Lübeck

Of je Lübeck nu binnenrijdt via de Holstentor of via de Burgtor, je ziet dat de stad puntmutsen draagt. Grijze lei of groen koperoxide - torens, in Lübeck, hebben voor het merendeel dezelfde afwerking, of het nu de Dom is, of de Mariënkirche, de Holstentor, de Jacobikirche, de Burgtor of het postkantoor, het Heilige Geest Hospitaal of een watertoren...

Een watertoren heeft doorgaans de vorm van een schaakstuk, een kasteel, maar in Lübeck staan er op de transen dan nog 's weer zes puntmutsen, men kan het niet laten. Lübeck is de germaanse pendant van het Italiaanse San Giminiano. De stad herbergt een familie van reuzenkabouters, ontworpen door Rien Poortvliet of liever zijn grotere broer.

Maar de kabouters hoeven geen reuzen te zijn. Op je hotelkamer zul je aan het hoofd van het opgemaakte bed het kussen kunstig in een punt omhoog zien staan.

We liepen langs de Malerwinkel, een rij historische huizen, een oude vestingwal waar het hedendaagse leven goed was. Men lag in het gras te lezen, men zat op een stoeltje te peinzen, tussen het wasgoed dat hing te drogen, op deze wellicht laatste zomerse dag van het jaar.

Jammer, zo moest de hele stad zijn. De binnenstad, in 1942 door een bombardement flink gehavend, is na de oorlog op de verkeerde plaatsen herbouwd in glas en staal door architecten die vonden dat dat moest kunnen. Het kan nog steeds niet. In de binnenstad van Lübeck lopend kun je ruim genieten van al het moois dat in oude stijl is gerestaureerd. Maar op bepaalde straathoeken waan je je in stadjes als Den Helder, of Weert. Wat in het groot kan, hebben de provinciale architecten gedacht, dat kunnen wij in het klein. Maar wat in Hamburg of Rotterdam een succes is, is een succes door zijn afmetingen. Die kun je niet zomaar verkleinen. Het grote past niet in het kleine.

Het 'Buddenbrookshaus', Mengstrasze no 4, het huis waar Thomas Mann in zijn jeugd heeft gewoond, is in de oorlog zwaar beschadigd, maar later weer geheel naar het origineel herbouwd. Het huis bevatte dezer dagen een tentoonstelling over de grote schrijver ter gelegenheid van het verschijnen, vijftig jaar geleden, van zijn roman Doktor Faustus, in 1947. Ik heb de tentoonstelling bezocht en heb daar rondgelopen met gemengde ideeën. Ik heb nooit van Thomas Mann gehouden. En dat is enigszins een probleem. Als je een schrijver bewondert, mag die bewondering zijn gebaseerd op één boek. Een schrijver wordt namelijk gewaardeerd op grond van zijn beste werk. Maar voordat je een groot schrijver afwijst, moet je eigenlijk al zijn werk gelezen hebben. En wat Mann betreft, dat heb ik niet. Ik ben ooit begonnen met Königliche Hoheit en heb me bij de lezing daarvan tot het bittere eind stierlijk verveeld. Dat was geen boek voor mij. Wat een wijdlopig verhaal! Nu vrees ik dat al die andere lijvige romans van hem net zo langdradig zijn - voor mij. Mann heeft dit probleem natuurlijk onderkend. Over eventuele Langweiligkeit, tijdens het lezen, heeft hij geschreven, dat volgens hem 'allein das genaue und das gründliche wahrhaft unterhaltend' is. Zoals je van een foto kunt verlangen dat hij scherp is. Maar van een schilderij verlang je dat helemaal niet. Ik heb nog 's Der Tod in Venedig ter hand genomen. Dun boekje. Maar helaas - ook geen succes. Ik heb Mann dus gelaten voor wat hij was en een voorkeur ontwikkeld voor literatuur waar meer te raden, en voor een schrijver meer te zwijgen viel. Zo gaat elke schrijver zijn eigen gang.

Uitgerekend tijdens ons verblijf in Lübeck herdacht Duitsland het feit dat West en Oost zeven jaar geleden herenigd werden. Dat betekent een feestdag. Dat betekent in Duitsland een dooie stad, zodat wij tijdig onze toevlucht hebben gezocht in Travemünde, de badplaats. Ook daar was niet veel te doen. Maar een verlaten badplaats heeft een zekere romantiek, die te maken heeft met een leeg strand, met eeuwigheid. Een lege, zondagse winkelstraat heeft dat niet.