Alles wat er mis is met Amerika

Downsize this! Random threats from an unarmed American. Door Michael Moore, Uitg. Harper Perennial, ƒ 32,90

'Herinner je je de American Dream? Wie hard werkte voor een bedrijf dat floreerde, plukte daar ook de vruchten van. Die droom is in rook opgegaan'', betoogt Michael Moore in Downsize this! Random threats from an unarmed American. De Amerikaanse nachtmerrie is ervoor in de plaats gekomen; je werkt hard, de onderneming floreert, en jij verliest je baan. Sinds de tweede helft van de jaren tachtig is het Amerikaanse bedrijfsleven in de ban van het downsizen, waarbij fors het mes wordt gezet in de personeelsbestanden. Ondernemingen voerden de arbeidsproductiviteit op, en ontsloegen vervolgens het surplus aan arbeidskrachten. Als het goedkoper was de productie te verplaatsen naar lagelonenlanden, werd de complete fabriek gesloten.

Corporate America was tevreden: de winsten stegen, de dividenden en de salarissen van topmanagers bereikten ongekende hoogten. Moore kent echter de keerzijde van de medaille. Zijn hometown Flint in Michigan onderging de gevolgen van de grootscheepse bezuinigingen van autoproducent General Motors. In jaren waarin GM recordwinsten maakte, zette het bedrijf 30.000 Amerikaanse arbeiders op straat. In totaal maakte GM de laatste vijftien jaar 34 miljard dollar winst, en schrapte 240.000 arbeidsplaatsen.

In 1989 maakte Moore de documentairefilm Roger and I, waarin hij probeerde GM-topman Roger Smith naar Flint te krijgen, om met eigen ogen te zien welke rampzalige gevolgen de sluitingen hadden voor de lokale gemeenschap. In de televisieserie TV-nation vervolgde Moore zijn aanklacht tegen het downsizende Amerikaanse bedrijfsleven, en sneed en passant ook andere gevallen aan van wat hij aanduidt als corporate crime. Een aantal delen van de serie werd ook in Nederland uitgezonden. Zowel film als serie raakte een gevoelige snaar bij honderdduizenden Amerikanen die hun werk kwijtraakten, hun baan dreigen te verliezen, of met twee banen nauwelijks rondkomen. Downsize this!, waarin Moore het Amerikaanse onderbuikgevoel op papier vastlegde, bereikte binnen no-time de bestsellerslist van de New York Times. De geactualiseerde versie ligt nu in de Nederlandse boekwinkels.

Twee vrijwel identieke foto's openen het boek; de eerste toont het Alfred P. Murrah Federal Building in Oklahoma City na de bomaanslag in 1995; op de tweede foto is een half-gesloopte fabriek van General Motors in Flint te zien. Het eerste noemen we het resultaat van terrorisme, maar welke naam moet je gebruiken voor een onderneming, die de levens van duizenden mensen ruïneert, vraagt Moore zich sarcastisch af. Hiermee is de toon van het boek gezet. De groeiende onvrede bij honderdduizenden Amerikanen van wie de bestaanszekerheid is afgepakt, baart Moore zorgen. Fijntjes wijst hij op de bomaanslag in Oklahoma City, de gewapende milities, de rassenrellen in Los Angeles, en de algemene desinteresse in de politiek, waarmee de democratie op de tocht komt te staan. Reden genoeg om 'scared shitless' te zijn.

Desalniettemin vindt Moore een humoristisch idioom om zijn bezorgdheid in te verpakken. Zijn suggesties voor een 'beter Amerika' zijn hilarisch. Om de Amerikanen weer bij de politiek te betrekken, stelt Moore voor de presidentsverkiezingen op een andere manier te organiseren. Hoeveel Amerikanen zouden de televisie niet aanzetten voor een race tussen de presidentskandidaten in vrachtwagens met enorme wielen; Dole achter het stuur van de monstertruck 'Bigfoot', terwijl Clinton 'KingKong' bestuurt.

In Downsize this! zet Moore zijn vraagtekens bij de massaontslagen bij florerende bedrijven en de miljoenen dollars aan overheidssteun voor ondernemingen die dreigen naar elders te vertrekken. Moore's analyses zijn eenzijdig; het argument dat een onderneming internationaal moet concurreren, en daarom zoveel mogelijk wil besparen op productiekosten is aan hem niet besteed. Maar deze compromisloze opstelling dwingt tot overweging.

Is het geoorloofd dat een concern met zeven miljard dollar winst een fabriek sluit waarvan een lokale gemeenschap afhankelijk is, zodat de winst kan stijgen tot 7,1 miljard dollar? Van Moore hoeft niemand een genuanceerd antwoord te verwachten.

Terloops slaat Moore ook zijpaden in; de politieke status quo in de Verenigde Staten, de gewapende milities, het Amerikaanse zelfbeeld, het rascisme, de afkeer van vreemdelingen en de vrouwenhaat. Daarmee biedt hij een humoristisch, maar tegelijk beklemmend beeld van alles wat er mis is met Amerika.