Geesink: 'Waarom Speedy Gonzales?'

ROTTERDAM, 28 OKT. IOC-lid Anton Geesink weigert “de barricaden op te gaan” voor een tweede Nederlandse plaats in het hoogste sportorgaan ter wereld. De oud-judoka is teleurgesteld dat hij niet gekend is in de plannen van de sportkoepel NOC*NSF. Voorzitter Wouter Huibregtsen stelt dat hij Geesink een aantal faxen over de kwestie heeft gestuurd, maar dat het Nederlandse IOC-lid nooit terugbelde. “Wie mij wil spreken, kan me altijd bereiken”, zegt Geesink.

Geesink begrijpt de snelheid niet waarmee NOC*NSF de kandidatuur wil afhandelen. “Waarom wordt er niet in alle rust naar kandidaten gezocht? Jarenlang is er met geen woord over een tweede IOC-lid gesproken en ineens moet Speedy Gonzales er aan te pas komen.”

Verbaast het u dat Ard Schenk zich kandidaat heeft gesteld?

“Nee, dat vind ik logisch. Schenk is een super-kampioen en is de laatste jaren actief geweest als chef de mission. Het is begrijpelijk dat hij verder wil. Ard heeft mij gebeld met de vraag wat hij moest doen. Dat heb ik hem verteld, maar ik heb ook gezegd dat ik hem niet kan helpen. Ik wil geen problemen.”

Verbaast het u dat Huibregtsen zich kandidaat heeft gesteld?

“Ja. Hij heeft altijd gezegd dat hij niet wilde.”

Heeft u een voorkeur?

“Zo ver ben ik nog niet. Ik ben net terug uit Rome.”

Maar iedereen weet dat het niet botert tussen u en Huibregtsen.

“Wie zegt dat? Ik heb dat nog nooit gezegd en Huibregtsen ook niet. Ik kan met iedereen overweg. Ik praat ook nooit over mensen, maar alleen over structuren.”

Wat gaat u nu doen?

“Niets. Ik ben niet van plan op de rijdende trein te springen. Ik heb niets gehoord van het NOC*NSF en ik reageer niet op een bericht in jullie krant. Daar is zo'n kwestie te belangrijk voor. Ook met Samaranch heb ik nooit over een tweede lidmaatschap gesproken. Dus wacht ik af tot de baas er met me over begint.”

Bent u wel voorstander van een tweede Nederlands IOC-lid?

“Ja, daar ben ik voor.”

Als NOC*NSF straks Huibregtsen kandideert, zou u bij Samaranch uw voorkeur voor Schenk kunnen uitspreken?

“Ik kan alleen zeggen dat ik werk in de geest van de IOC-voorzitter. En ik heb de baas in zijn vier laatste voordrachten horen vertellen dat de macht binnen het IOC tegenwoordig niet meer bij de aristocratie, maar bij de atleet ligt. Die mening heb ik ook in mijn beleidsplan omschreven. Dat is geen geheim.”

Maar Samaranch heeft zelf de naam van Huibregtsen genoemd.

“Daar kan ik niet op reageren, want dat heb ik niet zelf uit zijn mond gehoord.”