Rechter verbiedt uitlevering zakenman

ROTTERDAM, 28 OKT. De Koerdisch-Turkse zakenman H. Baybasin mag niet worden uitgeleverd aan Turkije. Dat heeft de president van de rechtbank in Den Haag vandaag bepaald in een kort geding van Baybasin tegen de staat.

Eerder was de uitlevering van Baybasin, die in eigen land wordt verdacht van heroïnesmokkel, uitgesteld. Justitie poogde zo een aanhoudingsbevel in Turkije voor de inmiddels gepensioneerde Nederlandse brigadier D. Krouwel ongedaan te maken.

De Turkse justitie is van mening dat ex-brigadier Krouwel zich alsnog moet verantwoorden voor de dood van de Turk H. Köksal, die in 1993 overleed in een cel van het politiebureau van Venlo. Het gerechtshof in Den Bosch sprak de voormalig politieman in 1995 vrij.

Baybasin verzet zich tegen zijn uitlevering uit vrees voor zijn leven, omdat hij verklaringen heeft afgelegd over de betrokkenheid van hoge militairen en politici in Turkije bij de handel in drugs. Omdat hij een aanslag op zijn leven vreest, is hij in Nederland ondergedoken en was hij vanmorgen niet in de rechtbank aanwezig.

De Hoge Raad besliste eind 1996 dat Baybasin kon worden uitgeleverd aan Turkije, maar adviseerde minister Sorgdrager (Justitie) dit vonnis niet uit te voeren. Sorgdrager volgde het advies niet op, maar vroeg extra garanties met betrekking tot Baybasins veiligheid.

Volgens rechtbankpresident A.H. van Delden mag er bij deze Turkse garanties van worden uitgegaan dat Baybasin tijdens zijn verhoor door het OM in Istanbul “geen slachtoffer zal worden van inbreuk op zijn fundamentele rechten”. Het is volgens Van Delden echter de vraag of Turkse garanties Baybasin ook voldoende zouden beschermen tijdens zijn vervoer naar, en verblijf in een Turkse gevangenis. Omdat deze situatie volgens Van Delden “te ongewis” is, stelde hij dat minister Sorgdrager “in alle redelijkheid niet tot de conclusie (had) kunnen komen” dat Baybasin in Turkije niet in strijd met de mensenrechten zou worden behandeld.

De Turkse ambassadeur B. Ilkin wilde vanmorgen niet reageren. “Dit is een uitspraak van de rechtbank en daar heb ik niets op te zeggen”, aldus de ambassadeur.