Rector Gronings College over onderzoek scholen; Kille cijfers kloppen maar komen hard aan

De prestaties van middelbare scholen lopen sterk uiteen. In het noorden worden lagere eindexamenresultaten behaald dan in het zuiden. Een definitie van een goede school geven politici en onderzoekers echter niet.

GRONINGEN, 27 OKT. De rapportcijfers zullen wel kloppen, maar ze zijn kil, zegt plaatsvervangend rector T. Cloo, van het Groningse Röling College. Het rapportcijfer 3, waarmee zijn VBO-afdeling zaterdag in alle krantenstands lag, doet de pedagogische kwaliteiten van de school geen recht, vindt hij. En dan de 4 die zijn Mavo krijgt en de 5 voor Havo en VWO - de sfeer in de lerarenkamer was vanochtend niet best. Cloo: “Na twee fusies en vier moeilijke jaren, ging het dit jaar net weer goed. We zaten in de lift, we gingen er weer tegenaan. En nu dit. Dit komt hard aan.”

Friese, Groningse en Noord-Hollandse middelbare scholen presteren slechter dan elders in Nederland, zo luidt één uitkomst van de landelijke vergelijking van scholen in dagblad Trouw afgelopen zaterdag. Uit cijfers van de Onderwijsinspectie over het schooljaar 1995/1996, die de krant via de rechter had bemachtigd, bleek dat de examenresultaten van middelbare scholen in Nederland sterk uiteen lopen. Limburgse en Gelderse scholen halen gemiddeld hogere eindexamencijfers, hebben minder zittenblijvers en minder zakkers dan scholen in andere regio's. Gereformeerde en reformatorische scholen blijken ook beduidend beter te presteren dan openbare, algemeen bijzondere en Montessorischolen.

Op grond van de gegevens had de Amsterdamse onderwijskundige, J. Dronkers, per afdeling van de ongeveer 700 middelbare scholen een rapportcijfer toegekend. Hij liet daarvoor vier factoren meewegen: het percentage leerlingen dat zonder vertraging de afdeling doorliep, het gemiddelde eindexamencijfer, het percentage zittenblijvers en uitvallers en het percentage allochtone leerlingen op de afdeling, omdat die vaak met een achterstand aan het onderwijs beginnen. Wat echter de definitie van een goede school is, zeggen Dronkers, de andere onderzoekers en de beleidsmakers niet.

Volgens Cloo geldt zijn stedelijke scholengemeenschap, met 1.300 leerlingen, op veel gebieden namelijk wel als een goede school. “Na twee fusies en veel problemen, met onder andere een non-communicatieve rector die eind vorig jaar vertrok, waren we weer op de goede weg. We hadden een paar jaar geleden bijvoorbeeld problemen met de buurt wegens overlast van een groep leerlingen. Maar dit jaar kregen we complimenten van de politie en de wijkbewoners, dat het veel beter gaat.”

Bovendien is het Röling College een zorgzame school, zegt hij. “We hebben goede leerlingbegeleiders. Bij een aanstelling zeggen we altijd: 'We willen geen lesboer'. We willen leerkrachten met hart voor de kinderen. We doen er alles aan dat kinderen zich thuis voelen op school. Als eén op de 22, in hun klas, in plaats van eén op de 1.300.”

Bij de 'grofmazige' berekening van rapportcijfers heeft Dronkers bovendien de karakteristieken van de Individuele VBO (IVBO) - met moeilijk lerende kinderen - en de Internationale schakelklassen (ISK) genegeerd, vindt Cloo. IVBO-leerlingen halen zelden een diploma en het Röling College telt relatief veel van die kinderen. “We begeleiden ze naar een baan, maar een VBO-diploma hebben ze dan niet op zak. Dat drukt het gemiddelde slagingspercentage enorm. We hebben ook de enige ISK in Groningen, met instromende buitenlandse kinderen. Zij doen er gemiddeld ook veel langer over, maar daar is geen rekening mee gehouden. De kille cijfers betekenen dus niet dat we een slechte school zijn. Dat kan niet, dat zijn we niet.”