers, wetenschappers, oud-ministers en (oud-)Philipsmensen op de korrel genomen. In Zuidoost-Brabant stak, na het uitlekken van de plannen in september, in vrijwel alle maatschappelijke geledingen een storm van protest op. 'Philips blijf', was de boodschap. Emoties speelden vaak een belangrijke rol. Het Eindhovens Dagblad gaf vele prominenten de ruimte hun mening te ventileren. In grote meerderheid wees men Philips' voornemen af, slechts een enkeling toonde begrip.

Vakbondsbestuurders spraken over “het verplaatsen van de ivoren toren” met als grote verliezer de regio Eindhoven. De oude heer Frits Philips begreep er niets van dat Philips de Lichtstad zou moeten verlaten. “Potdorie, wat doen ze ons aan?”, zei hij. Kennelijk heeft hij zich snel laten overtuigen, want nu het besluit er eenmaal ligt is ook ir. Philips enthousiast. Een oud-Philipsmanager sprak in reactie op de verhuisplannen over “de abortuskliniek van Boonstra”, mede doelend op de reeks saneringen en bedrijfsafstotingen die zich tijdens Boonstra's eerste jaar als president heeft voltrokken.

De 'ivoren toren' zelf deed er de afgelopen weken het zwijgen toe. Philips-woordvoerders bevestigden slechts de verhuisplannen plus het feit dat Amsterdam, door de nabijheid van Schiphol, financiële instellingen en marketing- en reclamedeskundigen, een belangrijke optie was. Er was, zo heette het, sprake van een “interne discussie”. Voor het eind van het jaar zou een beslissing vallen. Het al of niet bewust uitgelekte nieuws en de publieke reacties daarop hebben die discussie duidelijk versneld. Alle tegenargumenten die de afgelopen weken zijn opgeworpen hebben Boonstra en de zijnen niet van gedachten doen veranderen. Integendeel, volgens sommige waarnemers hebben ze hem juist in zijn mening gesterkt.

Naar de werkelijke argumenten van Boonstra, de eerste 'buitenstaander' aan de Philips-top, bleef het de afgelopen tijd gissen. Wel heeft hij vanaf de eerste dag van zijn aantreden als topman (1 oktober vorig jaar) laten weten koste wat kost door de taaie 'leemlagen' bij het concern te willen heenbreken. Hij vergeleek de Philips-organisatie met een “bord spaghetti” dat hij wilde omvormen tot een een bord asperges. Zijn eerste maatregelen betroffen dan ook, naast het sluiten of verkopen van verliesgevende activiteiten, het helderder maken van de concernstructuur. Hij definieerde zo'n honderd business units en bepaalde dat het management daarvan voortaan streng op eigen resultaten zou worden afgerekend. De bezetting van het hoofdkantoor werd gehalveerd tot ongeveer 400 medewerkers. Het ingewikkelde bestuursmodel van het wereldconcern wordt veranderd: hele bestuurslagen worden verwijderd en landenorganisaties krijgen een nieuwe, veel meer ondersteunende taak. Een beetje naar het voorbeeld van zijn voorganger Jan Timmer hield hij overal in de onderneming peptalks. Onder het motto The Philips Challenge heette het: we moeten harder werken, slanker en alerter worden en de kosten moeten stevig omlaag.

Bij insiders was het allang geen geheim meer dat Boonstra met het hoofdkantoor - verouderd en door de reorganisatie ook nog eens veel te groot - zo snel mogelijk Eindhoven wilde verlaten, onder andere omdat hij de Brabantse Philips-cultuur verstikkend vond. Zelf vestigde de topman zich in België, ver weg van het Eindhovense roddelcircuit om Philips heen.

Voor Peter Roctus, bestuurder van de Vereniging van Hoger Philips Personeel, kwam het verhuisplan niet als een verrassing. Bij een toespraak begin dit jaar ter gelegenheid van het VHPP-jubileum liet Boonstra al duidelijk blijken dat hij baalde van Eindhoven, zegt Roctus. “Boonstra wil breken met een traditie. Hij wil een stevige en harde boodschap overbrengen. Het gaat hem om een andere geest, een andere cultuur bij het bedrijf, een cultuur die ook Jan Timmer met Centurion niet heeft kunnen bewerkstelligen. Boonstra wil Philips-mensen een beetje peper in de reet wrijven.”

Ook bestuurder Ad Verhoeven van vakbond de Unie heeft zich fel afgezet tegen de verhuizing. Verhoeven vindt dat Boonstra nogal macho-achtig bezig is. “Leg mij eens uit waarom je Philips wel vanuit Amsterdam en niet vanuit Eindhoven kunt redden”, zegt hij uitdagend. Maar ook hij erkent dat “de evidente belangen van de regio Eindhoven niet per se parallel hoeven te lopen met die van Philips (“in een doodsstrijd is Philips er niet om de regio te redden”).

Natuurlijk komt de klap in Eindhoven hard aan. De stad is door Philips groot geworden. Rond het almaar uitdijende gloeilampenfabriekje van Anton en Gerard ontstonden honderden andere bedrijven en bedrijfjes. Het concern bouwde een netwerk van sociale voorzieningen op en lokte personeel uit alle delen van het land. Philips zorgde voor een ontspanningscentrum, een studiefonds en medische hulp. Rondom het Philips-dorp in Strijp kwamen faciliteiten als een bibliotheek, sport- en reisverenigingen. Mede dankzij Philips kreeg Eindhoven een technische universiteit.

Niet verwonderlijk dat burgemeester Rein Welschen van Eindhoven de verhuisplannen van Philips uitlegde als “een verkeerd signaal”. Hij verduidelijkte: “Deze regio zal door het vertrek van Philips' hoofdkantoor niet in elkaar storten, maar het betekent toch weer een paar passen terug.”

Welschen wil de gevolgen van het vertrek van Cor Boonstra en zijn concernstaf niet dramatiseren. Toch zegt hij: “Philips is hier nog steeds de spil waar alles om draait.” Het aangekondigde technologiecentrum bij het Natuurkundig Laboratorium beschouwt de burgemeester als een 'troostprijs'. Het is zijns inziens wel een bewijs dat Philips vertrouwen houdt in Eindhoven en omgeving.

Met de Noord-Brabantse commissaris van de koningin Houben heeft Welschen de afgelopen weken via stille diplomatie getracht de Philips-top tot blijven te bewegen. Het heeft niet mogen baten, evenmin als de pleidooien van de Eindhovense gemeenteraad en Provinciale Staten.

Zuidoost-Brabant is samen met Noord-Limburg inmiddels een van de belangrijkste industriële centra van Nederland. Het bedrijfsleven groeit er harder dan elders in het land. Volgens het Centraal Planbureau besteden deze regio's jaarlijks tweeëneenhalf miljard gulden aan onderzoek en ontwikkeling. Dat is de helft van wat heel Nederland eraan uitgeeft. Wat kennisintensiteit betreft behoort Zuidoost-Nederland tot de Europese top-drie. Alleen al op basis daarvan is de verwachting gerechtvaardigd dat het gebied voldoende spankracht heeft om het vertrek van het Philips-hoofdkantoor en eventuele andere ingrepen te overleven.

Eindhoven en de regio zijn de afgelopen jaren door meer tegenslagen getroffen: het saneringsprogramma Centurion van Philips kostte duizenden banen, net als de ondergang van het oude DAF. Welschen: “In die jaren waren de bouwkranen hier snel verdwenen. We beleefden echt een dieptepunt. We dachten toen: Eindhoven krijgt de genadeslag.”

Gemeenten, bedrijven, instituten en Arbeidsvoorziening hebben toen de koppen bij elkaar gestoken om actieplannen te beramen. Dat leidde tot een Europees steunprogramma voor industriële herstructurering van de regio. Er kwam een miljard gulden beschikbaar voor onderwijs en scholing, voor clustering van bedrijven, betere samenwerking tussen Universiteit, Hogeschool en Kamer van Koophandel. Dat programma loopt inmiddels zes jaar. Welschen: “Het heeft gewerkt. Er kwamen tal van nieuwe bedrijven en banen bij.”

De burgemeester wrijft zich in de handen over de veerkracht die de “industriële mainport Zuidoost-Brabant” heeft getoond. Het gaat goed met de werkgelegenheid, zelfs het aantal banen in de industrie groeit weer. Menig bedrijf dat sterk op Philips en DAF was gericht slaagde er geruisloos in andere klanten te vinden. Ook zijn enkele nieuwe technologie-instituten, waaronder TNO Industrie, binnengehaald.

Maar Welschen is ervan overtuigd dat, als de regio Eindhoven samen met Noord-Limburg zijn positie als industrieel hart van Nederland wil blijven behouden, dit alleen kan door verdergaande clustering van bedrijven en meer samenwerking tussen bedrijven, overheden en kennisinstituten. “Wij willen meer industriële en financiële dienstverlening en design-activiteiten naar dit gebied halen. Als je dat wilt, heb zo'n hoofdkantoor van Philips nodig. Dat heeft een hoge symboolwaarde voor andere bedrijven die zich hier willen vestigen. Ik vind het vertrek daarom een verkeerd signaal, een stap in de verkeerde richting. Echt, ik kan me zo moeilijk een München zonder BMW en zonder Siemens voorstellen.”