Conflict over straf voor weigeryuppen

ARNHEM, 28 OKT. Het openbaar ministerie is het oneens met minister Sorgdrager (Justitie) over de strafmaat voor weigeryuppen, dienstweigeraars die om economische reden niet wilden dienen in de krijgsmacht. Dat bleek gisteren bij de militaire kamer in Arnhem, waar officier van justitie J. Boon de gebruikelijke gevangenisstraf van zeven maanden eiste tegen een aantal dienstweigeraars.

De eis is opmerkelijk, omdat de minister eerder deze maand tijdens een debat in de Tweede Kamer duidelijk maakte dat dienstweigeraars een lagere straf opgelegd zouden kunnen krijgen, dit als gevolg van het feit dat de dienstplicht inmiddels is afgeschaft.

Sorgdrager maakte de Tweede Kamer toen duidelijk hoe ze de strafmaat concreet zag ingevuld: van de zeven maanden celstraf die normaal gesproken wordt opgelegd, kunnen er zes worden omgezet in maatschappelijke dienstverlening. De resterende maand moet gewoon worden uitgezeten.

Boon: “Het openbaar ministerie ziet geen reden het beleid te wijzigen, ook niet na hetgeen er door de minister is gezegd.”

De afschaffing van de dienstplicht, begin 1996, is geen inzet bij het bepalen van de strafmaat voor weigeryuppen, zo zei Boon. “Want hoe moet het dan met weigeraars die vlak voor de afschaffing niet in dienst wilden? Het gaat om de gelijkheid van behandeling van dergelijke zaken. Er is derhalve geen reden de strafmaat te veranderen.”

Minister Sorgdrager kwam eerder dit jaar in aanvaring met de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR), toen zij met het voorstel van algemene gratie voor weigeryuppen naar buiten trad. De groep van enkele honderden mannen zou in dat geval alleen een werkstraf moeten krijgen, omdat een celstraf van zeven maanden maatschappelijk onaanvaardbaar was, zo zei Sorgdrager.

De NVvR is daarentegen van mening dat de rechtspraak een schijnvertoning zou worden bij collectieve gratieverlening.

Daarop trok de minister haar voorstel weer in: elk geval van dienstweigering zou in principe individueel in behandeling worden genomen.

De militaire kamer in Arnhem doet op donderdag 6 november uitspraak.