Fiscaal expert Vreugdenhil jaloers op Vermeend

Over enkele weken presenteert staatssecretaris Vermeend (Financiën) de kabinetsvisie op het belastingstelsel voor de 21e eeuw. Vermeends oud-collega Vreugdenhil reageert sceptisch op de uitgelekte voorstellen. “De rechtvaardigheid gaat het afleggen tegen de doelmatigheid.”

DEN HAAG, 28 OKT. “Ik ben jaloers op mijn oud-collega”, erkent Tom Vreugdenhil, voormalig fiscaal woordvoerder van de CDA-fractie in de Tweede Kamer. “Willem Vermeend mag als staatssecretaris van Financiën het fiscaal stelsel voor de volgende eeuw in de steigers zetten. Dat is toch het hoogste wat je als fiscaal politicus kunt bereiken.”

Tijdens de vorige kabinetsperiode maakten Vermeend en Vreugdenhil naam als het duo V-2 en Knabbel & Babbel. Samen waren ze de schrik van CDA-staatssecretaris Van Amelsvoort van Financiën. Er waren dagen, zoals bij het verdedigen van een initiatiefwetsvoorstel, dat het duo zelfs hetzelfde type overhemd droeg: wit met een dun blauw streepje. Maar het politiek lot dreef het duo uiteen. Al voor de Tweede-Kamerverkiezingen in 1994 liet het CDA de eigenzinnige Vreugdenhil vallen, terwijl de PvdA Vermeend op het pluche van het staatssecretariaat van Financiën zette. Vreugendhil heeft op dit moment “een bescheiden fiscale adviespraktijk” en volgt de ontwikkelingen van Vermeend en het CDA op de voet.

“Absoluut onbegrijpelijk”, verzucht Vreugdenhil in het Haagse hotel Corona wanneer de CDA-kandidatenlijst ter sprake komt. Op de lijst ontbreekt een belastingdeskundige. “Het belastingplan van het nieuwe kabinet wordt één van de belangrijkste onderwerpen die de nieuwe Kamer na de verkiezingen gaat behandelen. Vreemd dat het CDA daar niet op anticipeert.”

De partij heeft zich volgens Vreugendhil wel ingespannen om fiscalisten op de kandidatenlijst te krijgen, maar die hebben allemaal geweigerd. Eén van hen blijkt de voorzitter van het CDA in Wassenaar Marnix van Rij te zijn, maar die zegt desgevraagd zijn huidige baan als belastingadviseur niet te willen opzeggen. “En met vier kleine kinderen wil ik eerst van mijn eigen gezinspolitiek een succesnummer maken.”

Medio augustus presenteerden de bewindslieden van Financiën een redelijk concrete visie op het belastingsysteem van de volgende eeuw. Rode draad is dat de belasting op arbeid goedkoper moet en milieuvervuilende activiteiten worden zwaarder belast. De bestaande structuur van drie schijven blijft gehandhaafd, maar de tarieven gaan fors omlaag omdat er fors wordt gesaneerd in de aftrekposten. Vreugdenhil voorziet dat het voorstel “wordt uitgekleed”. Hij verwijst naar een persconferentie van premier Kok een paar weken geleden. Volgens de PvdA-premier zullen de voorstellen van VVD-minister Zalm (Financiën) en Vermeend “bouwstenen vormen voor de besluitvorming hierover in de komende kabinetsformatie.

“Een bouwstenennotitie ligt al in de bureaula”, merkt Vreugdenhil op. Hij doelt op een nota van Vermeends voorganger Van Amelsvoort. “Alle inventarisaties en studies zijn al gemaakt. De politiek moet een knoop doorhakken. Zalm en Vermeend wilden dat blijkbaar eerder doen dan premier Kok.”

Nog voordat het concept voor de volgende eeuw officieel is gepresenteerd heeft Vreugdenhil kritiek op de “experimenteerdrift” van met name Vermeend. De CDA'er staat volledig achter het streven om de lastendruk op arbeid te verlagen en als compensatie de BTW en accijnzen te verhogen. Maar Vreugdenhil hekelt de plannen ten aanzien van de heffing op vermogens.

De PvdA-bewindsman wil één nieuwe belasting over zowel het bezit als de inkomsten uit vermogen. Op dit moment zijn er nog twee heffingen: de vermogensbelasting en de inkomstenbelasting. De vermogensbelasting wordt afgeschaft en Vermeend introduceert een zogenoemde vermogensrendementsbelasting. Hij voelt niets voor een vermogenswinstbelasting zoals premier Kok die heeft geopperd. De staatssecretaris van Financiën vindt zo'n belasting die bijvoorbeeld de volledige koerswinst op aandelen belast, in de praktijk onuitvoerbaar.

Een vermogensrendementsbelasting belast het gerealiseerde rendement van vermogen zoals rente en dividend. Het behaalde rendement op vermogen zoals aandelen, obligaties, spaargeld en opties wordt fictief vastgesteld. In zijn berekeningen gaat Vermeend tot nu toe uit van drie à vier procent. Over dat fictieve rendement is een belasting van 25 procent verschuldigd.

Dat is volgens Vreugdenhil “een terugkeer naar de vorige eeuw”. “Het werken met fictieve rendementen is lekker makkelijk voor de belastingdienst, maar bij het maken van een belastingstelsel hoort de gerechtigheid voorop te staan. De rechtvaardigheid gaat het afleggen tegen de doelmatigheid.”

Vreugdenhil vervolgt zijn betoog op doceertoon. In 1892 kwam er een wet die voor het eerst de belastingheffing over de opbrengsten van vermogen regelde. Minister Pierson van Financiën stelde dat vermogen vier procent per jaar opbracht en over dit bedrag werd een tarief geheven van twee promille.

“Toen de wet in de Kamer werd behandeld bestond er brede steun voor het idee dat vermogen zwaarder belast zou moeten worden dan inkomen uit arbeid. De plannen van Vermeend leiden tot een tweedeling in ons belastingsysteem. Het gemak voor de belastingdienst is toch van een lagere orde dan rechtvaardigheid?”

Vreugdenhil wil de belasting op het bezit van vermogen afschaffen, maar de inkomsten wil hij wel belasten. “Ik sta niet volledig afwijzen tegenover fictieve rendementen; ik reik Vermeend de hand. Wanneer iemand een vermogen heeft van 1.000.000 gulden kun je bepalen dat daarover minimaal drie procent als inkomen wordt gerekend. 30.000 gulden wordt dus bij het inkomen uit arbeid opgeteld en dat wordt afgerekend tegen het tarief van de loonbelasting. Dat is namelijk wel rechtvaardig. En allerlei fiscale constructies worden minder aantrekkelijk.”

Volgens Vermeend zal de heffing voor de meeste vermogenden zo acceptabel zijn dat het niet meer loont Nederland met huis en haard te verlaten of allerhande belastingconstructies uit te halen om op een gekunstelde manier aan belaste vermogensinkomsten te ontkomen. “Een illusie”, meent de CDA-fiscalist. “Ik ben niet bevreesd voor die zogenoemde kapitaalvlucht. Daar komt bij dat ik nog nooit betrouwbare cijfers heb gezien over het vluchtkapitaal. En aan de andere kant: Nederland bulkt van het geld.”