Vlaamse cultuurpolitiek met I Fiamminghi

Het kamerorkest I Fiamminghi heeft in tien jaar een grote bekendheid opgebouwd. Als Cultureel Ambassadeur van Vlaanderen is het gezelschap - ook in ons land - een visitekaartje van de Vlaamse cultuur en tevens een instrumentarium in de Vlaamse nationalistische politiek.

I Fiamminghi brengt m.m.v. Katia en Marielle Labèque, piano, in het Concertgebouw op 28/10 een programma met muziek van Sjostakovitsj en Bach.

ANTWERPEN, 27 OKT. 'Oltremontani' werden ze genoemd of 'Fiamminghi', de musici uit de Lage Landen die van over de Alpen kwamen om hun succes te beproeven in het renaissancistische Italië. I Fiamminghi - de Vlamingen - heet ook het gezelschap waarmee violist en dirigent Rudolf Werthen sinds tien jaar furore maakt. In 1987 blies Werthen nieuw leven in het Belgisch Kamerorkest, waarin hij al op twaalfjarige leeftijd zelf meespeelde, en tooide dit gezelschap met de geuzennaam I Fiamminghi. De provinciale actieradius van het ensemble werd een landelijke, en mede dankzij de titel 'Cultureel Ambassadeur van Vlaanderen' gaandeweg uitgebouwd tot een internationale.

De internationale concertagenda van dit seizoen oogt imposant. Een kleine greep: Buenos Aires wordt aangedaan, Santiago, Tokyo, Boedapest, Stockholm, Madrid en Parijs. in Nederland staan concerten op het programma in Amsterdam, Rotterdam, Tilburg en Delden. Zowel in de nieuwe concertzaal van Tilburg als in het Amsterdamse Concertgebouw, waar I Fiamminghi morgenavond optreedt, heeft het gezelschap eigen series.

De reputatie van I Fiamminghi, een gezelschap waaraan de vernieuwingen van de historische uitvoeringspraktijk goeddeels voorbij zijn gegaan, stoelt op de doorgaans degelijke kwaliteit van de strijkersgroep. Hierin speelt onder anderen de uitstekende celliste France Springuel, de echtgenote van Werthen. De klank van het gezelschap wordt grondig gekneed door Werthen, zelf een bekwaam violist wiens vioolcarrière echter in 1993 voortijdig eindigde als gevolg van een blessure aan zijn schouder. De nu 51-jarige Rudolf Werthen perfectioneerde zijn spel bij Henryk Szeryng, hij was laureaat van het prestigieuze Koningin Elisabeth Concours, en fungeerde als concertmeester bij enkele Duitse omroeporkesten. Werthen presenteert zich nadrukkelijk als exponent van de Belgische Vioolschool, die grootheden als Henri Vieuxtemps, Eugène Ysaye en Arthur Grumiaux heeft voortgebracht.

Werthen: “Deze specifieke manier van klank maken ligt ook ten grondslag aan de speelstijl van I Fiamminghi. Het is een combinatie van veel elementen, maar het is in de eerste plaats een fysisch gedrag. Waar plaats je je vinger? Hoe begin je je vibrato; hoe ver druk je de snaar in? Alles heel meticuleus.”

Als dirigent debuteerde Werthen in 1981 in het Concertgebouw, toen hij Klaus Tennstedt verving tijdens een concert van het orkest van de Norddeutsche Rundfunk. Het directiedebuut van Werthen werd echter niet alleen overschaduwd door de legendarische uitvoering van Mahlers Eerste symfonie die Kirill Kondrasjin na de pauze dirigeerde, maar bovendien door Kondrasjins plotselinge dood diezelfde dag.

Met I Fiamminghi heeft Werthen intussen ruim dertig cd's opgenomen, variërend van Vivaldi's Quattro Stagioni symfonieën van Schubert en hedendaagse muziek van het meest toegankelijke soort, zoals die van Arvo Pärt, Henryk Gorecki en Peteris Vasks.

Werthen: “Ik heb een voorkeur voor wat ik romantische twintigste-eeuwse muziek noem, voor componisten met een gerijpte taal. Teveel hedendaagse muziek verkeert in het laboratoriumstadium. Ik vergelijk dat met het uittesten van medicijnen. Als een medicijn nog niet perfect is, staat de wet niet toe dit uit te testen op mensen. Met medicijnmuziek mag dat wel, en dat heeft in het nadeel van de hedendaagse muziek gewerkt.'

Terwijl ook in België veel orkesten op een houtje bijten, gaat het I Fiamminghi voor de wind. Bij I Fiamminghi is het zakelijke dan ook op een geraffineerde manier met het artistieke verweven. Het orkest speelt waar men maar behoefte aan zijn muziek: in bekende zalen, in de provincie, op politieke gala's, bij de opening van een tapijtenfabriek. De behoefte aan de muziek van I Fiamminghi is handig gecreëerd volgens merchandising-principes, en de vruchten van het cultureel ambassadeurschap worden daarbij gretig geplukt.

De manager van I Fiamminghi, de 33-jarige musicoloog Dries Sel, zegt echter dat het ambassadeurschap steeds minder lucratief is, nu er steeds meer ambassadeurs bijkomen die allen uit dezelfde ruif eten. Kreeg I Fiamminghi bij deze titel in 1992 nog 15 miljoen franc per jaar (ongeveer 800.000 gulden), in 1995 werd dit bedrag gehalveerd en een jaar later resteerde hiervan nog slechts 2,5 ton. Vanaf dit jaar is de ambasssadeurssubsidie gereduceerd tot nul.

“Wij hebben nu wel de titel, maar niet het geld,” stelt Sel, waarbij hij gemakshalve vergeet te vermelden dat I Fiamminghi wel een ruimhartige educatieve subsidie toucheert voor de dirigenten-weekeinden die Werthen organiseert, alsook een structurele subsidie die het dubbele bedraagt van wat gerenommeerde gezelschappen als La Petite Bande, Anima Eterna en het Huelgas Ensemble gezamenlijk ontvangen. En vooral dat laatste wekt wrevel.

De Belg André Hebbelinck, in ons land werkzaam als artistiek directeur van de Matinee op de Vrije Zaterdag, spreekt van een morele verontwaardiging. “Het fnuikende is dat hiermee van regeringszijde de internationale staat van dienst van musici als de Kuykens, Van Immerseel en Herreweghe volkomen wordt genegeerd, terwijl juist hun inzichten bepalend zijn geweest voor de huidige muziekpraktijk.”

Hebbelinck is ervan overtuigd dat ook de naamswisseling van het Belgisch Kamerorkest in I Fiamminghi opportuun was. Hiermee maakte men de Vlaamse minsterpresident Luc Van den Brande openlijk het hof, want deze invloedrijke bewindsman heeft het Vlaams nationalistische sentiment tot credo verheven.

De politiek is I Fiamminghi sindsdien gunstig gezind, en dat is interessant voor sponsors. De forse subsidies voor het orkest hebben het gevolg dat I Fiamminghi zich kan permitteren met grote solisten samen te werken en zich bovendien voor beduidend lagere uitkoopsommen dan de concurrentie kan laten contracteren - ook in ons land. Het in het buitenland onder de prijs verkopen van consumentenelektronica of fietsen leidt zonder twijfel tot problemen. In de culturele sector heerst echter een andere moraal. Dat is uitstekend begrepen door de zakelijke leiding van I Fiamminghi.