S.C. graaf van Randwijck 1901-1997; Zendingsconsul

ROTTERDAM, 28 OKT. In Doorn is in het afgelopen weekeinde mr. S.C. graaf Van Randwijck, 96 jaar oud, overleden.

Van Randwijck heeft gedurende zijn werkzame leven een belangrijke rol gespeeld als zendingsfunctionaris van de Nederlandse Hervormde Kerk.

Van Randwijck was de zoon van de 'rode graaf', een SDAP'er die rond de eeuwwisseling burgemeester van Amersfoort was. Toen diens zoon Steven Cornelis na zijn schooltijd in Utrecht rechten ging studeren, raakte deze verzeild in de kring van de Nederlandse Christen Studenten Vereniging (NCSV). Veel jongeren uit prominente hervormde families ontmoetten elkaar destijds in deze uiteindelijk marxistisch geworden en opgedoekte studentenvereniging.

De NCSV was voor de jonge Van Randwijck de werkelijk vormende factor in zijn ontwikkeling. Via de NCSV kwam hij in de jaren '20 in contact met onder anderen W. Visser 't Hooft, de latere secretaris-generaal van de Wereldraad van Kerken in Genève, en met H. Kraemer, een van de belangrijkste zendingsmensen van de Hervormde Kerk. Door deze vrienden kwam de jurist Van Randwijck ook in aanraking met de opvattingen en de dogmatiek van de Zwitserse theoloog K. Barth van wie hij een aanhanger en groot bewonderaar werd.

In het begin van de jaren '30 vertrok hij naar Nederlands-Indië om in Batavia als 'zendingsconsul' bij het koloniale regime de belangen van zijn kerk te behartigen. In deze functie trad hij niet alleen op voor de Nederlandse zending onder de inheemsen, maar ook voor Amerikaanse, Duitse en Zwitserse zendingsgenootschappen die in Indië actief waren.

Na de oorlog keerde Van Randwijck met zijn gezin terug naar Nederland en werd hij de centrale man bij het hervormde zendingsbureau in Oegstgeest.

In de naoorlogse periode heeft Van Randwijck, die als christen een 'doorbraaksocialist' was, nog een rol gespeeld in het Nederlandse dekolonisatieproces. Zo nam hij scherp stelling tegen het beleid van minister Luns inzake Nieuw-Guinea, wat in de Hervormde Kerk tot een storm van protesten leidde.

In 1966 ging de zendingssecretaris met pensioen, maar hij bleef actief op het gebied van de geschiedschrijving. In 1981 publiceerde hij een uitvoerige studie in twee delen over de hervormde zending in de koloniale tijd van 1897 tot 1942.

Van Randwijck was officier in de orde van Oranje Nassau en ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw. Hij laat drie kinderen, onder wie de oud-procureur-generaal te Amsterdam, R.J.C. van Randwijck, en drie stiefkinderen na.