Whitbreadboot tiende en laatste; Zeilers blijven optimistisch na late aankomst

ROTTERDAM, 27 OKT. Met een duister Robbeneiland en een verlichte Tafelberg op de achtergrond is de BrunelSunergy afgelopen nacht de haven van Kaapstad binnengevaren. De Nederlandse zestigvoeter eindigde in de eerste etappe van de Whitbread Round the World Race als tiende en laatste. Schipper Hans Bouscholte sprak vanmorgen telefonisch van een onvergetelijke ontvangst. “We werden in het pikdonker tegemoet gevaren door vijf boten. Er liep een traan over m'n wang. Dit ene uur heeft alle ellende naar de achtergrond verdrongen.”

De bemanning van de BrunelSunergy heeft 36 dagen doorgebracht op de Atlantische Oceaan en had een achterstand van zes dagen op het winnende Zweedse schip EF Language. Vanaf de start in het Engelse Southampton had de Nederlandse boot met pech te kampen. Voor de Zuid-Amerikaanse kust voer Bouscholte tegen een walvis, die het roer beschadigde. In de Braziliaanse havenstad Recife kreeg de boot een reserveroer aangemeten. Voor de Afrikaanse kust raakte de aluminium mast uit balans, waardoor de boot geen topsnelheden kon halen.

Volgens Bouscholte was het materiaal vooraf deugdelijk getest, maar hij geeft toe dat de proefvaarten langs de kust geen echte graadmeter zijn voor een loodzware wereldreis. De Whitbread vergt het uiterste van schip en bemanning. Bouscholte: “We werken met limieten. De Whitbread is net Formule I: hoe lichter hoe sneller. Gelukkig hebben we de schade bij weinig wind opgelopen. Ik moet er niet aan denken dat je het roer verspeelt in de buurt van een ijsberg.”

Bouscholte maakte vanmorgen een opgewekte indruk. “We zijn safe and sound aangekomen. Ik ben een gelukkig mens. De stemming is prima, ondanks alle tegenslagen. Ik heb niet één keer hoeven schreeuwen aan boord, tot verrassing van de meeste bemanningsleden. Die zijn gewend dat ik af en toe mijn stem verhef. Iedereen weet wat er fout is gegaan en daar gaan we deze week uitvoerig over praten. We hebben tactische en strategische fouten gemaakt. Daar moeten we lering uit trekken.”

De Nederlandse zeilers hebben anderhalve week om de beschadigde boot op te knappen. Vanuit een restaurant in Kaapstad maakte Bouscholte zich vanmorgen weinig zorgen over de komende etappe, via de Zuidelijke Oceaan naar het Australische Fremantle. De tweede etappe is relatief kort, maar gevaarlijk vanwege de bittere koude en de ijsbergen.

Schipper Bouscholte heeft nooit eerder in de buurt van Antartica gevaren. Hij werd tijdens de eerste etappe door Peter Tans op de hoogte gesteld van de gevaren. Tans beleefde in de vorige Whitbread levensgevaarlijke situaties in de Zuidelijke Oceaan. Bouscholte blijft nuchter. “We zitten nu lekker aan een grote biefstuk en een paar glazen bier. De komende dagen gaan we sporten en de boot weer in gereedheid brengen. We maken ons op voor eerherstel. We willen scoren en niet meer als tiende eindigen.”

Het Nederlandse project heeft een relatief beperkt budget (ongeveer tien miljoen gulden). De zeilers moeten schipperen met de financiële middelen. Geld voor het overvliegen van een compleet nieuwe mast is er niet. Daarom worden de twee beschikbare onderdelen met een soort manchet aan elkaar bevestigd.

Concurrenten als de Merit Cup en de Silk Cut werken met een budget dat zeker drie keer hoger is. Zij hebben twee masten achter de hand, mocht er onderweg schade optreden. Bouscholte: “We doen het lekker eigenwijs, op z'n Nederlands. Het is een extra uitdaging om hard te varen.”