Londen en EMU: schrik voor risico's

Groot-Brittannië doet mee met de EMU, maar niet vanaf het begin. Labour schuift een besluit over het tijdstip van toetreding liever door naar een volgend parlement.

LONDEN, 28 OKT. Bijna een kwart eeuw nadat Groot-Brittannië met vertraging toetrad tot wat destijds nog de Europese Gemeenschap heette, heeft de Britse regering zich gisteren achter het laatste grote Europese project, de Economische en Monetaire Unie (EMU) geschaard. Maar opnieuw zal het Verenigd Koninkrijk niet vanaf het begin af aan meedoen. Niet op 1 januari 1999 als de Europese munt gelanceerd wordt. Niet in de jaren rond de eeuwwisseling. En waarschijnlijk ook niet als in 2002 de eerste Europese bankbiljetten en munten worden geïntroduceerd.

Dat lijkt tegenstrijdig. De Britse regering steunt de monetaire unie in principe maar blijft tenminste vijf jaar buitenspel staan. Paradoxaal, zou minister van Financiën Gordon Brown die opstelling waarschijnlijk liever noemen. Zijn verklaring in het Lagerhuis moest aannemelijk maken dat het wijs is tegelijkertijd op het gaspedaal en op de rem te trappen. De Britse Labourregering had misschien wel vanaf 1999 willen meedoen met de monetaire unie. Maar dat is om economische redenen niet verantwoord. Om economische redenen wil de regering speculaties over een Britse toetreding tot de unie de komende jaren vermijden. Om economische redenen kiest Labour voor een “periode van stabiliteit”.

Die nadruk op de economische motieven moest verhullen dat bij Labour de politieke wil ontbreekt om zich in het monetaire avontuur te storten. In dat opzicht verschilt deze regering niet van haar Conservatieve voorgangster. De Labour-parlementariërs staan weliswaar in overgrote meerderheid veel welwillender tegenover de Europese Unie dan de Tories. Ze zijn ook minder verdeeld. Maar ze deinzen terug voor de economische risico's van de monetaire unie waarover ze veel minder laconiek zijn dan hun continentale collega's. Hun politieke prioriteiten liggen niet in Europa maar in het binnenland.

Labour wil niet in dezelfde val belanden die de Conservatieven fataal geworden is. De steeds weer oplaaiende discussies over Europa maakten de Conservatieven vleugellam en stuurloos. Hetzelfde had Labour kunnen gebeuren als Brown een Britse toetreding tot de monetaire unie in deze regeerperiode gisteren niet had uitgesloten. Labourpremier Tony Blair beschikt in het Lagerhuis weliswaar over een veel ruimere meerderheid dan zijn aanhoudend getergde voorganger John Major. Maar Labour heeft in het verkiezingsmanifest beloofd een eventuele aansluiting bij de monetaire unie in een referendum aan het Britse volk voor te leggen. Volgens de laatste opiniepeilingen zou zo'n referendum tot een pijnlijke nederlaag voor Labour leiden. De ingrijpende hervormingen van economie, onderwijs en de verzorgingsstaat die Labour op stapel heeft staan, zouden daardoor op losse schroeven komen. Een Britse deelneming in de Europese munt zou niet voor jaren maar waarschijnlijk voor een decennium worden geblokkeerd. Ook Labours kans op herverkiezing zou zwaar worden geschaad.

De regering heeft die kamikaze-actie vermeden door een besluit over Britse deelneming door te schuiven naar het volgende parlement. Door zich in principe achter de monetaire unie te scharen en met de voorbereidingen voor aansluiting te beginnen probeert Labour de continentale partners van haar pro-Europese houding te overtuigen, zonder de meer Eurosceptische achterban te bruskeren. Met die toverformule wil de regering iedereen te vriend te houden. Het alles verenigde compromis dat geen nadelen kent.

Maar het is een illusie om jarenlang buiten een monetaire unie te blijven zonder outsider te zijn. Beslissingen over de bemanning van de Europese Centrale Bank en over het beleid van de unie zullen voortaan zonder Groot-Brittannië worden genomen. De aankondiging van Tony Blair kort na zijn aantreden dat Groot-Brittannië onder Labour weer “een leidende rol in Europa” zal spelen, wordt door de jarenlange Britse uitzonderingspositie in monetair beleid tot loze kreet.

Het is ook een illusie om jarenlang buiten een monetaire unie te blijven zonder met de economische consequenties te worden geconfronteerd. De waarde van het pond is het afgelopen anderhalf jaar sterk gestegen, juist omdat de Britse munt als vluchthaven voor de risico's van een monetaire unie werd beschouwd.

Door meedoen aan een Europese munt langdurig uit te sluiten heeft de regering de Britse exporteurs veroordeeld tot een overgewaardeerd pond. Tegelijkertijd zullen de Britse bedrijven niet profiteren van de lage rente, één van de potentiële voordelen die de EMU biedt. Buitenlandse investeerders als General Motors en Toyota hebben al gewaarschuwd voor de nadelige werkgelegenheidseffecten als Groot-Brittannië niet op korte termijn meedoet aan een Europese munt.

De Britse stellingname maakt ook niet definitief een einde aan de onzekerheid over een Britse deelneming in de monetaire unie zoals minister Brown gisteren claimde. Hij verbond niet minder dan drie voorwaarden aan een snelle toetreding in een volgende regeerperiode. De monetaire unie moet een succes zijn. Aan vijf economische criteria moet worden voldoen. En het Britse volk moet in een referendum zijn goedkeuring geven. Een vierde obstakel verzuimde Brown te noemen. Labour moet herkozen worden. De Conservatieven hebben zich vorige week voor een periode van tenminste tien jaar gekant tegen meedoen aan een Europese munt.