Stijlvolle Romeo & Julia van Ballet van Vlaanderen

Voorstelling: Romeo & Julia door het Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Choreografie: André Prokovsky, muziek: Serge Prokofiev, decor: Robin Don, costuums: Allexandre Vassiliev. Gezien: 26 oktober, Stadsschouwburg, Antwerpen. In Nederland te zien: 29/10, Den Bosch; 4/11, Hilversum; 11/11, Alkmaar; 17/11 IJmuiden; 2 en 3/12 Den Haag; 6/12 Sittard; 7/12 Nijmegen. Daarna nog in mei 1998. Inl. (010) 592 31 55.

De tragische liefdesgeschiedenis van Romeo en Julia en de muziek, die Serge Prokofiev voor Shakespeare's drama schreef, blijft een bron van inspiratie voor vele dansscheppers. Ook (zakelijk) leiders van dansgezelschappen zien Romeo en Julia graag op het repertoire, want het is een geheide publiekstrekker. Het Koninklijk Ballet van Vlaanderen is nu zelfs al aan een tweede versie ervan toe.

De eerste werd in 1984 gemaakt door de kortstondige artistiek leider van het gezelschap, de omstreden Russische choreograaf Valery Panov, nu presenteert André Prokovsky op verzoek van de huidige artistiek directeur Robert Denvers een nieuwe, flink ingekorte versie. Het verhaal wordt, in tegenstelling tot de ruim drie uur durende voorstelling die Prokofievs muziek in beslag neemt, in tweemaal drie kwartier gedanst. Prokovsky concentreert zich op de essentiële onderdelen van de geschiedenis. Geen massa-scènes die een sfeertekening geven van het bonte Veronese stadsleven waarin de families Montegue en Capulet hun vetes uitvechten, geen feest vol pracht en praal waarop Romeo en Julia elkaar ontmoeten, geen uitgesponnen scènes waarin het heimelijke huwelijk wordt voltrokken, de schijndood veroorzakende drank wordt ingenomen of Mercutio wordt doodgestoken.

De compactheid werkt in bepaalde opzichten heel goed. De aandacht gaat geheel en al naar de hoofdpersonen: Romeo, Julia, de bon-vivant Mercutio en Julia's heethoofdige neef Tybalt. Aan de andere kant miste ik toch wel een beetje de inkleuring van de omstandigheden waarin die twee geliefden leven, hun familie, hun sociale status. Zo krijgt de rol van de voedster een marginale invulling en wordt door haar koket getrippel op spitzen en de flirterige omgang met de heren nergens de figuur waarbij de prille Julia zich geborgen en beschermd voelt ten opzichte van haar afstandelijke ouders. De rol heeft in dit geval dan ook geen geloofwaardige functie.

Zo zijn er nog wel meer dramaturgische zwakheden, zoals het vaak abrupt op- en afgaan van groepen en personen. Sterk daarentegen zijn de snelle opeenvolging van de vertraagd weergegeven dood van Tybalt en Mercutio, de absolute zekerheid waarmee Julia haar schijndood bewerkstelligt, de perfecte karakterisering in beweging van de branieschopper en charmeur Mercutio en de dromerige Romeo. Verrassend en overtuigend is de kortstondige hereniging van het liefdespaar als Julia net uit haar schijndood is ontwaakt en het gif dat Romeo ingenomen heeft nog niet zijn fatale werk heeft gedaan. Goed is ook dat bij Prokovsky de door de ouders uitgezochte huwelijkskandidaat Paris geen vage figuur blijft maar een man wordt die, als Romeo niet was komen opdagen, waarschijnlijk bij Julia best in de smaak gevallen zou zijn. Het groepswerk is wat traditioneel balleterig met, voor al die adellijke dames, wel wat erg veel en hoog opgeheven benen, maar het is altijd heel dansant en nergens geforceerd aandoend. Dat is toch een kenmerk in Prokovsky's choreografieën; alle bewegingen lopen vanzelfsprekend in elkaar over en voegen zich naadloos naar het ritme en de melodie van de muziek. Virtuositeit wordt niet geschuwd en krijgt een niet opdringerige plaats in het totaal.

De dansers voelen zich er duidelijk wel bij, ze zijn licht, snel en stijlvol en hebben een levendige presentatie. Het sobere decor - massief uitziende muren, die door variabele standen en effectieve belichting verschillende entourages suggereren - doet de fraaie, helderkleurige kostuums goed tot hun recht komen. De hoofdrollen worden door de vederlichte Aysem Sumal (Julia), de virtuoze romanticus Jeroen Hofmans (Romeo), de venijnig krachtige Guiseppe Nocere (Tybalt) en de speelse Pascal Nolat (Mercutio) uitstekend vertolkt. Een niet opzienbarende, maar uiterst plezierige en overtuigende productie, waarmee het Ballet van Vlaanderen een sterke troef in handen heeft.