Stef Bos zingt vooral namaak-chansons

Voorstelling: De onderstroom, door Stef Bos, m.m.v. Francis Wildemeersch, Bert Embrechts, Jan van Looy, Antony Boost en Gert Meert. Gezien: 27/10 in De Kleine Komedie, Amsterdam. Tournee t/m 18/3. Inl. (010) 5923155.

Steeds groter wordt de schare bewonderaars van Stef Bos. Sinds zijn eerste cd zes jaar geleden de status dubbel-platina haalde, roepen zijn liedjes bij een breed publiek herkenning op - of op zijn minst het gevoel dat hier, hoe vaag ook, aan iets diepzinnigs wordt geraakt. Als hij op zijn best is, doet hij dan ook een beetje aan de ongrijpbare kant van Herman van Veen denken. De muziek meandert, in de tekst komen veel nachten, eenzame straten en godvergeten kroegen voor, en de stem blaast dat alles aan tot het heel wat lijkt.

In zijn nieuwe theaterprogramma De onderstroom, gebaseerd op de gelijknamige cd, speelt Bos samen met vijf geoefende muzikanten die hem een prettig klinkende bedding van rock, blues en wereldmuziek bieden. Hij zit aan de piano of staat er tussen in, op een toneel waar twintig kale peertjes op ongelijke hoogte aan lange draden hangen. En hij zingt. Vaak fragmentarische nummers, waarin een enkel aardig zinnetje ('de vrouwen lopen langzaam / om langer mooi te zijn') verzinkt in de warrige rijm- en redeloosheid van de rest.

Natuurlijk zijn het sfeerteksten, die beter niet op hun letterlijke betekenis kunnen worden onderzocht. En toch zou ik af en toe wel eens willen weten wat hij bedoelt: 'Een man van veertig jaar / komt ergens vandaan / loopt over het plein / en ziet zijn dochter staan / zij is nu zestien, dus hij / zwijgt en verdwijnt / want zij doet haar best / om een ander te zijn...'

Bij dat alles weet Stef Bos werkelijk de indruk te wekken dat hij heel wat te beweren heeft, maar in zijn namaak-po√ętica kan ik met de beste wil van de wereld geen volwaardige chansons zien. Zijn publiek leeft daarentegen des te geestdriftiger met de dichter-zanger mee, vooral als hij bij een druilerig deuntje helemaal alleen in een spotje staat en steeds dezelfde twee regels zingt die bedoeld zijn om de ontroering te beschrijven bij het afscheid van een geliefde: 'De laatste tijd heb ik gedacht / het is niet meer zo als het was...'