Tweestrijd om tweede IOC-zetel is ongelijk

Nederland heeft kans op een tweede zetel in het Internationale Olympisch Comité. NOC-voorzitter Huibregtsen en oud-schaatser Ard Schenk zijn kandidaat. IOC-lid Anton Geesink is teleurgesteld dat hij niet is gekend in de plannen.

ROTTERDAM, 28 OKT. Het moet wel heel raar lopen, wil NOC*NSF-voorzitter Wouter Huibregtsen niet worden voorgedragen voor een tweede Nederlandse zetel in het Internationale Olympisch Comité. Ard Schenk is weliswaar ook geïnteresseerd in de functie, maar als er al van een tweestrijd kan worden gesproken, is het een ongelijke.

De ene kandidaat is een bestuurder die heeft aangetoond leiding te kunnen geven aan de totale georganiseerde sport in Nederland en de andere is een voormalige sportheld die herinneringen oproept aan mooie schaatstijden. Hoewel het niet leuk zal zijn de populaire Schenk een nederlaag toe te brengen, kiezen de meeste Nederlandse sportbonden vrijwel zeker voor Huibregtsen. Behalve dat de bestuurders de NOC-voorzitter moeilijk kunnen afvallen, weten ze uit ervaring dat hij een goede vertegenwoordiger in het hoogste bestuursorgaan in de sportwereld kan zijn.

Er wordt op Papendal grote haast gemaakt met de kandidatuur. Het bestuur van de overkoepelende sportbond NOC*NSF wil al volgende week dinsdag bij de algemene ledenvergadering de naam presenteren van de in Lausanne voor te dragen persoon. Deze maand liet voorzitter Juan Antonio Samaranch doorschemeren dat Nederland net zoals de andere organisatoren van een Olympische Spelen recht heeft op een tweede vertegenwoordiger in het IOC.

Maar het is nog niet gezegd dat Samaranch de Nederlandse voordracht ook overneemt. In het verleden trok de Spaanse veteraan regelmatig zijn eigen plan. Dat was onder andere het geval bij de benoeming van het Nederlandse IOC-lid Anton Geesink. Hij was in 1987 niet voorgedragen, maar werd wel gekozen. Dezelfde Geesink kan straks een poging ondernemen om zijn baas niet voor Huibregtsen, maar voor Schenk of een andere kandidaat te laten kiezen. Net als Samaranch heeft de oud-judoka een duidelijke voorkeur voor voormalige sporthelden in het IOC.

De vraag is of Samaranch de keuze van de totale Nederlandse sport kan negeren. Bovendien noemde de IOC-kopman onlangs in Amsterdam zelf de naam van Huibregtsen als mogelijke kandidaat. Een doorgewinterde zakenman als de NOC-voorzitter zou zich ook zeker niet kandidaat hebben gesteld als hij niet de zekerheid had een hele goede kans te maken. Ook is Huibregtsen blijkbaar overtuigd van zijn steun binnen Nederland, want van het voornemen van zijn bestuur om met een stemadvies te komen, is afgezien.

Vandaag hebben de sportbonden de brief uit Papendal ontvangen waarin wordt gevraagd te kiezen tussen Huibregtsen en Schenk. Ze kunnen ook eventuele andere kandidaten aanmelden. Het is niet onwaarschijnlijk dat de naam van Erica Terpstra door een of meer bonden wordt genoemd. Het nadeel van de sportgekke staatssecretaris is dat ze door haar politieke functie voorlopig nog niet beschikbaar is. Toch is Terpstra nog niet helemaal kansloos. Want als Samaranch besluit Huibregtsen tot het IOC toe te laten zal hij daar zeker de voorwaarde aan verbinden dat de NOC-voorzitter zijn verstoorde verstandhouding met Geesink herstelt.

En als dat niet lukt, kan Samaranch de tweede Nederlandse IOC-zetel voorlopig weleens in de koelkast zetten. De IOC-voorzitter is niets verplicht. Hij heeft nog geen officiële toezegging gedaan over het lidmaatschap en ook niet over het tijdstip waarop de benoeming moet plaatsvinden. Huibregtsen hoopt uiteraard dat dat al bij het eerstkomende congres, volgend jaar februari in Nagano, gaat gebeuren.