Index of Christian Art gaat Internet op

In 1917 begon Charles Rufus Morey in twee schoenendozen een kaartsysteem waarmee hij christelijke beeldthema's indexeerde. Daarmee legde hij de basis voor de Index of Christian Art.

AMSTERDAM, 28 OKT. Een tweedaags congres dat vandaag aan de universiteit van Princeton is begonnen, markeert de tachtigste verjaardag van de Index of Christian Art. Op dit congres zal onder meer aandacht worden besteed aan de digitalisering van dit documentatiesysteem. Vier medewerkers van de vakgroep Computer en Letteren van de Universiteit Utrecht zullen de rol toelichten die het in Nederland ontwikkelde iconografisch classsificatiesysteem Iconclass daarbij speelt.

De Index of Christian Art komt voort uit de belangstelling van kunsthistorici voor een cultuurhistorische interpretatie van voorstellingen in kunstwerken. In 1917 begon professor Charles Rufus Morey in twee schoenendozen een kaartsysteem waarin hij alle mogelijke christelijke beeldthema's indexeerde. In korte tijd groeide de verzameling uit tot een systeem van honderdduizenden reproducties en fiches met beschrijvingen.

Het zoekgebied beslaat de periode van het vroege christendom tot 1400. Daarmee is de Index niet alleen voor mediëvisten van belang, maar ook voor wie is geïnteresseerd in de thematische bronnen van latere christelijke kunst.

Van het origineel in Princeton bestaan vier kopieën. Twee ervan zijn ondergebracht bij andere Amerikaanse universiteiten, één wordt bewaard in het Vaticaan en de vierde kopie is te vinden in de Letterenbibliotheek van de Utrechtse universiteit. Daar bestond al vroeg grote belangstelling voor een dergelijk zoeksysteem. Vooral de hoogleraar kunstgeschiedenis William Heckscher schijnt behept te zijn geweest met een welhaast obsessieve belangstelling voor de indexen en systemen. Hij heeft zich dan ook ingezet voor de verwerving van een kopie van de Index voor het Utrechtse Kunsthistorisch Instituut, dat er sinds 1963 over beschikt.

Na tachtig jaar doet de Index of Christian Art ouderwets aan, met zijn - althans in Utrecht - overvolle kaartenbakken die soms slechts met geweld te openen zijn. Al in 1962 schreef Heckscher over een 'elektronisch geheugen' waarin alle informatie ooit zou moeten worden opgeslagen. Dat droombeeld wordt nu gerealiseerd: in 1991 is een begin gemaakt met de digitalisering van de Index. Sinds kort wordt daarbij ook gebruik gemaakt van Iconclass - een classificatiesysteem dat in de jaren '70 en '80 aan de universiteit van Leiden is ontwikkeld en nu in Utrecht geschikt wordt gemaakt voor toepassing in computerprogramma's. Alle denkbare thema's in de Westerse beeldende kunst worden ermee voorzien van een cijfer-lettercode. Daardoor leent Iconclass zich bij uitstek voor de digitalisering van de Index, die te zijner tijd in zijn geheel op Internet moet worden aangeboden. Tegen die tijd zal de Utrechtse kopie alleen nog een achterhaald overblijfsel zijn van een bijzonder initiatief in kunsthistorisch Nederland.