Van Aartsen poogt Chinese harten te winnen; 'Wij mikken net als Chinezen op de lange termijn'

PEKING, 27 OKT. Wat Vlaamse jezuïeten driehonderdvijftig jaar geleden met sterrenkijkers en zonnewijzers probeerden, tracht het Nederlandse bedrijfsleven met landbouwminister Jozias J. van Aartsen als hun vaandeldrager, dezer dagen met varkensfoktechnieken, legbatterijen en groentenkassen: de harten van de Chinezen winnen. Drieëneenhalve eeuw geleden ging het om het brengen van 'de boodschap', nu gaat het om het halen van geld.

Minister van Aartsen: “We pakken het vrij Chinees aan en richten ons op de lange termijn, met voldoende rust en overweging.” Op die manier is Nederland zeker van goede resultaten, zo zei hij afgelopen vrijdag tijdens een persconferentie.

Het feit dat de kortstondige bekoeling in de Nederlands-Chinese betrekkingen van dit voorjaar geen invloed heeft gehad op de voortgang van de Chinees-Nederlandse landbouwcontacten is volgens Van Aartsen kenmerkend voor de goede verstandhouding tussen beide ministeries.

“Ik ben hier twee jaar geleden ook geweest. Dat is een belangrijke basis geweest. We zijn op hoog niveau ontvangen en het is duidelijk dat China groot belang hecht aan de Nederlandse landbouwtechnologie. Het klinkt misschien merkwaardig, maar volgens mij heeft het Chinese landbouwministerie de conclusie getrokken dat het zonder de hulp van Nederland niet verder komt.” “Daarom”, aldus Van Aartsen, “kan van hetgeen nu gezaaid is, nog jaren worden geoogst.”

Eén van de zaden die twee jaar geleden is geplant, is dertig kilometer ten noorden van de Chinese hoofdstad inmiddels tot een vroeg stadium van bloei gekomen. Daar, midden tussen de rijstvelden en met uitzicht op een feeëriek bergmassief, is in een recordtijd van acht maanden een compleet, door de Nederlandse staat en het bedrijfsleven mede-gefinancierd demonstratiecentrum voor de veehouderij uit de grond gestampt dat is uitgerust met de nieuwste Nederlandse technologie op het gebied van de veehouderij.

De legbatterijen, de zeugen- en berenhokken, de voederbakken, de wasplaatsen, het ontluchtingssysteem, een laboratorium voor kunstmatige inseminatie - alles komt uit Nederland. Behalve dan de Dalland varkens, want de import daarvan is door toedoen van de Nederlandse varkenspest niet door gegaan. De beesten die hier staan, komen uit Canada.

Het demonstratiecentrum dat volgens de Nederlandse coördinator van het centrum, M. Heuver, dient als “een springplank voor het gespecialiseerde Nederlandse bedrijfsleven”, is eind vorige week geopend door minister Van Aartsen en zijn Chinese ambtgenoot Liu Jiang, wiens ministerie de bouw van het centrum heeft gefinancierd.

Samen met een demonstratiecentrum voor Nederlandse tuinbouwtechnologie dat vandaag in Shanghai is geopend, zullen de beide projecten, die tot 2002 permanent vier Nederlandse deskundigen op de loonlijst hebben, tussen de vijftien en zestien miljoen gulden gaan kosten. Het is een project dat volgens Heuver de investering beslist waard is.

“Zowel van Chinese, als van de Nederlandse kant zijn veel positieve geluiden te beluisteren en we verwachten dat de spin-off van het project voordelig zal uitvallen voor Nederland.”

Toch is een gepaste pas op de plaats gewenst, want, zoals veel buitenlandse ondernemers in China met toenemende regelmaat moeten concluderen, is zakelijk succes in China vooral een kwestie van de lange adem. “Er is zeker sprake van een risico. Zo vragen we ons best wel eens af of we wel voldoende terug krijgen voor alle moeite die we in beide projecten hebben gestoken”, zegt Heuver. “En ik blijf waarschuwen dat de Chinezen onze technologie zullen proberen te kopiëren - dat doen ze met alles.

Daar moet je niet gefrustreerd over raken. Je moet alert zijn en de Chinezen altijd een pas vooruit blijven. In Nederland staat de ontwikkeling van nieuwe technologieën ook niet stil.''

Volgens Heuver is het wel van belang dat Nederland bepaalde garanties probeert te krijgen van zijn Chinese gesprekspartners; zoals de belofte internationale verdragen te ondertekenen die het intellectuele eigendom van planten- en dierenrassen beschermen.

Van Aartsen heeft daar ook op aangedrongen bij zijn Chinese collega, maar heeft behalve goede intenties geen concrete beloften gekregen.