Britten stellen deelname aan EMU uit

LONDEN, 28 OKT. Het Verenigd Koninkrijk doet de komende vijf jaar niet mee aan de Economische en Monetaire Unie. Groot-Brittannië bereidt zich wel voor op toetreding in een volgende regeerperiode van Labour. Met die verklaring in het Lagerhuis trachtte minister van Financiën Gordon Brown gisteren een eind te maken aan jaren van onzekerheid over Britse deelname aan de Europese munt.

De Labourregering was de laatste weken in opspraak gekomen door tegenstrijdige berichten over de Britse houding tegenover de monetaire unie. Haar geloofwaardigheid bij financiële markten en Europese partners dreigde in het geding te raken. Door zich op korte termijn van de Europese munt te distantiëren en de monetaire unie op middellange termijn in principe te omarmen probeert de regering de duidelijkheid te scheppen waar het Britse bedrijfsleven om smeekte. Die opstelling moet zowel de Europese partners geruststellen als de Britse kiezers, die in meerderheid afwijzend tegenover een monetaire unie staan.

In Brussel werd de Britse verklaring met teleurstelling ontvangen. “Hoe eerder Groot-Brittannië zich aansluit bij de monetaire unie hoe beter”, verklaarde Jacques Santer, voorzitter van de Europese Commissie. Financiële markten en bedrijfsleven reageerden gematigd positief. De aandelenkoersen op de Londense beurs daalden gisteren sterk, maar die val had volgens analisten met de regeringsverklaring weinig te maken. De waarde van het pond steeg bijna een pfennig tegenover de Duitse mark.

De Confederation of British Industry, de grootste Britse werkgeversorganisatie, toonde zich verheugd dat Labour zich als eerste Britse regering ondubbelzinnig uitspreekt voor een Europese munt. Maar directeur-generaal Adair Turner vindt dat Brown Britse deelname in de monetaire unie niet tot 2002 had moeten opschorten. Ook John Monks, secretaris-generaal van de Trades Union Congress, de overkoepelende vakbondsorganisatie, zei dat de regering grote risico's neemt door meedoen aan de EMU zolang uit te sluiten. Britse kranten reageerden sceptisch. “Een droevig geval van politieke lafheid”, luidde de kop boven het commentaar op de voorpagina van The Guardian.

Pagina 5: 'Britten niet voorbereid op de EMU'

The Daily Telegraph vergeleek Browns verklaring met de belofte aan zijn verloofde “dat hij vast van plan was haar te trouwen maar niet in de komende vijf jaar, en mogelijk ook daarna niet”.

Britse deelname vanaf de invoering van de Europese munt op 1 januari 1999 is volgens Brown economisch niet verantwoord. Een deel van de schuld legde hij bij zijn Conservatieve voorgangers die met hun “inconsistente en onduidelijke” houding tegenover de monetaire unie voor twijfel en apathie binnen het Britse bedrijfsleven zorgden. Het overgrote deel van de Britse bedrijven is er niet op voorbereid, zei Brown, om over veertien maanden te leven met een Europese munt.

Daarbij komt dat de economisch groei in het Verenigd Koninkrijk volgend jaar afvlakt, terwijl de economie in landen als Duitsland en Frankrijk juist aantrekt. Dat wordt ook weerspiegeld door de rente die in Groot-Brittannië meer dan twee keer zo hoog is als in Duitsland.

Als Groot-Brittannië niet van meet af aan meedoet met een Europese munt, heeft het land behoefte aan “een periode van stabiliteit”, zei Brown. Die tijd moet worden gebruikt om de Britse economie meer in de pas te laten lopen met de economieën op het continent en om Britse ondernemingen zich te laten voorbereiden op een aansluiting bij de monetaire unie. De Britse regering heeft zichzelf een aantal economische criteria voor toetreding gesteld, zoals een gunstig effect op werkgelegenheid en buitenlandse investeringen, waaraan eerst voldaan moet worden. “Het is niet realistisch”, zei Brown, dat die opzet nog deze regeerperiode slaagt. Daarmee sloot hij Britse deelname aan de monetaire unie vóór het jaar 2002 uit. Al verzekerde hij zich van een ontsnappingsclausule met de bijzin: “onvoorziene fundamentele verandering in economische omstandigheden daargelaten”.

In een tweede regeerperiode van Labour zou een Britse toetreding tot de monetaire unie snel haar beslag kunnen krijgen, zei Brown, als ten minste aan drie voorwaarden is voldaan. De unie moet “succesvol” blijken. En meedoen aan een Europese munt moet “duidelijk en ondubbelzinnig” in het economische belang van Groot-Brittannië zijn. Ook moet het Britse volk in een referendum zijn goedkeuring geven. “De tijd van besluiteloosheid is voorbij”, verklaarde Brown. “De periode van praktische voorbereiding is begonnen.”