Goedkope arbeid voor de bloemenkwekerij; Helemaal goud, al die pubers

Scholieren, studenten, Melkertbanen - voor de bloemenkwekers van Nederland kunnen de arbeidskrachten niet goedkoop genoeg zijn. De totale Nederlandse productie loopt terug, de internationale concurrentie is hevig. Machinerieën zijn overal even duur, maar de arbeidskosten en milieulasten verschillen.

Anjerkweker Sjaak van Schie in Maasland moet erom lachen. “Er is voor het eerst een meisje bij me weggegaan. Bij de Albert Heijn in Maassluis kon ze meer verdienen. Albert Heijn betaalde scholieren ƒ 5,12 per uur, maar omdat ze bij mij meer verdienen, verhoogde AH het loon tot ƒ 6,33. Bij mij krijgen scholieren 5 gulden per uur als ze vijftien zijn, zes gulden als ze zestien zijn en zo verder, telkens per jaar een gulden per uur meer. Wegens mijn concurrentie moest Albert Heijn zijn beloning verhogen.”

Sjaak van Schie, goedlachs, 37 jaar, vader van twee kinderen, is een voorbeeld van een moderne tuinder. Op zijn twee bedrijven, in Maasland en in zijn geboorteplaats Honselersdijk, met een totaal oppervlak van 28.000 vierkante meter, teelt hij anjers 'en een beetje potplanten'. Dit jaar bedraagt de productie 7 miljoen stelen anjers, volgend jaar mikt hij op tien miljoen.

Per steel brengt een anjer op de veiling gemiddeld 37 cent op. Daarvan is, als alles meezit, 2 cent netto voor de teler. Van Schie heeft zeven werknemers in vaste dienst, die ervaring hebben met computers, bestrijding van ziekten en ander specialistisch werk. De gewone arbeid - zoals het 'pluizen' en snijden van de anjers - wordt verricht door zo'n tachtig scholieren en studenten.

“Ik moet wel met scholieren werken, want de arbeidskosten zijn beslissend of je kunt overleven”, zegt Van Schie. “In 1980 besloeg de teelt van tros- en standaard-anjers op Nederlandse tuinbouwbedrijven in totaal 500 hectare. Nu is de omvang afgenomen tot 150 hectare. Veel goede bedrijven zijn afgevallen. Anjerteelt is in Nederland een vergrijsd bedrijf. Volgend jaar is de productie waarschijnlijk opnieuw tien procent minder.” De oorzaak is de wereldwijde concurrentie: Colombia, Kenia, Israel, Spanje en Portugal leveren anjers die per vliegtuig naar de klanten in Noord-Amerika en Europa worden vervoerd.

De investeringen in kassen, door computers geregelde klimaat-, vochtigheids- en voedingssystemen voor de planten zijn 'overal even hoog', maar de arbeidskosten en de milieulasten zijn in andere landen doorgaans veel lager, zegt Van Schie. Hij vat de concurrentieverhoudingen kernachtig samen: “Kenia wordt gesubsidieerd door de Wereldbank. Israel is te duur geworden, met uitzondering van de Gazastrook waar anjerteelt met Amerikaanse subsidies is opgezet, maar die steun loopt over twee jaar af. Colombia is een grote speler, vooral op de Amerikaanse markt. Spanje en Portugal profiteren van Europese subsidies.”

Vooral Portugal ontwikkelt zich tot een geduchte concurrent. Van Schie: “Een collega uit het Westland heeft daar een bedrijf opgezet. De subsidies - grotendeels uit fondsen van de Europese Gemeenschap - kunnen oplopen tot 60 procent van de investeringskosten. De winstbelasting is maximaal zestien procent. En de arbeidslonen zijn er veel lager dan hier, terwijl de productiviteit van de werknemers zeker zo hoog is als in Nederland. De stookkosten om de kassen te verwarmen zijn er veel lager dan hier. Milieubelastende methodes bij bijvoorbeeld bestrijding van ziekten worden er volop toegepast. Zo wordt er nog methylbromide in de grond gespoten, wat in Nederland strikt verboden is.”

In 1980 begon Sjaak van Schie met een eigen 'tuin' in Honselersdijk. Hij breidde die langzaam uit door overname van bedrijven van tuinders die er mee stopten. “In 1991 had ik 21.000 vierkante meter en ik had toen geen zin meer in uitbreiding.” Maar twee jaar later richtte hij met een Israelische anjerkweker Holdi Stek op, een gespecialiseerd bedrijf dat naast de kwekerij in Maasland is gelegen. “Het jaar daarop kocht ik het bedrijf van mijn broer, die niet langer ondernemer wilde zijn omdat hij meer vrije tijd wilde hebben. Het bedrijf in Maasland inclusief een villa van een half miljoen vergde in totaal vijf miljoen aan investeringen - en zonder een knaak subsidie. Ik wil het uiteindelijk uitbreiden tot vijf hectare.”

De schaalvergroting die in het begin van de jaren negentig op gang kwam, is nodig om de harde concurrentie met het buitenland te kunnen volhouden. Grote productie betekent lagere transportkosten, goedkoper inkopen omdat kortingen kunnen worden bedongen en minder kleine partijen op de veiling “zodat je iets goedkoper kunt zijn”. Er zijn meer voorbeelden: in het Drentse Klazienaveen heeft Theo Ammerlaan, ook afkomstig uit het Westland, een rozenkwekerij van 8,5 hectare. Er zijn ook al bloemenkwekerijen waar robots veel werk van mensen hebben overgenomen. Van Schie: “Het klassieke familiebedrijf waar vader moeder en de kinderen werken, is uit de tijd. Dat soort tuinders lijdt armoede in afwachting van het oordeel van de Rabobank of ze nog een jaartje mogen doorgaan. Ze teren in op hun kapitaal en ontdekken dat er niets over is als ze willen ophouden met werken.”

Terwijl het aantal kwekerijen in Nederland jaarlijks afneemt, ontstaan grotere bedrijven die één ding gemeen hebben: de arbeid moet goedkoop zijn. Scholieren zijn gewild. Ook maken tuinders gebruik van allerlei overheidsregelingen om werklozen aan werk te helpen (Melkert-II met een loonkostensubsidie van 18.000 gulden per jaar gedurende twee jaar, banenpoolers en jeugdwerkgarantieplan). Ook van de diensten van uitzendkrachten, en van loonbedrijven voor handmatig werk die volgens bestuurder Liliane Schoone van de FNV Voedingsbond in Rotterdam nogal eens met ilegalen werken, wordt volop gebruik gemaakt. Het aantal vaste werknemers nam de laatste jaren gestadig af.

Bestuurder Schoone zet vraagtekens bij deze ontwikkeling. “Je ziet steeds meer dat scholieren structureel worden ingezet, niet alleen in het tuindersbedrijf maar ook in de detailhandel. In de tuinbouw gaat dat ten koste van het aantal vaste banen. Dit past in de traditie van deze sector: altijd worden nieuwe argumenten gezocht om de arbeid zo goedkoop mogelijk te houden.” De kleine Voedingsbond (60.000 leden van wie 23.000 in de land- en tuinbouw) wordt “niet serieus genomen” als zij pleit voor een structurele aanpak met behoud van de werkgelegenheid als inzet, zeker nu de overheid miljoenen steekt in herstructurering. Schoone. “Dat was al zo in de tijd dat illegalen in kassen moesten slapen, dat is nu weer het geval.”

Schoone wijst op de snelle toename van het aantal werklozen in de agrarische bedrijfstak. Volgens het nog niet gepubliceerde jaarverslag 1996 van de BV TAB. de bedrijfsvereniging voor de agrarische sector, steeg het aantal werklozen van 11.687 eind 1995 tot 17.018 eind vorig jaar, een toename van circa 50 procent. Een woordvoerder van BV TAB zegt dat de oorzaak van de snelle toename nog onderwerp van studie is. Volgens directeur Donkers van Arbeidsvoorziening Naaldwijk is er sinds vorig jaar juist sprake van een omslag. “Wij constateren een lichte groei van het aantal vaste banen. De herstructurering die zich in de sector voltrekt, leidt tot grote gespecialiseerde bedrijven die hoogwaardig personeel in vaste dienst nodig hebben. Want de eisen worden op allerlei gebied steeds hoger.”

Sjaak van Schie heeft plezier in de jongelui, niet alleen scholieren maar “ook aankomende doctorandussen”. “Helemaal goud, al die pubers. De meesten hebben nog nooit gewerkt. Ik leer ze hoe dat moet. En als ze eenmaal hun draai hebben gevonden, willen ze de centjes niet meer missen.” Bij Sjaak, zelf vader van twee kinderen, moeten scholieren minimaal vijftien jaar oud zijn, en ze kunnen tot op zekere hoogte hun werk zelf regelen. “Ik heb er altijd wel zo'n twintig nodig”. De Maaslandse tuinder weet dat er kritiek is op het regulier inschakelen van scholieren, bijvoorbeeld van vakbonden. “Wat ik doe, doet Albert Heijn al jaren. En daarover heb ik nooit kritiek gehoord.”

Behalve scholieren en loonbedrijven zijn er ook nog uitzendbureaus die, handig gebruik makend van Melkert-regelingen en andere overheidsregelingen, werklozen in de tuinbouw inzetten en daarmee volgens de Voedingsbond eveneens bijdragen aan de afkalving van het aantal vaste banen. Schoone: “Die mensen kunnen geen CAO-lonen (maximaal 2.400 gulden per maand) claimen en hebben geen of slechte pensioenregelingen. Wie niets anders dan het tuinbouwvak heeft geleerd en zijn baan verliest, komt in een vicieuze cirkel terecht.” Om welke aantallen het gaat, kan Schoone niet zeggen.

De uitzendorganisatie Start is met vele vestigingen in het hele land actief in de tuinbouwsector. Fred Droog, projectmanager van Start in Aalsmeer, beschikt over 150 mensen (deels langdurig werkklozen en deels gewone uitzendkrachten), die al naar gelang van de behoefte van de 120 tuinbouwbedrijven in en rond Aalsmeer flexibel kunnen worden ingezet. Droog: “We zijn zeven jaar geleden met dit project begonnen. Langdurig werklozen proberen we in het kader van de Melkert-II regeling te plaatsen. Ze krijgen van ons een contract voor bijvoorbeeld een jaar, waarin ze ervaring kunnen opdoen. We hebben voormalige kwekers aangetrokken die de mensen in groepjes van vier of vijf het vak leren. Als plaatsing in een vaste baan niet lukt, komen ze bij ons in dienst in een pool die flexibel kan worden ingezet tijdens pieken in de productie.”

Een groot deel van de 120 Aalsmeerse tuinbouwbedrijven heeft met Start een contract gesloten. Droog: “De bedrijven verbinden zich minimaal een jaar met ons samen te werken. Een deel van de loonkostensubsidie ingevolge de Melkert-II regeling gaat naar de bedrijven, een deel naar ons project. Daarvan proberen we o.a. het vervoer te betalen, want veel bedrijven zijn niet met openbaar vervoer bereikbaar. We zijn begonnen met lease-auto's ter beschikking te stellen. Nu werken we meer met busjes. Wij zorgen ook voor begeleiding op de werkplek, en daarmee is er een soort buffer tussen de Melketiers en de inlenende kweker.” Deze aanpak is volgens Droog een succes. “Een groot aantal mensen is de afgelopen jaren naar een vaste baan doorgestroomd.”

Dat uitzendbureaus vaste werknemers in de tuinbouw die ontslagen zijn, Melkert-II banen aanbieden en zo de arbeidskosten voor tuinders drukken, verwijst Droog uitdrukkelijk naar het rijk der fabelen. Ook volgens directeur Donkers van arbeidsvoorziening Naaldwijk is dat onmogelijk. “Bij Arbeidsvoorziening wordt elk ontslag gemeld. En bij Melkert-II banen moet het om nieuwe vacatures gaan. Die weg is afgesloten.”