'Kamer moet controle op kabinetsbeleid versterken'

DEN HAAG, 28 OKT. De Tweede Kamer moet de controle op het gevoerde kabinetsbeleid meer gewicht geven. Het parlement zou op een vaste dag in het jaar - noem het de Derde Woensdag in mei - met de regering moeten debatteren waaraan het geld op de departementen daadwerkelijk is uitgegeven en of de aangekondigde doelstellingen ook zijn gehaald.

Dit voorstel lanceerde het Tweede-Kamerlid J. van Zijl (PvdA) vanmiddag op een conferentie in Den Haag. Van Zijl introduceerde de Algemene Verantwoordingsbeschouwingen als tegenhanger van de Algemene Beschouwingen, waarop de Kamer ieder jaar in september het aangekondigde beleid van de regering beoordeelt.

Het introduceren van een vast moment om gevoerd beleid te beoordelen zou ook het politieke debat moeten verlevendigen. Van Zijl denkt dat deze vorm de bereidheid van politieke fracties om het beleid van departementen door te lichten zal aanwakkeren, zei hij in een toelichting.

De Tweede Kamer besloot eerder al dat over een aantal jaren departementen hun financiële verantwoording over een afgesloten begrotingsjaar in mei van het daaropvolgend jaar aan de Kamer moeten aanbieden. Met het oordeel van de Algemene Rekenkamer heeft de Kamer materiaal om het gevoerde beleid te toetsen op doelmatigheid en rechtmatigheid. Door een behandeling in mei kan het oordeel van de Tweede Kamer vervolgens een rol spelen bij de begroting die het kabinet voor het nieuwe jaar opstelt.

Volgens Van Zijl heeft de Kamer nog altijd onvoldoende oog voor de controle van beleid. Alleen als er sprake is van “falend bestuur, manifeste verspilling van belastinggeld of ronduit fraude” wordt parlementair onderzoek ingesteld, constateerde hij.

“Fantasievol vooruitkijken is populair in de Kamer, kritisch terugblikken scoort aanzienlijk minder”, aldus het PvdA-Kamerlid. “Waar in de meeste fracties wordt gevochten om het woordvoerderschap tijdens de begrotingsbehandeling, raken fractiebesturen de behandeling van de slotwet en de stukken bij de financiële verantwoording niet aan de straatstenen kwijt.”

“Helaas is er in de Kamer geen echte controle-attitude”, zo betoogde Van Zijl op basis van eigen onderzoek. Het PvdA-Kamerlid onderzocht onlangs onder collega-Kamerleden hoe groot hun belangstelling is voor jaarverslagen van publieke organisaties die binnenkomen bij de Kamer. Honderd Kamerleden reageerden op zijn onderzoek hoe zij die jaarverslagen lezen en volgens de initiatiefnemer was de uitkomst teleurstellend. “Het gemiddelde Kamerlid ontvangt ruim 20 jaarverslagen van publieke organisaties, bladert een enkele daarvan gezellig door en doet vervolgens niet zo verschrikkelijk veel met de inhoud”, aldus Van Zijl.

Volgens het Kamerlid moet de Kamer juist goed kennisnemen van dergelijke jaarverslagen omdat delen van overheidsbeleid worden uitgevoerd door instellingen die min of meer losstaan van de rijksoverheid. Zo is bijvoorbeeld de uitvoering van de sociale zekerheid geheel in handen van zo'n zelfstandig functionerende dienst.

Van Zijl zou ook bij de vorming van een nieuw kabinet de controle op de afspraken willen versterken. Hij bepleitte dat coalities in het Regeerakkoord aangeven op welke 'meetbare doelstellingen' zij door het parlement willen worden getoetst. Vervolgens zou het kabinet ieder jaar op de Derde Woensdag in mei moeten aangeven in hoeverre die afspraken ook zijn uitgevoerd.