Vreemdelingen

Sprekend over voetbalstrategie had Louis van Gaal menigmaal het gelijk aan zijn zijde, maar uiteraard niet eeuwig en altijd. Zo ziet het er naar uit dat Dani bij Morten Olsen in betere handen is. Van Gaal maakte de kleine Portugees altijd onmiddellijk op diens gebrekkige meeverdedigen opmerkzaam - en verwees hem daarom menigmaal naar de reservebank - maar de Deen stelt hem veelvuldig op en daarvan trekt het team veel profijt.

De derde goal tegen Feyenoord was van een aparte schoonheid. Eerst het vrijspelen tussen drie man in en daarna het sublieme stiftballetje over de doelman heen. Het was werkelijk grandioos en dus van een hoog schoonheidsgehalte.

Intussen wordt het moeilijker en moeilijker om nog een schijn van spanning op te houden omtrent de vraag wie er dit seizoen landskampioen wordt. Ik houd nog steeds een klein beetje mijn stelling overeind dat Ajax lastiger tot scoren zal komen als de velden slecht bespeelbaar worden. Gezien de WK-wedstrijden aan het eind van dit seizoen zal de KNVB de nationale competitie zo vlot mogelijk willen afwerken, dus men zal voor modder en een plas regen niet snel opzij gaan.

Maar de voorsprong van de Amsterdammers is nu dermate aanzienlijk, dat je jezelf nauwelijks nog spanning en onzekerheid kunt aanpraten. En dan moet met een mengeling van verbazing en bewondering worden vastgesteld dat Morten Olsen en zijn nieuwe spelers een schitterende prestatie hebben verricht: hun eenheid werd in een handvol wedstrijden gesmeed en maakt een hechte, duurzame indruk. Men vindt elkaar met speels gemak en de combinaties bloeien op gelijk de rozen in een fraai aangelegde tuin.

Het doet er daarbij totaal niet toe uit welk land welke speler afkomstig is. Een Deen functioneert optimaal naast een Nigeriaan. Voor hen uit dartelen een Nederlander en een Portugees. In de vuurlinie speelt een Georgiër langszij een Fin - het kan bijna niet internationaler en toch is de verbondenheid met voetbal voldoende om elkaars bedoelingen uitstekend te verstaan.

Het is jammer voor de landenploegen, maar de werkelijkheid van alledag wijst uit dat nationaliteit niet meer van overwegend belang is. Voetbal maakt zijn eigen condities, die met een paspoort weinig te maken hebben. Alleen eens in de vier jaar, bij Europese- of wereldkampioenschappen, gelden andere regels. Maar dat is een korte, tijdelijke onderbreking van het clubvoetbal.

Het wemelt tegenwoordig van de buitenlanders in de van huis uit Nederlandse ploegen. Niet zo lang geleden vreesde ik dat een flink deel van ons stadionpubliek hiermee niet akkoord zou gaan. Het was immers zo'n hemelsbreed verschil met wat dat publiek tientallen jaren achtereen gewend was geweest. De helden woonden destijds in de eigen wijk, soms in de eigen straat en op z'n minst in de eigen stad en daar waren ze ook opgegroeid. Hoe zou men tegen een vreemdelingenlegioen opkijken?

Welnu - dat valt bijzonder mee. Het publiek is niet meer het mensentype van vroeger. Men reist meer en verder van huis. En men is in staat en bereid spelers die als vreemden binnenkwamen, binnen enkele weken te accepteren en soms zelfs in het hart te sluiten - mits ze hun vak verstaan en iets toevoegen aan het spel van onze eigen dorpelingen en stedelingen. Internationaler dan tegenwoordig kan voetbal nauwelijks meer worden. Op voorwaarde dat men niet lichtvaardig alles aantrekt dat uit de verte komt, is dit geen slechte ontwikkeling. Zo ziet u maar dat het met een beetje moeite nog mogelijk is een beschouwing aan voetbal te wijden waarin het niet over 'verzieken' gaat. Al blijft dat gevaar altijd op de loer liggen.